Een Filippijnse revolutionair, Gezuiverd van ‘Terrorisme’, Gearresteerd in Nederland

De zaak Jose Maria Sison

door Gary Leupp

Vertaald uit het Engels

4 september 2007

In de morgen van 28 augustus, vielen agenten in burger van de Nederlandse politie het huis binnen van de Filippijnse revolutionaire leider Jose Maria Sison in Utrecht en arresteerden hem op aanklacht opdracht gegeven te hebben tot het vermoorden van twee mensen in de Filippijnen in 2003 en 2004. Volgens zijn vrouw forceerden de agenten de deur zonder eerst aan te bellen of te kloppen en kneusden zij haar arm toen zij haar wilden beletten de telefoon te pakken. Ze haalden computers, documenten, cd’s en andere bestanden weg, waarmee ze tot de avond bezig waren, terwijl zij gedwongen was dat alles vanuit een stoel aan te zien. Op acht andere locaties werd tegelijkertijd huiszoeking gedaan.

Sison was op dat moment niet thuis. Luis Jalandoni, de voorzitter van de vredesonderhandelingsdelegatie met de GRP vertelt wat er gebeurde:

“De politie nodigde Prof. Sison uit voor een gesprek in verband met nieuwe ontwikkelingen terzake van een klacht die hij in 2001 had ingediend. In de veronderstelling dat het ging over het complot tegen zijn leven, opgezet door de toenmalige [Joseph] Estrada regering, nam Prof. Sison zijn advocaat en de benodigde papieren mee naar het politiebureau. Maar toen hij op het politiebureau aankwam, werd hij afgezonderd van zijn advocaat en zijn andere begeleiders. Die hoorden later dat Prof. Sison in het geniep was afgevoerd naar de gevangenis in Scheveningen, waar de Nazi’s ooit Nederlandse verzetsstrijders interneerden, op de duidelijk valse aanklacht als zou hij opdracht gegeven hebben tot het vermoorden van [Arturo] Kintanar en [Romulo] Tabara”.

Sison blijft voorlopig 14 dagen in eenzame opsluiting. Volgens zijn advocaat, Jan Fermon, luidt de officiële aanklacht “het aanzetten tot moord” in de Filippijnen.

De directe aanleiding vormden, volgens de Filippijnse pers, de beëdigde verklaringen, vorig jaar ingediend bij het Filippijnse Ministerie van Justitie door de weduwen van Kintanar en Tabara (voormalige communisten die uit de partij waren gezet) gevolgd door bezoeken aan de Nederlandse Ambassade in Manilla.

Sison woont sinds 1987 in Nederland. De 68-jarige voormalige professor in Engelse literatuur en erkend dichter was hoofd van de heropgerichte Communistische Partij van de Filippijnen van 1968 tot 1977. In die jaren boekte het NPA (‘New People’s Army), de militaire tak van de partij, enorme vooruitgang in de Volksoorlog tegen de door de VS gesteunde dictatuur van Ferdinand Marcos. Gevangen genomen door de troepen van Marcos in 1977, zat Sison jaren gevangen, waarvan anderhalf jaar geketend aan een bed, in eenzame opsluiting voordat hij in 1986 werd vrijgelaten door President Corazon Aquino na de ‘People Power’ revolutie die Marcos en zijn beruchte vrouw Imelda het land uitdreef. Sindsdien was hij voorzitter van de ILPS (International League of People’s Struggle) en politiek hoofdconsulent van het NDFP (National Democratic Front of the Philippines) bij de hortende vredesonderhandelingen met de regering in Manilla.

De CPP (Communist Party of the Philippines) heeft 20 jaar geleden verklaard dat Sison niet langer betrokken is in de operationele besluitvorming en slechts een adviserende taak vervult vanuit Europa. In 1986, toen hij uit de gevangenis kwam, vertrok Sison op een wereldtournee om lezingen te geven. In oktober van dat jaar ontving hij in Bangkok de ‘Southeast Asia WRITE award’ voor zijn boek met gedichten van de kroonprins van Thailand. Toen hij drie maanden later in Nederland was, kreeg hij te horen dat zijn paspoort was ingetrokken en dat hij in de Filippijnen was aangeklaagd onder de anti-subversie wet. Deze aanklachten werden later ingetrokken, net als alle volgende aanklachten ingediend door de autoriteiten in de Filippijnen.

Maar ondertussen had het ‘New People’s Army’ de controle verworven over 8000 dorpen, misschien wel 20% van het Filippijnse platteland. (In 2003 zei het NPA 128 guerrillazones, te hebben in 60% van de dorpen in het land.) Vanaf 2004 geldt het NPA als de grootste bedreiging voor het land in de ogen van de AFP (Strijdkrachten van de Filippijnen), d.w.z., gevaarlijker dan de Moslim separatisten en de met Al-Qaida verbonden bandieten van Abu Sayyaf). De VS, geschrokken door de vooruitgang bij de communisten, zonden direct na 9-11 (dat enorm hielp om overal ter wereld troepen in te zetten) troepen naar de Filippijnen, voor wat simpelweg het ‘Tweede Front’ in de ‘war on terror’ werd genoemd. Het officiële doelwit was Abu Sayyaf, maar de Filippijnse maoïsten zeggen dat zij het eigenlijke doelwit vormen van het Amerikaanse leger (in 1992 door de Filippijnse Senaat de deur gewezen, maar nu opnieuw uitgenodigd door de regering Macapagal-Arroyo).

In augustus 2002 verklaarde de VS Minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, onder wat klaroengeschal, dat besloten was Sison tot ‘terrorist’ te verklaren. De CPP en het NPA stonden al op de lijst van ‘buitenlandse terroristische organisaties’, die door het Ministerie van Buitenlandse Zaken was opgemaakt en als hamerstuk elke twee jaar door het Congres wordt bekrachtigd.

Om op de lijst te kunnen komen dient men (1) buitenlander te zijn, (2) bezig te zijn met terroristische activiteiten, en (3) de veiligheid van VS burgers of het ‘nationaal belang’ van de VS te bedreigen.

Volgens Sectie 212(a)(3)(B) van de ‘Immigration and Nationality Act’ van 1952 geldt als “terroristische activiteit, iedere activiteit die onwettig is volgens de wetten van de plaats waar die wordt gepleegd (of wanneer gepleegd in de VS, onwettig is volgens de wetten van de VS of van een Staat)” en daaronder vallen ondermeer kaping of sabotage aan vliegtuigen, schepen, of voertuigen; ontvoering; gewelddadige aanvallen op ‘internationaal beschermde personen’; moord; het gebruik van biologische, chemische of nucleaire wapens; het gebruik van explosieven of vuurwapens “met de bedoeling het direct of indirect bedreigen van de veiligheid van een of meer personen of het substantieel beschadigen van eigendom;” en/of te dreigen, of te pogen of te complotteren iets van het bovenstaande te doen, of mensen daartoe aan te zetten, of informatie te verzamelen over mogelijke terroristische doelen, of geld in te zamelen voor terroristische aanvallen.

Volgens deze definitie, is iedere gewelddadige opstand tegen iedere regering—hoe onderdrukkend ook—en waar dan ook, ‘terroristisch’, of kan als zodanig worden gedefinieerd door een zeker Ministerie van Buitenlandse Zaken dat door heel de wereld geassocieerd wordt met wetteloos geweld. (Daaronder zou zelfs de Amerikaanse Revolutie vallen en zijn de ‘Founding Fathers’ als ‘terroristen’ te brandmerken.) Maar Powells verklaarde de plaatsing van de CPP en Sison op de lijst als volgt: “De CPP, een maoïstische groep, werd in 1969 [sic] opgericht om de Filippijnse regering door middel van guerilla omver te werpen. De militaire vleugel van de CPP, het NPA is sterk gekant tegen iedere militaire aanwezigheid van de VS in de Filippijnen en heeft VS burgers gedood.” (Hieronder vallen een Amerikaanse legerkolonel, een militaire geheim agent, twee Amerikaanse luchtmacht soldaten, en twee employees van Ford gedurende de vele jaren dat de VS militaire bases had in de Filippijnen en actief steun verleende aan het Marcos regiem en zijn opvolgers bij het neerslaan van de opstand.)

Het voorbeeld volgend van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, plaatste de Raad van Europa (bestaande uit de Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU) de CPP en Sison op hun eigen terroristenlijst. Op 10 september 2002 kreeg Sison te horen dat in overeenstemming met de Nederlandse ‘sanctieregeling tegen het terrorisme’ zijn uitkering was stopgezet en zijn bankrekening bevroren. Hij diende zich ook wekelijks te melden bij een overheidsinstelling, dat was daarvoor, al meer dan tien jaar, eens in de maand. Dit ondanks het feit dat er nergens ter wereld strafzaken tegen hem hangende waren. De gemeente Utrecht, waar hij verblijft, wilde wel zijn uitkering hervatten op humanitaire gronden, maar alleen als hij daarmee zijn brandmerk als terrorist zou aanvaarden.

De Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken verklaart het besluit: “De VS beschouwen de activiteiten van CPP en NPA en Sison als een bedreiging voor Amerikaanse burgers en voor de nationale veiligheid van de Amerikaanse politiek. De CPP kenmerkt zich door een sterk anti-Amerikaanse houding. De organisatie is een fervent tegenstander van de pro-Amerikaanse politiek van de huidige Filippijnse regering en van de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in dat land. In de jaren 1980 en 1990 zijn zes Amerikanen omgekomen bij aanvallen van het NPA.” Met andere woorden, de VS oefenden sterke druk uit op Den Haag om Sison te demoniseren en te straffen voor zijn “houding”, zijn oppositie tegen de regering van Gloria Macapagal-Arroyo, en zijn betrekkingen met een organisatie die beschuldigd wordt van het doden van Amerikaanse militairen die de regering in Manilla steunen.

Dat besluit werd net anderhalve maand geleden (12 juli 2007) vernietigd door het Europese Hof van Eerste Aanleg (EFCI)—het Opperste Gerechtshof van de EU—hetgeen een gevoelige klap betekende voor de lastercampagne van de VS. Het in Luxemburg zetelende Hof concludeerde dat er nooit door een competente juridische autoriteit enig strafrechtelijk onderzoek was ingesteld tegen Sison met betrekking tot terroristische activiteiten. Het stelde dat de besluiten van de Raad van de EU tot en met 29 juni 2007 aangaande Sison ‘inbreuk maakten op de rechten van Prof. Sison.” en het verordonneerde de EU zelfs de kosten te vergoeden die Sison had moeten maken.

In een verklaring dd 13 juli 2007 zegt Sison:

“In de Filippijnen ben ik herhaaldelijk ontslagen van rechtsvervolging terzake van strafrechtelijke aanklachten. Toen het fascistische regiem van Marcos viel, werden de aanklachten van rebellie en subversie tegen mij ingetrokken. In 1992 werd de valse aanklacht wegens subversie uit 1988 vernietigd. In 1994 werd de aanklacht wegens meervoudige moord als gevolg van de bomaanslag op de Plaza Miranda [in 1971, waarbij acht leden van de Liberale Partij omkwamen en die door de regering Marcos werd gebruikt als voorwendsel voor het uitroepen van de staat van beleg] door de aanklager in Manilla afgewezen als gebaseerd op louter speculaties. In 1998 certificeerde het Ministerie van Justitie in de Filippijnen dat er geen strafklachten tegen mij hangende waren.

In 2003 begon het Arroyo regiem tegen mij aanklachten wegens rebellie en andere misdrijven te fabriceren. Maar in een besluit eerder deze maand heeft het Opperste Gerechtshof van de Filippijnen dezelfde valse aanklachten wegens rebellie tegen meer dan 50 beschuldigden, waaronder de Batasan 6, een aantal juridische adviseurs van het NDFP en mij, als van nul en gener waarde van tafel geveegd.”

Deze juridische nederlagen van de Filippijnse regering aangevoerd door de grotesk corrupte president Gloria Macapagal-Arroyo en van de door de VS georkestreerde aanval op Sison in Europa vormen de achtergrond van deze laatste aanval op de maoïstische leider. Deze keer wordt hij beschuldigd van verantwoordelijkheid voor het ombrengen van Tabara en Kintanar, twee voormalige maoïsten (begin jaren 1990 uit de CPP gezet), in 2003 en 2004 door het NPA en waarvoor het NPA de verantwoordelijkheid heeft opgeëist. Die twee waren in de jaren 1980 voorstanders van een strategie van stadsguerrilla, met name in Davao City, om met NPA ‘Sparrows’ soldaten en politieagenten aan te vallen. Zoals te verwachten, werd de strategie van stadsguerrilla in de hardste termen veroordeeld door de Filippijnse en de Westerse regeringen van die tijd, en het is curieus dat diezelfde regeringen nu hun rouwbeklag doen over de dood van hen die ze zeker, bij hun leven en welzijn, op hun terroristenlijst geplaatst zouden hebben. En het wordt nog curieuzer want de CPP zou het daarmee niet oneens zijn.

Gregorio Rosal, de woordvoerder van de CPP, verklaarde in een vijf pagina’s lange verklaring voor de Filippijnse media in 2004, dat het NPA slechts doodvonnissen uitspreekt over mensen die zich onloochenbaar schuldig hebben gemaakt aan zeer ernstige misdaden. Hij zei dat een Volkstribunaal Kintanar in 1993 veroordeeld had wegens de volgende ernstige misdaden:

  1. Het beramen, lanceren en propageren van gangster operaties, zoals ontvoering voor losgeld, bankroof, en het vervalsen van dollars terwijl hij nog lid was van de CPP. Rosal noemde als voorbeeld de ontvoering van een Japanse zakenman, Noboyuki Wakaoji in 1986 en van de Filippijnse eigenaar van Bombo Radyo, Roger Florete in 1989 waarvoor Kintanar en zijn mannen respectievelijk 10 miljoen VS-dollar en 15 miljoen peso opstreken.
  2. De diefstal van enorme geldbedragen van de Partij.
  3. Fractievorming en pogingen tot vernietiging van de revolutionaire beweging.

De CPP beschuldigde Kintanar er verder nog van dat hij “sinds 1992 als geheim agent optrad voor het leger en de politie van de regering in Manilla”, en betrokken was bij een “moordcomplot tegen Prof. Sison in Nederland” in 2000 (waaraan Jalandoni hierboven refereert, en waarvan Sison de Nederlandse autoriteiten op de hoogte stelde).

Tabara werd volgens de maoïsten op 26 september 2004 aangehouden door CPP functionarissen op een parkeerplaats. Toen zij hem wilden arresteren voor de moord op een bejaarde boerenleider, trok Tabara een wapen, waarop hij werd doodgeschoten. Dit gebeurde in een maatschappij waarin het aan de macht zijnde regiem doodseskaders inzet. De mensenrechtenorganisatie KARAPATAN stelt, dat er al meer dan 800 linkse activisten om het leven zijn gebracht sinds 2001. De Bush regering maakt zich daar niet druk om, evenmin over het feit dat er meer dan 1200 mensen op hun doodstraf zaten te wachten in juni 2006 toen het Filippijnse Congres een wet aannam waarin de doodstraf werd afgeschaft. Het officiële rechtssysteem in de Filippijnen staat algemeen bekend als frauduleus, maar de VS en hun bondgenoten verklaren dat legaal terwijl zij de volkstribunalen beschouwen als illegaal en als instrumenten van terroristen die verantwoording schuldig zijn aan Sison in zijn Utrechtse verbanningsoord.

Dit is de context waarbinnen de arrestatie van Sison plaatsvindt. Het gaat hier niet over moorden in de Filippijnen. Het gaat hier over de Volksoorlog in de Filippijnen, die de laatste paar jaar vooruitgang heeft geboekt, en neergeslagen moet worden. Het gaat hier over Amerikaanse druk op Europa om te buigen voor hun brede concept van ‘terrorisme’ en om het volledig benutten van het potentieel van de paranoia die de VS zaaien om elk anti-Amerikaans doel overal te demoniseren. Ik suggereerde al in juni 2002 dat er wel wat “rode doelwitten zullen opduiken in de ‘war on terror’” en Sison is al geruime tijd een van de belangrijkste mikpunten in die oorlog.

Zijn arrestatie in Nederland, uiteraard onder aanmoediging van de Bush regering, is niet alleen een aanval op een gerespecteerd leider, maar ook een waarschuwing aan allen die sympathiseren met wereldwijd revolutionair links en zijn gewapende strijd. Ondertussen kan het brandmerk van ‘terrorist’ flexibel worden toegepast op iedereen die daarvoor volgens Washington in aanmerking komt. Het State Department staat naar verluidt op het punt de Revolutionaire Garde van Iran —een hele tak van de strijdkrachten van een land— tot ‘terroristische organisatie’ te verklaren. Dit is wel een stapje verder dan het bedreigen van gewelddadige non-gouvernementele organisaties met dat brandmerk. Naar verluidt beschouwen de Europeanen deze stap als provocatief en zorgelijk (De VS maken zo de weg vrij om leden van de Revolutionaire Garde als ‘illegale combattanten’ te behandelen, die niet onder de Conventie van Genève vallen en dus gemarteld mogen worden in een oorlog met Iran). Maar het is de natuurlijke culminatie van de strategie van angst en haat zaaien van het duo Bush en Cheney.

Wie is de volgende? Wordt de hele Cubaanse Militie tot ‘terrorist’ verklaard? Het hele Venezolaanse of Russische of Chinese Leger? Het doet denken aan de Middeleeuwse Kerk met haar banvloeken tegen ketterij en haar vervolging van alles wat zij beschouwde als satanisme of hekserij. Zulke vloeken waren bedoeld om de dood af te roepen over een ieder als zodanig aangemerkt en een ieder te intimideren en te verstommen die hen zou willen verdedigen en de legitimiteit van de rechter aanvechten. Soms golden die vloeken hele volkeren. Men zou toch denken dat die pontificale arrogantie al enkele eeuwen geleden uitgestorven zou zijn, maar we hebben het weer terug in de vorm van de regering van de VS, bestaande uit religieus georganiseerde moordenaars en rovers, die probeert, maar er niet in slaagt, de wereld aan haar wil te onderwerpen met tactieken die doen denken aan zowel die van de inquisitie als aan de terroriserende fascisten uit de jaren 1930.

Met het verder oprukken van de maoïsten, met name in Zuid-Azië, neemt Washington ook de marxisten van andere pluimage op de korrel evenals hen die het ‘islamitische terroristen’ wenst te noemen. De regering van de VS blijft de Nepalese maoïsten terroristen noemen, ook al hebben die tijdelijk de wapens neergelegd en hebben ze zitting genomen in de nieuwe regering van Nepal. Zij moeten met schrik om het hart kennis genomen hebben van de maoïstische volksoorlog die zich in het kleine maar strategisch gelegen Bhoetan ontwikkelt.

Terwijl het de Cubaanse anti-Castro terrorist, Luis Posada Cariles, aan zijn hart drukt, de Brigade van God, van Jundallah in zijn aanval op Iran steunt, en zijn langdurige traditie van steun aan andere pro-VS terroristen als de beruchte Contra’s van Nicaragua voortzet, concentreert Washington zich vooral op revolutionairen als Sison, woedend omdat hun onverwoestbare opstandige geest nog steeds bestaat in een wereld die het als de zijne beschouwt en waarin het zich het recht op het monopolie van de terreur opeist.

***

Verscheidene Filippijnse Congresleden hebben zich verenigd voor de verdediging van Sison. Satur Ocampo van de partij Bayan Muna, (zelf gearresteerd in maart van dit jaar op ongegronde beschuldigingen in verband met een moordzaak van tientallen jaren her, maar toen weer vrijgelaten) denkt dat het Arroyo te doen is om de vredesonderhandelingen te saboteren. Zijn collega en partijgenoot, Teddy Casiño, is het daarmee eens. De arrestatie “zal resulteren in een totale oorlog en de vredesonderhandelingen doen stoppen,” zegt hij. Ocampo beschuldigt de Nederlandse en de Filippijnse regering ervan “samen onder een hoedje te spelen tegen Sison” en "dat de arrestatie niet volgens het boekje is verlopen, maar ik ben niet op de hoogte van de procedures", zegt hij. “Maar het lijkt wel erg veel op de praktijken hier, omdat zij ook zijn kantoor zijn binnengevallen en zij al het materiaal daar in beslag genomen hebben.” Crispin Beltran zegt dat de Nederlandse regering Sison wegens “absurde” aanklachten heeft gearresteerd met de bedoeling “de vredesonderhandelingen te saboteren en het NDFP aan te vallen.”

Onderwijl organiseren Nederlandse en Filippijnse supporters een handtekeningenactie. Inderhaast gearrangeerde demonstraties zijn gehouden in de Filippijnen, Nederland, de VS (New York en Los Angeles) en Hongkong. Voormalig VS Minister van Justitie, Ramsey Clark heeft zijn diensten als advocaat aangeboden, en hij beschrijft Sison als een “nobel persoon… en een inspirerend leider” en een “groot man”. “Iedereen die de zaak van vrede en vrijheid ter harte gaat dient zeer verbolgen te zijn over de arrestatie van Joma Sison,” zei hij verleden week tegen de leden van het New Yorkse Comité voor de Mensenrechten in de Filippijnen. “Sison is een grote geest waarvan de wereld kennis moet nemen, een machtige stem waarnaar de wereld moet luisteren. De demonisering zal ons vernietigen als we toestaan dat die blijft voortduren.”

Het is hartverwarmend dat een voormalig Minister van Justitie en voorganger van zulke walgelijke lieden als John Mitchell, Edwin Meese, John Ashcroft, en Alberto Gonzales, deze dingen nog steeds openlijk kan zeggen in deze proto-fascistische tijden. Het geeft de idee dat de wetteloosheid, die ons rechtssysteem infecteert (met name sedert 9/11 gerechtvaardigd door de zorgvuldig aangeblazen angst voor ‘terrorisme’) —een intimiderende wetteloosheid die de rechtssystemen van bondgenoten infecteert en het functioneren van de VN compromitteert— niet onaantastbaar is of noodzakelijk iedereen doet verlammen die misselijk wordt van het demoniseren en de leugens. Clark (79) die op het toppunt van de Vietnam-oorlog diende onder President Lyndon Johnson, is op de een of andere manier veranderd in een bijtende criticus van het imperialisme. Hetgeen zijn woorden temeer kracht verleent als van iemand die zich zorgen maakt over vrede en vrijheid en die wil luisteren.

Gary Leupp is Professor in de Geschiedenis aan de Universiteit van Tuft, en Adjunct Professor in de Comparatieve Religie. Hij is de auteur van Servants, Shophands and Laborers in in the Cities of Tokugawa Japan; Male Colors: The Construction of Homosexuality in Tokugawa Japan; en Interracial Intimacy in Japan: Western Men and Japanese Women, 1543-1900. Hij schrijft ook voor onbarmhartige kroniek van CounterPunch over de oorlogen in Irak, Afghanistan en Joegoslavië, Imperial Crusades.

Zijn email is: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.