SISON’S ECHTGENOTE BESCHRIJFT DE OVERVAL

door Julieta de Lima

Vertaald uit het Engels

Donderdag, 6 september 2007 (from www.zumel.com)

Ik ben Julieta de Lima en Prof. Jose Maria Sison is mijn echtgenoot. We wonen samen op de Rooseveltlaan 778 te Utrecht.

Op de morgen van 28 augustus, vertrok mijn man rond kwart voor negen voor een afspraak om half tien op het politiebureau van Overvecht. Iemand die zich voorstelde als de heer Vogel had op vrijdag 24 augustus telefonisch een afspraak gemaakt. De man wilde zogenaamd nieuwe ontwikkelingen bespreken, die zich zouden hebben voorgedaan in een zaak die mijn echtgenoot in 2001 aanhangig had gemaakt.

Zodra mijn man vertrokken was voor de afspraak, ging ik met een mok koffie mijn email bekijken. Na ongeveer een half uur besloot ik wat aan het huishouden te gaan doen, om te beginnen de badkamer. Toen ik met de vloer bezig was, hoorde ik een harde bonk op de voordeur. Ik stond op en liep door de keuken naar de gang, maar voordat ik de gang in kon komen, stonden daar al een paar man in mijn weg en ik zag nog meer mannen, sommigen met getrokken pistolen de andere kamers binnenrennen. Ik schreeuwde, “Wie zijn jullie en wat komen jullie doen?”

Toen ik de kamer wilde binnengaan, zei een man, ik denk dat het de teamleider was, dat zij van de politie waren en het huis wilden doorzoeken. Ik vroeg hem het huiszoekingsbevel te tonen met daarin waarnaar ze op zoek waren of anders te vertrekken. Maar zo’n bevel was er niet. Twee of drie man probeerden mij vervolgens duidelijk te maken dat een huiszoekingsbevel in Nederland niet nodig is en dat een huiszoeking zonder zo’n bevel legaal is. Straks komt de rechter, zeiden ze.

Toen eiste ik dat mijn advocaat, Mr Bernard Tomlow, gebeld zou worden, maar zij weigerden dat en zeiden dat de rechter die onderweg was, wel zou uitmaken of ik mijn advocaat zou mogen bellen. Zij dwongen me in een stoel, maar toen ik opstond om de telefoon te pakken, grepen ze me vast en drukten me weer in de stoel. Daarop begon ik te schreeuwen, 'Help, ik wil mijn advocaat!’ Vlak voordat de rechter binnenkwam was ik daarmee gestopt. Toen hij binnenkwam vroeg ik hem zich te identificeren en hij toonde zijn identiteitsbewijs. Ik las de naam L.K. van Zaltbommel. Ik zei hem, dat ik mijn advocaat hier wilde hebben. Hij zei, ‘Neen, dat is niet toegestaan’. Ik vroeg weer naar het huiszoekingsbevel met de specificatie wat waar gezocht moest worden, maar hij antwoordde, dat het wettelijk is in Nederland om zonder huiszoekingsbevel huiszoekingen te doen. En omdat ik er toen maar van uitging, dat hijzelf het huiszoekingsbevel was, vroeg ik hem waarnaar ze op zoek waren. Waarop hij maar bleef zeggen dat ze op zoek waren naar materiaal in verband met moorden in de Filippijnen.

De rechter bleef ongeveer een half uur om de inbraak en de overval en de huiszoeking en het afvoeren van dozen met paperassen, pc’s en allerlei soorten digitale media (externe harde schijven, usb flash disks, diskettes, cd’s, dvd’s, video en audio tapes, etc.) een schijn van legaliteit te verlenen.

De huiszoeking begon zodra de ‘rechter’ binnenkwam en duurde een hele werkdag. Een groep van vijf rechercheurs concentreerde zich op het onderzoeken en het kopiëren van de harde schijven van de computers. Een aantal andere groepen doorzocht tegelijkertijd verschillende delen van de woonkamer, de studeerkamer en de overige kamers, en ook de berging in het sousterain en de bergkast op het balkon. Eén groep verzamelde al het af te voeren materiaal en pakte het in dozen. Weer een andere groep maakte op een computer een soort lijst en etiketten voor de dozen. Maar ik heb nog steeds geen lijst gekregen van alles wat in de dozen werd afgevoerd.

Toen de ‘rechter’ al weg was, begon een van de rechercheurs mij vragen te stellen aan de hand van een paar vellen papier. Ik heb alleen geantwoord op de vragen naar mijn naam, adres, geboortedatum en geboorteplaats. Op de andere vragen weigerde ik te antwoorden, maar in plaats daarvan eiste ik mijn advocaat te laten komen. De vragen waren kennelijk in het Nederlands gesteld maar werden voorgelezen in een soort Engels en mijn reacties daar op of het ontbreken daarvan, werden genoteerd in het Nederlands. Ik werd gevraagd, maar weigerde het papier met de voorgelezen vragen en mijn onder protest gegeven antwoorden, te ondertekenen.

Ik vroeg om een gedetailleerde lijst van alles wat werd meegenomen, maar de teamleider, iemand die zich bekend maakte als de heer Bosboom van het bureau van de Landelijke Politie te Driebergen, zei dat ik, of mijn advocaat, een lijst zouden krijgen. Hij gaf me zijn visitekaartje, wat ik later doorgaf aan Michel Pestman toen ik die ‘s avonds na de huiszoeking, te spreken kreeg op het kantoor van Schoolplein Advocaten. Tot op vandaag, —dinsdag— hebben ik, nog mijn advocaat, zo’n lijst gezien.

Het zal me nog heel wat tijd kosten om mijn hele huishouding te doorlopen en een lijst te maken van wat allemaal is weggehaald en te analyseren hoe al die materialen zich verhouden tot de zogenaamde strafzaak die tegen mijn echtgenoot is aangespannen. De ‘rechter’, noch iemand anders van de rechercheurs, wilde me zeggen waarnaar het huiszoekingsteam speciaal op zoek was.

Ik kan slechts in het algemeen zeggen, dat heel die berg documenten, waaronder verschillende briefwisselingen op papier en op de verschillende soorten digitale media (harde schijven, diskettes, cd’s, dvd’s enz.), gegeven de algemene toestand van wetteloosheid onder overheidsautoriteiten, met name binnen de uitvoerende machten waaronder het leger en de geheime diensten, en de algemene toestand van politisering van de justitiële apparaten over heel de wereld en met name in de VS onder de noemer van de ‘war on terror’ van Bush, misbruikt kan worden om het leven en de veiligheid van al die mensen in de Filippijnen waarmee mijn echtgenoot betrekkingen onderhoudt, in gevaar te brengen.