Verklaring NFS, 21 maart 2009

Verslechterende mensenrechtensituatie onder de Arroyo regering

De Nederlands-Filippijnse Solidariteitsbeweging (NFS) onderschrijft de uiting van bezorgdheid van de Filippijnse migrantenorganisaties in het Rice and Rights Network voor Mensenrechten in de Filippijnen, over de verslechterende mensenrechtensituatie onder de Arroyo regering.

“Wij zijn diep geschokt door de moord op Rebelyn Pitao, een 20-jarige onderwijzeres, die op 4 maart in Davao City op brute wijze werd vermoord, gevolgd door de moord op milieu-activist Eliezer Billanes op 9 maart in Zuid-Cotabato,” zegt Theo Droog, voorzitter van de NFS. We hebben ook een rapport ontvangen over de ontvoering van NGO-medewerker Marilou Daquipa. Haar ontvoerders dreigen haar familie iets aan te doen.

Veel politieke activisten die kritiek hebben op de Arroyo regering zijn bang, dat hun familieleden iets overkomt door de overheidsagenten, zei Jun Saturay, lid van de NFS. Hij kwam in 2003 naar Nederland om te spreken over de mijnbouw en de mensenrechten. Hij werd gedwongen om politiek asiel aan te vragen, nadat het duidelijk werd, dat hij niet meer naar de Filippijnen terug kon, omdat het er niet meer veilig voor hem was.

"Toen ik nog in de Filippijnen woonde, moesten we onze huizen ontvluchten, toen de Arroyo regering de militaire operaties in onze provincie uitbreidde. Hele gezinnen evacueerden, vanwege de slachtoffers die het leger maakte, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen," voegde Saturay toe. "Voor de familie van Rebelyn Pitao werd een nachtmerrie bewaarheid. Rebelyn werd vermoord, omdat ze de dochter was van een revolutionaire strijder."

De twintigjarige Rebelyn Pitao, onderwijzeres in Davao City, werd op 4 maart jl. ontvoerd en vermoord door een groep gewapende mannen. Haar lichaam droeg tekenen van mishandeling. Rebelyn was de dochter van Leoncio Pitao, algemeen bekend als Kumander Parago van de New People's Army (NPA). De familie van Rebelyn is van mening, dat ze werd vermoord door regeringstroepen om haar vader te demoraliseren.

Uit interviews met familieleden van Pitao bleek, dat de moord op Rebelyn niet de eerste misdaad tegen het gezin was. In 1999 drongen militaire functionarissen met vuurwapens hun huis binnen en gijzelden de familie om de vader te dwingen zich over te geven. In 1995 werd Rebelyn’s broer, Ryan, bijna gedood, toen een aantal mannen hem probeerde te verwonden. Haar zus, Rio, vertelde dat ze constante bewaking heeft. Vorig jaar werd ook haar oom (Leoncio’s broer) vermoord.

Bij een ander incident, op 6 maart 2009, werd Marilou Daquipa, directeur van het Landbouw Instituut voor Ontwikkeling (FIND), een alternatieve niet-gouvernementele landbouworganisatie, die diensten verleent aan de arme gemeenschappen in Kisante, Makilala, Cotabato, ontvoerd door vermoedelijke veiligheidsagenten van de overheid.

Haar ontvoerders ondervroegen haar enkele uren en dwongen haar een blanco papier te ondertekenen. Ook dreigden ze haar familie op te pakken, als ze niet zou meewerken. Ze werd een paar uur na de traumatische ervaring vrijgelaten. Ondanks de waarschuwing van haar ontvoerders om het incident geheim te houden, meldde Daquipa haar nachtmerrie aan haar medewerkers.

Na de moorden op Pitao, Billanes en journalist Ernesto Rollin heeft de mensenrechtenorganisatie Amnesty International (AI) haar oproep aan de Arroyo regering om onmiddellijk stappen te nemen om de politieke moorden in de Filipijnen te doen stoppen, hernieuwd. Sinds 2006 heeft AI haar zorgen geuit over de verslechterende mensenrechtensituatie onder de Arroyo regering.

De NFS werkt nauw samen met het Rice and Rights Network om de Filippijnse mensenrechtenkwestie onder aandacht van het Nederlandse publiek te brengen.