Impressies van Bezoek aan Manilla
en Reis door het Noordelijke Cordillera Gebergte

Reisverslag: Annemiek Greshof, 1 maart 2013

'Rice for the people' was de aanhef van een demonstratie van inheemse bevolking uit Mindanao op het Miranda Plaza waar ik met Rita Baua mensenrechtenorganisatie Bayan in Manilla aanwezig was. Het is 3 december en bloedheet. Op de grond liggen foto's van de mensen die in 2011 en 2012 vermoord zijn, boeren die verzet pleegden tegen de mijnbouw in Mindanao, een zuidelijk eiland van de Filippijnen. De emotionele toespraken zeggen, roepen, schreeuwen: 'RICE FOR THE PEOPLE'. Toespraken, toneelstukjes en muziek omlijsten hier een serieuze zaak van onderdrukking. Alles en iedereen schreeuwt hier om gerechtigheid.

Strijd

Een dag later ben ik aanwezig bij een persconferentie, georganiseerd door Karapatan, eveneens een mensenrechtenorganisatie. Er volgt een lange opsomming van mensen die verdwenen zijn, vermoord of andere vormen van geweld en repressie hebben ervaren.

Strijd

Op 7 december ga ik naar Bantayog Memorial Center. Ik sta voor een monument (Foto: Inang Bayan – Moeder Filippijnen), een groot vrouwenfiguur die met haar rechterhand een gevallene vasthoudt en met haar linkerhand omhoog een wens, een gevoel van hoop uitstraalt. Leven! Vervolgens loop ik in het daarachter gelegen museum langs foto's van mensen die ondergronds en bovengronds strijd hebben gevoerd in de tijd van het dictatoriale bewind van president Marcos. Ik lees bittere én heroïsche mooie verhalen.

Strijd

10 december is de dag van de mensenrechten. 'STOP THE KILLINGS'. Duizenden mensen lopen en zingen tijdens een emotionele tocht in de hitte 5 km door de straten van Manilla, veel spandoeken, aandacht vragend voor de mensenrechten omdat deze door de Filippijnse overheid nog steeds geschonden worden. Een heftig gebeuren.

Strijd

De Filippijnen kent een boerenachtergrond. Het is echter óók rijk aan natuurlijke grondstoffen zoals goud en nikkel en dus zou je verwachten de bevolking te zien leven in rijkdom, maar nee, verre van dat. De mijnbouw is in buitenlandse handen. De winsten, verkregen door mijnbouw verdwijnen in de zakken van een dunne rijke bovenlaag of gaan rechtstreeks naar bedrijven in ondermeer de VS. De boeren komen hiertegen in opstand en lopen risico opgepakt of vermoord te worden. De bevolking profiteert op geen enkele wijze van deze natuurlijke rijkdom. Maar bovendien, vervuild grondwater en verzakkingen ten gevolge van diezelfde mijnbouw vormt een ernstige bedreiging voor de rijstbouw en andere gewassen zoals bananen en tabak. De economische en kwalitatieve leefomstandigheden verslechteren, mensen worden armer door minder opbrengst met alle gevolgen voor de gezondheid van mens en dier.

Strijd

Ik las een beschrijving bij een schilderij dat in een prachtige kerk hing in Manilla. Martin de Rada, een Spaanse priester, geboren in 1533 in Pamplona kwam in de Filippijnen om de bevolking te beschermen tegen geweld, lage lonen en slavernij. Hij zorgde voor betere huizen en meer voedsel. Precies die zaken waar de mensenrechtenorganisaties hier vandaag nog steeds mee bezig zijn. Is er dan niets veranderd in die 5 eeuwen?

Onder de dictatuur van president Marcos was het slecht gesteld met de mensenrechten. Er heerste een totale controle vanuit de overheid op diverse gebieden. Het leger in die tijd isoleerde dorpen, sloot wegen af waardoor mensen en vooral kinderen van honger omkwamen door voedselblokkades. Een en ander ontaarde in een revolutie in 1986. Een volksopstand die een einde maakte aan het Marcosbewind. Nieuwe presidenten volgden, de democratie is terug. Maar wat betekent dit? Vooruitgang of achteruitgang? Het volk kan kiezen uit kandidaten die tot de rijke elite behoren. De sociale en economische ongelijkheid is toegenomen, 1/3 van de bevolking leeft onder de armoedegrens, bijna 35% is werkloos. En verder is er veel corruptie en politieke tegenstanders zijn nog steeds doelwit van terreur. Gaandeweg is er een nieuwe manier van denken op economisch gebied, het neoliberalisme ingevoerd en het lijkt alsof deze neoliberale filosofie al het menselijke handelen, absorbeert en mensen monddood en afhankelijk maakt van een wereldwijd politiek/economisch systeem. De prijzen worden losgelaten, de rijken worden rijker, de armen worden armer. De vraag is nu: wat is er anders dan in de tijd van Marcos? Toen absorbeerde het systeem het leven en het lijkt of het neoliberale systeem het leven eveneens absorbeert.

In Manilla beginnen mensen om 4 uur 's nachts of eerder te werken, veelal in callcentra. 12 uur per dag, 6 dagen in de week is niet ongewoon. Ze spenderen hun geld in shopping-malls. Ik noem ze kooppaleizen. Deze paleizen puilen uit van de westerse producten, er is uitsluitend westerse muziek te horen, ze ontnemen je het gevoel in de Filippijnen te zijn. Een opdringerige koopcultuur is stuitend te noemen. Mensen worden hier gedegradeerd tot graaiers. Hoe kan het dat mensen zo bezeten zijn van deze 'smakeloze' spullen, de kooplust en windowshoppen is voelbaar in deze paleizen, veel meer dan in onze grote warenhuizen.

De armoede is enorm, mensen sappelen zich suf. Ik ga gaandeweg begrijpen dat de malls, de schijnrijkdom daar het totale levenspatroon gaan bepalen. Daar gaat het dus om? De malls vertegenwoordigen de wereld van geld, globaliseringen en privatiseringen. Manilla lijkt overstroomd te worden met de overproductie van landen als de VS en China. Af te lezen aan de bouwgroei van malls is Manilla er blij mee en later ontdek ik dat de bouwgroei zich niet tot Manilla beperkt. Wat heet 'vooruitgang' bestaat uit witte formica tafels, harde westerse muziek, pizza, hot-dog en coca-cola. Mac Donalds en de Jollybees, de Filippijnse man of vrouw is er dol op.

Is dit erg eigenlijk? Ik heb er geen antwoord op. Het leven meandert immers. Politieke en economische hypotheses veranderen naar gelang belangen veranderen. En, waar niet? De Filippijnen maakt hier geen uitzondering op.

Na Manilla reis ik door het noordelijke Cordillera gebergte en Kalinga waar ik de rijstterrassen bewonder en kennis maak met de Ifugao cultuur. Prachtig gebied en minder heet. Een wandelgebied.

Het is voor een gebied als de Cordilleras een zegen dat er antropologen zijn en het is voor antropologen een zegen dat er een gebied als de Cordilleras bestaat. De Igorots (mensen van de bergen) leefden eeuwenlang op voorouderlijke gronden, bouwden hun rijstterrassen en organiseerden op landbouw en leefgebied een eigen cultuur. Die cultuur brokkelt af en de antropoloog, gesteund door plaatselijke NGO's + UNESCO doen een poging iets in stand te houden van deze cultuur. Een goede ontwikkeling, al is het maar uit folkloristische motieven. Te zien in de musea van Banaue en Sagada.

Maar er is méér aan de hand. Mijnbouw is desastreus. Kwalitatief gaan de rijstveldjes achteruit door vervuild grondwater en verzakkingen, de opbrengst wordt minder, de boer wordt armer, kan zijn gezin niet goed onderhouden, schoolgang van kinderen komt in gevaar, honger. Hoe aantrekkelijk wordt het dan voor een boer om in de mijnbouw te gaan werken. Het levert méér op, geen honger, kinderen kunnen naar school. Ik kan het niet meer veroordelen. Mijnorganisaties kopen mensen weg! En de rijstveldjes dan? Tja, die zien er niet zo best meer uit. En de winst van de mijnbouw verdwijnt in verkeerde zakken.

Maar voor alles is een oplossing. Gelukkig maar. In het kader van de 'groene revolutie', 1960-1980, toen een snelle landbouwvernieuwing oude productiemethodes werden vervangen door moderne, is o.a. in de Chico rivier in Kalinga een dam geïnstalleerd, de Chico-dam, met als doel de rijstbouw te bevorderen door grootschalig te irrigeren. Ik heb deze dam met eigen ogen gezien en ik wist niet wat ik zag! Zo enorm! In diezelfde tijd werd kunstmest en hoogwaardig zaad ingevoerd ter verhoging van de opbrengst van gewassen. Na verloop van tijd bleek er een wig geslagen te zijn tussen rijke en arme boeren. De één profiteert er wel van en de ander niet. Alle pogingen ten spijt heeft het niet opgeleverd wat het volgens verwachtingen wel had moeten doen.

Een plaatselijke NGO stimuleert nu als oplossing oude kennis en bewezen technieken uit de kast te halen. En niet in de laatste plaats om oude leefstijlen, samenhangend met de economische inrichtingen van dorpen in ere te herstellen. Het klinkt zo mooi. Ik zou de eerste zijn om me in te zetten voor zo'n beweging. Ik blijf echter met de vraag zitten of deze traditionele technieken de omslag kunnen maken naar de grootschaligheid die nodig is in een veranderende samenleving waar honger en armoede bestreden moeten worden.

Aan het eind van mijn reis ontmoet ik een Amerikaanse missionaris die mij verraste door wat hij zei. We waren het eens. Ik vat het samen. Hij ziet de Filippijnen als een 'broken culture'. De slachtoffercultuur zit hier diep. Lang bezet, eerst door de Spanjaarden, daarna door de Amerikanen en nog steeds door de Amerikaanse cultuur. Dat maakt dat de Filippino zich te lang heeft moeten aanpassen aan een ander, niet echt een eigen wil heeft, zich krachteloos manifesteert, zich liever suf sappelt dan zich ontwikkelt, zich arm en ongelukkig voelt, dit roept en wellicht ter compensatie of god weet waarom schijngeluk koopt in zijn malls, maar hoe dan ook slachtoffer blijft. Ze laat een gedrag zien dat zich kenmerkt door 'weinig identiteit'. De Filippijnen is ook een stevig katholiek land dus ook godsdienst zal hier een rol spelen. De Filippino is aardig, te aardig, is veel te aardig, te gastvrij, te goedgeefs, te lief. Een ketting doorbreken vereist afstand en een onaardig gedrag. Klinkt raar maar het is een waarheid als een koe.

De andere kant van hun mooie eigenschappen is dat het een voortreffelijke voedingsbodem is voor beïnvloeding, voor buitenlandse producten en dito leefstijl. De malls, de Mac Donalds en Jollybees, het is de niet- Filippijnse leefstijl die mij vooral in Manilla deed huiveren. Het lijkt verdacht veel op een gevecht van de duivel die steeds listiger de engel verleidt om het verkeerde pad op te gaan. De Filippijnse man of vrouw wordt verleid waar hij of zij bijstaat, de overheid in vermomming, de economische groei is toch 7% jongens?!, doet zijn werk. Ik heb hier geen antwoord op. Alweer niet. Maar die duivel, de engel en het pact tussen die twee, daar wringt volgens mij de schoen en vraagt om bewustwording en emancipatie als oplossing.

Zonder Strijd

Meer kan ik er even niet over zeggen.

In oktober zal ik weer naar de Filippijnen gaan en dan zal ik in het zuiden de 4-jarige Alcadev- opleiding bezoeken. Een school, gericht op landbouwmethoden en leiderschap. Een bottom-up methode die hoopvol klinkt.