Ifugao is een Droom voor elke Antropoloog

Artikel van 3 studenten Culturele Antropologie die weer terug zijn in Nederland

Als bachelorstudenten Culturele Antropologie worden wij geacht in het derde en laatste jaar van onze opleiding, antropologisch veldwerk te doen in het buitenland. De meeste studenten kiezen ervoor om onderzoek te doen in Guatemala, een Midden-Amerikaans land waar de Universiteit van Utrecht al jaren studenten naartoe stuurt en waarbij wij degelijk begeleid zouden worden bij het hele proces: van visum-aanvraag tot talenschool. Wij echter vonden een grotere uitdaging in een bestemming buiten de regio. Theo Droog van de NFS heeft ons enthousiast gemaakt voor de Filippijnen en ons in contact gesteld met de CPA (Cordillera Peoples Alliance). Voordat we toestemming zouden krijgen om daadwerkelijk in het Cordillera-gebied onderzoek te doen had de universiteit namelijk een betrouwbare contactpersoon nodig. Na maandenlang in Latijns-Amerika te hebben gereisd, keken we erg uit naar onze eerste kennismaking met Azië. Ons verwachtingspatroon was uiteraard erg gekleurd door ervaringen in landen in Zuid- en Midden-Amerika, maar wat was het bijzonder om de eigen identiteit van de veelzijdige Filippijnen van binnenuit te leren kennen! Veel mensen vroegen ons of we op weg waren naar de rijstterrassen van Banaue, of de ondergrondse rivier, maar als antropologen zijn we minder geïnteresseerd in toeristische trekpleisters maar juist altijd op zoek naar interactie met mensen in hun alledaagse werkelijkheid. Er zitten zoveel dimensies aan juist de eenvoud van het dagelijkse.

Ifugao is werkelijk een droom voor elke antropoloog vanwege de grote culturele diversiteit en de vele traditionele gebruiken en normen en waarden die ondanks moderniseringskrachten als globalisering hun waarden behouden hebben. In sommige gevallen hebben deze processen het respect en de erkenning voor de culturele eigenheid juist doen groeien, in een tegenreactie of hand- in hand met een groeiende toeristenbranche of westerse invloeden. Wij hebben ervoor gekozen onderzoek te doen in Tinoc, omdat de Kalanguyas de minst bestudeerde etnische groep van Ifugao is. Dankzij logistieke en praktische hulp van de CPA en MRDC hebben we onderzoek kunnen doen in vrij geïsoleerde barangays wat ons meer inzicht heeft gegeven in de authentieke Kalanguya cultuur.

We hebben onderzoek gedaan naar de structuur van grass-rootorganisaties (Maud), moraliteit (Johannes) en religie en culturele praktijken (Eva). De geweldige gastvrijheid en openheid waarmee de Kalanguyas ons hebben verwelkomd, heeft een onuitwisbare indruk op ons gemaakt. We zijn overal met open armen ontvangen en de aanvankelijke verlegenheid heeft in veel gevallen plaats gemaakt voor warme relaties en vriendschappen. Het was ontroerend om te zien hoe de mensen in de barangays waar wij verbleven in het leven staan: onbevooroordeeld, onzelfzuchtig, open om ons als familielid op te nemen in hun gemeenschap. Zelfs als er maar weinig te verdelen was, kregen wij het beste dat men kon bieden. Al deze dingen hebben ons tot een nederiger mens gemaakt toen wij weer terug naar huis keerden, want: wat heeft Europa veel te leren van deze mensen die wij hebben mogen leren kennen. Er is zo veel broederlijk samenwerken in de barangay; iedereen helpt elkaar en een diepe verbondenheid zit ingebed in de cultuur. Met praktijken als ubbu, en dahngah (bahaniyan) wordt dit gevoel van broederschap in stand gehouden. Mensen deelden meer dan alleen hun huis en eten met ons. Toen wij het vertrouwen hebben weten te winnen in de barangay, hebben de dorpelingen ook hun gedachtes en emoties met ons gedeeld. Mede hierdoor is ons onderzoek een succes geworden en kunnen wij nu met een schat aan data aan het schrijven van onze scriptie beginnen.

In het begin waren wij bang dat men wellicht niet over bepaalde dingen durfde te praten. Door vroegere discriminatie van de traditionele geloofsopvattingen en cultuur is er veel schaamte voor bepaalde tradities, maar daaronder hebben wij een grote trots ervaren culturele gebruiken die hun voorouders al eeuwenlang voor hen ook zo deden, sinds 'time immemorial'. Als antropologen hopen wij ook oprecht mee te kunnen dragen aan een stukje (internationale) erkenning voor de Kalanguya cultuur.

Wat ons met name is opgevallen als we de indigenous peoples van Ifugao vergelijken met indigenous peoples van andere landen is het bewustzijn dat zij hebben ten aanzien van hun positie en rechten. De strijd om erkenning en zelfbeschikking is uiteraard nog lang niet gestreden, maar men is er wel bewust mee bezig. De invloed van Europa en Amerika op de Filippijnse cultuur en de schade die internationale mijnbouworganisaties de natuur kunnen berokkenen, zijn onderwerpen waar actief over wordt gediscussieerd van jong tot oud, en Igorots van verschillende provincies voelen zich met elkaar verbonden in een collectief bewustzijn en actieve strijd om autonomie en lands- en politieke rechten.

Inmiddels zijn wij weer terug in Nederland en op het punt om te beginnen met onze scriptie. De prachtige groene omgeving van Tinoc en de mensen die wij hebben ontmoet zullen voor altijd een plek in ons hart hebben en wij hopen dat we ooit in de gelegenheid zullen zijn om nog eens terug te keren naar Ifugao. Onze dank gaat in de eerste plaats uit naar onze informanten, die zo open en vol vertrouwen zijn geweest naar ons toe, maar zonder de toewijding en hulp van de NFS en de CPA hadden we nooit op zo'n geweldig mooie locatie onderzoek kunnen doen. Nogmaals hartelijk bedankt dus en we blijven het bewustwordingsproces en de strijd van de indigenous peoples volgen en steunen vanuit Nederland.