De Uitspraak van het Hof van Beroep is een Triomf voor het Recht

door Prof. Jose Maria Sison

Oprichtend Voorzitter van de Communistische Partij van de Filippijnen
Politiek Hoofdconsulent van het NDFP Vredesonderhandelingsdelegatie
Voorzitter van de ‘International League of Peoples’ Struggle’

vertaald uit het Engels

3 oktober 2007

Ik ben zeer verheugd over de uitspraak van het Hof van Beroep waarin de eis van het Openbaar Ministerie tot mijn voorlopige inhechtenisneming in verband met het onderzoek naar de valse en politiek gemotiveerde beschuldiging wegens het bevelen of het aanzetten tot het ombrengen van de twee beruchte leger- en politieagenten Romulo Kintanar en Arturo Tabara in respectievelijk 2003 en 2004, is afgewezen.

Het Hof van Beroep houdt de eerdere uitspraak van de Haagse Rechtbank overeind, die mij wegens onvoldoende bewijs tegen mij, ontsloeg van voorarrest. De uitspraak van het Hof van Beroep gaat zelfs nog verder door in essentie te verklaren dat er in eerste instantie geen bewijs tegen mij is. Zij stelt categorisch dat er geen direct bewijs bestaat dat mij koppelt aan de dood van bovengenoemde personen en dat mij strafrechtelijk niets is aan te wrijven.

Het Hof merkt op dat het in het algemeen of in abstracto, voor niemand een strafbaar feit oplevert als hij een prominente rol speelt ten behoeve van enige revolutionaire politieke partij of beweging. Om iemand te kunnen veroordelen voor een strafrechtelijk delict zijn concrete bewijzen nodig. De uitspraak heeft diepgaande implicaties en verstrekkende gevolgen, niet alleen ten aanzien van voorarrest, maar ook ten aanzien van de geldigheid van de beschuldiging.

Het Hof tekent aan dat de beschuldiging tegen mij gezien moet worden in haar politieke context en dat de verklaringen van de verschillende getuigen niet zomaar als betrouwbaar geaccepteerd kunnen worden. Het trekt ook in twijfel of ik wel in staat zal zijn mijn recht op kruisverhoor uit te oefenen met het oog op de lamentabele situatie der mensenrechten en de gevaren welke mijn Filippijnse advocaten bedreigen.

De getuigen van het Openbaar Ministerie zijn hoofdzakelijk, indien niet allemaal, door de regering in Manilla ter beschikking gesteld aan de Nederlandse onderzoekers, die naar de Filippijnen gingen om naar getuigenverklaringen te hengelen, zonder dat zij enige aanwijzing hadden voor een door mij in Nederland gepleegd strafbaar feit en ondanks het ontbreken van een uitleveringsverdrag tussen de Filippijnen en Nederland.

De grootste afwijking van de normale gang van zaken is echter, dat het Nederlandse Openbaar Ministerie de dood van Kintanar en Tabara aanmerkt als moord, terwijl het OM in de Filippijnen die in de zaak wegens gewapende opstand tegen mij en vijftig anderen gecategoriseerd heeft als specifieke daden van gewapende opstand. Deze aanklacht is met de daarbij behorende specificaties en veronderstelde bewijzen door het Hooggerechtshof van de Filippijnen begin juli jl. naar de prullenmand verwezen en zijn alle beschuldigden van strafvervolging ontslagen.

Van hun kant beschrijven de Communistische Partij van de Filippijnen en het Nieuwe Volksleger de incidenten met betrekking tot Kintanar en Tabara als revolutionaire daden. Zij erkennen dat de volksrechtbank rechtmatig de aanhoudingsbevelen met betrekking tot Kintanar en Tabara hebben uitgevaardigd en dat er op deze gevaarlijke en gewapende verdachten geschoten is, toen zij verzet boden bij hun arrestatie door de arrestatieteams van het NPA.

De uitspraak van het Hof van Beroep is een triomf voor het Recht. Ik bedank daarvoor dan ook de rechters G. Oosterhof als voorzitter en G. P. A. Aler en F. Heemskerk als bijzitters. Ook wil ik mijn raadsman, Michiel Pestman van het Advocatenkantoor Böhler, Franken, Koppe en Wijngaarden, bedanken en al de partijen, instellingen, organisaties, personages en de brede massa’s van het volk die in solidariteit naast mij stonden bij de verdediging van mijn rechten en mijn zaak steunden tegen het onrecht.

Ik hoop nu dat het Nederlandse OM zijn valse en politiek gemotiveerde beschuldigingen tegen mij zal intrekken. De Haagse Rechtbank en het Hof van Beroep hebben gewezen op het ontbreken van direct en voldoende bewijs tegen mij toen zij zich uitspraken tegen mijn terugkeer naar eenzame opsluiting in voorarrest. Zij hebben de facto en de jure de ongegrondheid van de beschuldigingen tegen mij aan het licht gebracht. Ik hoop ook dat het OM de computers, camera’s, publicaties, documenten, digitale bestanden en de overige dingen die zij in beslag genomen hebben bij de overvallen door de politie op 28 augustus weer zullen terugbezorgen aan de panelleden, consulenten en stafmedewerkers van de Vredesonderhandelingsdelegatie van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen.

Het zou goed zijn als wij weer de beschikking krijgen over de middelen om onze democratische rechten in Nederland uit te oefenen en weer door kunnen gaan met het werk voor de nationale en maatschappelijke bevrijding van het Filippijnse volk, de mensenrechten te verdedigen tegen de grove en systematische schending daarvan in de Filippijnen en een rechtvaardige vrede kunnen bevorderen door de hervatting van de formele vredesonderhandelingen tussen de Regering van de Republiek van de Filippijnen en het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen.