Waarom ik in Nederland zal Blijven om mij te Verdedigen

Verklaring voor het Hof van Beroep

Door Prof. Jose Maria Sison

Den Haag, 26 september 2007

Edelachtbaren,

Reeds in juli heb ik een afspraak gemaakt met mijn cardioloog voor een hartonderzoek voor vanmiddag 15:50 uur, maar uit respect voor Uw Hof heb die afspraak verzet om hier aanwezig te kunnen zijn.

Staat U mij toe uit te leggen, waarom ik in Nederland zal blijven, teneinde mij voor de rechter te verdedigen. Ik wil het OM gerust stellen en hen verzekeren, dat ik er niet voor wegloop om mij te verdedigen tegen een zo duidelijk valse en politiek gemotiveerde beschuldiging uit de mond van de regering in Manilla.

  1. Ik ben onschuldig aan de beschuldiging als zou ik opdracht gegeven hebben of aangezet hebben tot het vermoorden van Kintanar en Tabara. Mij ontbreekt de macht of het gezag om dit hoe dan ook te doen. Bij mijn arrestatie en opsluiting in 1977 door de fascistische dictatuur van Marcos, verloor ik mijn positie van voorzitter van het Centraal Comité van de CCP (Communistische Partij van de Filippijnen). Het druist in tegen mijn morele en politieke beginselen, om enig meningsverschil met geweld op te lossen. Ik ben een politieke wetenschapper en een leraar die geniet van de uitwisseling van ideeën.
  2. Omdat ik onschuldig ben aan de beschuldiging, kan er ook nooit enig direct of voldoende bewijs geleverd worden waaruit zou blijken dat ik schuldig ben aan de dood van Kintanar en Tabara. Wanneer ik op basis van ‘fair play’ de gelegenheid krijg om ontlastende bewijzen te verzamelen, dan ben ik er zeker van de verklaringen tegen mij, inclusief de roddels, speculaties, verzinsels, geruchten en vooronderstellingen, als vals en ongegrond te ontmaskeren.
  3. Vooral na het besluit van de Haagse Rechtbank om mij te ontslaan uit voorlopige hechtenis, is mijn vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem groot. Het is mij duidelijk geworden, dat alleen op grond van boven alle twijfel verheven bewijs iemand voor moord kan worden veroordeeld.
  4. De beschuldiging tegen mij is vals en politiek gemotiveerd. Het begon in 2005 met het bezoek van de Filippijnse Minister van Buitenlandse Zaken, Alberto Romulo, aan Nederland, waarbij hij beschuldigingen en documenten tegen mij dumpte op het Nederlands Ministerie van Justitie. De aanleiding was niet enig strafonderzoek tegen mij in Nederland, maar een initiatief van de regering in Manilla, die de getuigen en documenten levert aan de Nederlandse onderzoekers. Trouwens, het betreft hier een recycling van de Kintanar en Tabara incidenten, die eerder door het Filippijnse Openbaar Ministerie waren gecategoriseerd als daden vallende onder gewapende opstand. Het Opperste Gerechtshof heeft, in juli jl., al deze bewijzen en verklaringen naar de prullenmand verwezen, toen het de aanklacht wegens gewapende opstand tegen mij en vijftig anderen, vernietigde. Het is uiterst ongewoon, dat men mij in Nederland beschuldigt van het opdragen of aanzetten tot moord in relatie tot de Kintanar en Tabara incidenten, terwijl de Filippijnse autoriteiten, onder wier jurisdictie zij vallen, die onderbrengen bij daden van gewapend verzet.
  5. Terwijl ik mij enerzijds aan het juridische front moet verdedigen, zal ik ook met hart en ziel mijn functie als politiek hoofdconsulent van het NDFP (National Democratic Front of the Philippines) in de vredesonderhandelingen met de GRP (Regering van de Republiek der Filippijnen) blijven vervullen en druk blijven uitoefenen op de implementatie van de ‘Comprehensive Agreement on Respect for Human Rights and International Humanitarian Law’ (CARHRIHL). In de komende maanden verwacht de onderhandelingsdelegatie van het NDFP in de vredesonderhandelingen met de GRP een delegatie van het Comité voor Vrede en Verzoening van de Senaat van de Filippijnen, functionarissen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Noorwegen, vertegenwoordigers van organisaties voor mensenrechten, en van religieuze en handelsorganisaties, die geïnteresseerd zijn in bescherming van de mensenrechten en het bereiken van een rechtvaardige vrede in de Filippijnen.
  6. Vanwege mijn functie als politiek hoofdconsulent van het NDFP vredesonderhandelingsdelegatie bezit ik een baaierd aan bestanden, publicaties, documenten en aantekeningen. Het gaat om materiaal met betrekking tot de GRP, inclusief het Kabinet van de President, de AFP (Armed Forces of the Philippines) en de PNP (Philippine National Police), het NDFP, de CPP, het NPA en andere geallieerde organisaties en verscheidene politieke instanties in de Filippijnen en daar buiten. Opdat ik mijn rol in de vredesonderhandelingen weer kan hervatten, moet ik mijn collectie aan bestanden en documenten, die in de war is gebracht door de invallen en de inbeslagnames, weer op orde brengen. Uit de notulen van de GRP-NDFP vredesonderhandelingen, wil ik bestrijden dat ik opdracht gegeven zou hebben tot vrijlating van krijgsgevangenen van het NPA. Deze krijgsgevangenen zijn vrijgelaten uit een goodwill maatregel ten aanzien van de onderhandelingen en de wederzijdse overeenstemming tussen de GRP en de NDFP onderhandelingsdelegaties.
  7. Ik kan slechts dan mijn verdediging voeren en de grote voorsprong van de politie en het Openbaar Ministerie inhalen, als ik vrij ben. Neemt U alstublieft in overweging, dat de Filippijnse autoriteiten al in 2005 voor mij belastend materiaal begonnen aan te dragen en dat de Nederlandse politie al in 2006 met haar onderzoek is begonnen. Het is niet meer dan eerlijk wanneer ook ik voldoende tijd krijg om mijn juridische verdediging op te bouwen.
  8. Ik ben niet rijk en mijn gezondheid laat me niet toe als vluchteling te leven. Er staat me geen andere weg open, dan me te verdedigen tegen deze valse en politiek gemotiveerde beschuldiging. Het is een lasterlijke, want ongegronde beschuldiging. Ik ben er van overtuigd, dat ik haar als zodanig kan ontmaskeren.
  9. Ik verkeer niet in de positie om welke getuige dan ook te kunnen intimideren. De getuigen tegen mij, die zich in de Filippijnen bevinden, staan onder bescherming van de Filippijnse autoriteiten. Maar de getuigen die voor mij zouden kunnen optreden, worden bedreigd en gehinderd door de Filippijnse regering, die berucht is geworden vanwege grove en systematische schendingen van mensenrechten.
  10. Ik bedank de instellingen, partijen, organisaties, personages en brede volksmassa’s in Nederland die hun solidariteit ten aanzien van mij hebben laten blijken en mij steunen met hun verontwaardiging over mijn opsluiting en mijn invrijheidstelling eisten. Zij bestrijden de bewering van het OM als zou ik de Nederlandse maatschappij geschokt hebben.

Dank u, dat u mij de gelegenheid hebt geboden het woord tot u te richten.

Noot: Prof. Jose Maria Sison kon voor het Hof van Beroep zijn verklaring slechts tot en met punt 5 voorlezen.