Vijf Redenen waarom de Nieuwe Filippijnse Duterte geen 'Filippijnse Trump' is

Op 30 juni heeft Rodrigo Duterte de eed afgelegd als president van de Filippijnen. Toen hij begin mei de presidentsverkiezingen won, was het commentaar van de internationale pers niet mals. Hij werd vergeleken met de flamboyante, Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump en hij werd weggezet als een Filippijnse versie op steroïden.

Wim De Ceukelaire

Dutertefoto: Keith Bacongco (CC BY 2.0)
Miljoenen vooral arme Filippino's hebben hun hoop gesteld op de nieuwe Filippijnse president Duterte.

De aandacht ging vooral naar de krachttermen die hij te pas en te onpas gebruikt, naar zijn dikwijls zeer uitgesproken standpunten die zelden op een verfijnde manier verwoord worden en naar zijn ronduit misplaatste en smakeloze grappen. Hij veinsde verontwaardiging dat hij niet werd uitgenodigd voor een groepsverkrachting; hij zou de baai van Manilla dempen met lichamen van drugsdealers; noemde de Paus een hoerenzoon en meer van dat fraais.

Over alle negatieve kritiek die men op Duterte kan uiten, hoeven we het hier dus niet te hebben. De gebeurtenissen van de afgelopen weken laten toe om een meer genuanceerd portret te schetsen. Laat ons hier dus even inzoomen op vijf redenen waarom miljoenen vooral arme Filippino’s hun hoop hebben gesteld op president Duterte en waarom zij nu uitkijken naar zijn presidentschap.

1. Duterte kiest voor een boer als Minister van Landhervorming

Grootgrondbezit is nog altijd een keiharde realiteit op het Filippijnse platteland.

De aanstelling van Rafael “Ka Paeng” Mariano tot Minister van Landhervorming is een gebaar waarvan de symboliek nauwelijks te overschatten is. De Filippijnse republiek is altijd al een schouwspel geweest, waarin de ene elitaire familie de andere aflost aan de macht. Boeren of arbeiders hebben daarin nog nooit een rol van betekenis gespeeld.

Een derde van de beroepsbevolking is actief in de landbouw en een meerderheid van die Filippijnse boeren is geen eigenaar van de grond die ze bewerken. Het landhervormingsprogramma dat de Filippijnse overheid eind jaren ‘80 lanceerde heeft daar nauwelijks verandering in gebracht. Grootgrondbezit is nog altijd een keiharde realiteit op het Filippijnse platteland.

Ka Paeng – het voorvoegsel ‘ka’ staat voor kameraad, ‘Paeng’ is een roepnaam – is een levende legende in de Filippijnse boerenstrijd. Hij heeft meer protestacties geleid tegen het ministerie van landhervorming dan welke andere Filippijnse boerenleider ook. Als voorzitter van de meest militante boerenvakbond, KMP, heeft hij zich altijd verzet tegen het landhervormingsprogramma van de overheid dat volgens hem enkel de grootgrondbezitters en de multinationals ten goede is gekomen.

Wat Ka Paeng echt zal kunnen realiseren als minister voor landhervorming is onduidelijk. Momenteel heeft de overheid geen actief landhervormingsprogramma meer. Hij heeft al gezegd dat hij in de eerste plaats een onderzoek wil naar de huidige landverdeling in het land. Bovendien zwoer hij al dat er onder zijn ministerschap geen arme boeren van hun land verdreven zouden worden.

Duterte toonde zich trouwens ook op andere vlakken al een bondgenoot van de kleine boeren. Zo wil hij de lokale markt ondersteunen zodat het land geen rijst of andere landbouwgewassen uit het buitenland moet invoeren. De Filippijnen was ooit zelfvoorzienend voor rijst maar werd een netto importeur sinds de Wereldhandelsorganisatie in beeld kwam. Hij sprak zich ook uit tegen de conversie van landbouwgrond van kleine boeren naar plantages en andere grootschalige landbouwproductie.

2. Duterte schrikt er niet voor terug om in te gaan tegen de multinationals

Hij is van mening dat mijnbouw aan alle Filipino’s ten goede zou moeten komen.

Duterte komt van het zuidelijke eiland Mindanao waar in de voorbije jaren de strijd tussen de inheemse bevolking, de Lumad, en de grote mijnbouwmultinationals op de spits werd gedreven. In 2015 documenteerde de internationale mensenrechtenorganisatie Global Witness niet minder dan 22 moorden op Lumad vanwege hun activisme tegen multinationale ondernemingen.

In zijn overwinningsspeech legde Duterte meteen de vinger op de wonden: ‘Het probleem met grote mijnbedrijven is dat ze ons land vernielen. Alle grootschalige mijnbouw moet stoppen.’ Hij is van mening dat mijnbouw aan alle Filipino’s ten goede zou moeten komen. Deze uitspraken vielen uiteraard in goede aarde bij de inheemsen en de milieubeweging. Bovendien benoemde hij Gina Lopez, een bekende milieuactiviste en tegenstandster van grootschalige mijnbouw, aan het hoofd van het Ministerie van Milieu en Natuurlijke Rijkdom.

Maar ook zijn uitspraken over de arbeidswetgeving en zijn benoemingen aan het hoofd van het Ministerie van Arbeid worden met argusogen gevolgd in de hoofdkwartieren van multinationals. Tijdens de campagne sprak hij zich al uit tegen de trend tot onderaanneming. Bovendien benoemde hij een vakbondsleider van de progressieve vakbond KMU, Joel Maglungsod, tot Onderminister van Arbeid. Die heeft alvast beloofd dat hij ervoor gaat zorgen dat de regelgeving op de onderaanneming grondig herzien zal worden. Het onderbrengen van lokale productie in onderaanneming is immers een beproefde truc van multinationals om kosten te besparen, lonen te drukken en de vakbonden te ontlopen.

3. Duterte wil openbare dienstverlening en sociale bescherming uitbouwen

Zijn succes in de lokale politiek is onder andere een gevolg van zijn prioriteit voor sociale dienstverlening.

Sinds 1988 is Duterte bijna onafgebroken de sterke man van Davao City, met 1,6 miljoen inwoners de derde grootste stad van de Filippijnen. In deze periode moest hij twee keer de burgemeesterssjerp aan een rivaal laten omwille van de beperkingen op het aantal opeenvolgende mandaten. Sinds 2001 omzeilt hij die beperking door het mandaat van burgemeester af te wisselen met zijn dochter Sara. De bevolking van de stad kan zich Davao nog nauwelijks voorstellen zonder Duterte aan het roer.

Zijn succes in de lokale politiek is onder andere een gevolg van zijn prioriteit voor sociale dienstverlening en diezelfde prioriteiten nam hij mee naar het nationale niveau. Duterte vermeldde tijdens de presidentscampagne landbouw, onderwijs en gezondheidszorg als zijn top 3 belangrijkste begrotingsposten. Zo wil hij bijvoorbeeld dat elk hospitaal, ook de meest luxueuze private ziekenhuizen, een bepaald deel van de capaciteit ter beschikking moet houden voor arme patiënten, op kosten van de staat.

Geld is er genoeg, volgens Duterte. Hij verwijst onder andere naar de ‘sin taxes’, de taks op tabaksproducten en alcoholische dranken. Maar hij wil ook de inkomsten uit loterijen en casino’s grotendeels aanwenden voor onderwijs en gezondheidszorg. Een andere concrete maatregel die hij aankondigde is een spectaculaire verhoging van de pensioenen die uitbetaald worden door het officiële pensioensysteem.

Hij nam ook stelling in tegen de verdrijving van krottenwijkbewoners zonder hervestiging. Hij plant “satellietsteden” waar voldoende werkgelegenheid moet zijn alvorens er mensen heen worden gebracht. Dit kadert in een langetermijnvisie om miljoenenstad Manilla te ontlasten door het platteland te ontwikkelen.
Ook in de sociale sfeer deed hij trouwens een interessante benoeming. De portefeuille van sociale zaken en welzijn ging naar Judy Taguiwalo, een feministisch activiste en professor aan de University of the Philippines. Voor haar academische carrière was ze één van de leidsters van het verzet tegen dictator Marcos. Daarvoor ging ze tweemaal de gevangenis in. De eerste keer wist ze te ontsnappen en de tweede keer bracht ze er een kind ter wereld. Kort na haar benoeming deed de ‘mugshot’ van de jonge Judy, 43 jaar geleden bij haar eerste arrestatie, de ronde op de sociale media om haar street credibility te onderstrepen. ‘A woman’s place is in the struggle’ is nog altijd haar lijfspreuk.

4. Duterte gaat voor vrede in plaats van confrontatie

De toenadering tussen Duterte en het Nationaal Democratisch Front doet nu de hoop rijzen op een verbetering van de mensenrechtensituaties.

Meteen na zijn verkiezing stak Duterte een hand uit naar de Communistische Partij van de Filippijnen en naar het Nationaal Democratisch Front, dat al bijna 50 jaar een brede revolutionaire beweging aanstuurt en via het New People’s Army een gewapende strijd voert op het platteland van de Filippijnen. Het is bekend dat Duterte goede contacten heeft met de communistische guerrilla op Mindanao. Als burgemeester werd hij regelmatig opgetrommeld om in de bergen van Mindanao de vrijlating van gevangen genomen soldaten of politiemannen te organiseren.

De titel van Duterte’s televisieprogramma op de lokale TV was trouwens “Gikan sa Masa, Para sa Masa”, een vertaling van één van de fameuze citaten van Mao Tse-tung. ‘From the masses, to the masses’ was ook het motto van Duterte’s campagneleiding, die de verkiezingscampagne meer uitbouwde als een massabeweging dan als een politieke campagne. Nochtans werd zijn gooi naar het presidentschap niet gesteund door de communisten, noch door parlementair links. Zij steunden een andere kandidate.

Dat weerhield Duterte er dus niet van om kort na zijn verkiezingsoverwinning al een onderhandelingspanel op de been te brengen om de vredesonderhandelingen met de revolutionaire beweging nieuw leven in te blazen. Inmiddels is er al een eerste verkennende ronde achter de rug – in Oslo, onder auspiciën van de Noorse regering – en werd een agenda opgemaakt voor vredesonderhandelingen die in juli van start moeten gaan. Duterte beloofde om intussen alvast te ijveren voor de vrijlating van de politieke gevangenen.

Deze plotse stroomversnelling is opmerkelijk aangezien de vredesonderhandelingen met het Nationaal Democratisch Front al meer dan vijftien jaar in het slop zitten. Onder de vorige president, Noynoy Aquino, en diens voorgangster, Gloria Macapagal-Arroyo, werd altijd een harde, militaristische lijn aangehouden tegenover de guerrilla. Het onderscheid tussen legaal en gewapend verzet werd daarbij door de overheid bewust vervaagd. De aanhoudende politieke moorden zijn daarvan het gevolg.

De toenadering tussen Duterte en het Nationaal Democratisch Front doet nu de hoop rijzen op een verbetering van de mensenrechtensituatie. Bovendien laat Duterte ook niet na om er op te wijzen dat de oorzaak van het gewapend verzet ligt in de sociale onrechtvaardigheid. Hij is er zich dus van bewust dat hij ook iets zal moeten doen aan die grondoorzaken, en toont zich bereid om met de communisten te onderhandelen over sociale en economische hervormingen.

Ook ten opzichte van het gewapende moslimverzet in Mindanao is Duterte een bruggenbouwer. Het Moro Islamic Liberation Front was goed op weg om een vredesakkoord te sluiten met de regering van president Aquino, tot een vuurgevecht waarbij tientallen doden vielen, begin vorig jaar roet in het eten gooide. Bovendien is er ook de rivaliserende islamitische verzetsgroep, het Moro National Liberation Front, dat dit akkoord met hun rivalen juist afwees. Duterte heeft goede contacten met beide, ging al praten met hun leiders en beloofde ook met hen zo vlug mogelijk aan tafel te gaan zitten.

5. Duterte wil een onafhankelijk buitenlands beleid voeren

Behalve de onweerstaanbare drang om onconventionele en controversiële uitspraken te doen, heeft hij weinig gemeen met Trump.

Duterte een Filippijnse Trump? Dit idee strookt ook al niet met ‘s mans ideeën over het buitenlands beleid van zijn land. Als ex-kolonie van de Verenigde Staten is de Filippijnen sinds de onafhankelijkheid in 1946 altijd een hondstrouwe bondgenoot geweest. Het land is ook een schakel in de militaire afschrikkingsgordel die de VS rond China aanlegt. Het territoriaal conflict tussen China en verschillende buurlanden over enkele eilanden in de Zuid-Chinese Zee komt in die strategie niet ongelegen.
“Onze politieke koers in dit conflict zal enkel gebaseerd zijn op de Filippijnse belangen,” verklaarde Duterte over dit conflict. Voor alle duidelijkheid voegde hij eraan toe dat hij niet van plan is om zijn houding ten opzichte van China te laten dicteren door de VS. In tegenstelling tot zijn voorganger heeft Duterte trouwens al opmerkelijk verzoenende taal gesproken tegenover China.

Dat Duterte niet bang is om de VS tegen te spreken toonde hij al als burgemeester van Davao. Bij een bizar incident in 2002 was hij de enige Filippijnse beleidsmaker die protesteerde toen Amerikaanse FBI-agenten een landgenoot evacueerden uit een ziekenhuis in zijn stad. De man ontsnapte aldus aan vervolging, want hij werd er onder politiebewaking verpleegd nadat hij gewond raakte bij een ontploffing in zijn hotelkamer waar hij explosieven had opgeslagen.

Recent verbood hij het Amerikaanse leger, dat zeer actief is op Mindanao, om gebruik te maken van de luchthaven van zijn stad voor vluchten met drones. Het zijn maar twee van de incidenten die hem weinig geliefd maken in Washington. Het is ongezien voor een Filippijnse president.

Duterte als een Filippijnse Trump wegzetten is dus ongepast. Behalve de onweerstaanbare drang om onconventionele en controversiële uitspraken te doen, heeft hij weinig gemeen met de Amerikaanse presidentskandidaat. Of hij de grote verwachtingen van de ‘masa’ kan waarmaken, blijft echter koffiedik kijken.

Het enigma Duterte is echter niet gespeend van tegenstrijdigheden. Hij benoemt Ka Paeng als minister van landhervorming, maar zijn campagne werd wel gefinancierd door grootgrondbezitter Antonio Floirendo, de koning van de bananenplantages. Hij spreekt zich uit tegen onderaanneming en benoemt een vakbondsman van KMU, maar in thuisstad Davao gaat zijn zoon (en vice-burgemeester) Paolo de confrontatie aan met stakers van diezelfde vakbond die een reguliere tewerkstelling eisen van een Japanse firma.

Duterte zou niet de eerste Filippijnse president zijn die zijn verkiezingsbeloften niet nakomt en die de ‘masa’ teleurstelt. Maar tegelijkertijd zijn vele van zijn initiële beleidsdaden zo verschillend van al zijn voorgangers dat het onredelijk zou zijn om hem niet het voordeel van de twijfel te geven.

Wim De Ceukelaire is directeur van de ngo Geneeskunde voor de Derde Wereld.

Bron:
Vijf redenen waarom de nieuwe Filippijnse president Duterte geen 'Filippijnse Trump' is