Over de gecoördineerde hatelijke reacties van de Nederlandse ambassade en het Arroyo-regiem

door Prof. Jose Maria Sison
Politiek hoofdconsulent van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen

De Nederlands ambassade in Manilla en functionarissen van het Arroyo-regiem reageerden eenstemmig en vijandelijk op de uitspraak van het Europese Hof in Eerste Aanleg in Zaak T-47/03, Jose Maria Sison tegen de Raad van Europa. Zij denigreren deze uitspraak door te insinueren, dat zij van geen belang is voor het besluit van de Raad om mij ook na 28 juni 2007 op de terroristenlijst te houden.

De feiten waarover het Hof zich uitsprak, liggen hoofdzakelijk binnen de periode van het eerste besluit van de Raad om mij op de zwarte lijst te zetten van 28 oktober 2002 tot de laatste openbare behandeling van mijn zaak voor het Hof op 30 mei 2006. Daarbinnen viel ook het besluit van de Raad van 29 mei 2006. Maar het Hof heeft in zijn uitspraak nadrukkelijk ook het besluit van de Raad van 28 juni 2007 opgenomen. Daarom is de uitspraak direct van toepassing op het laatste besluit van de Raad om mij op de zwarte lijst te handhaven.

Ik nodig het publiek en de pers uit om de website van het Europese Hof van Eerste Aanleg te bezoeken en nauwkeurig het 55 pagina’s lange oordeel in mijn zaak te lezen. Het oordeel vernietigt daarin het laatste van de serie besluiten van de Raad om mij op de lijst te houden en mij illegale straffen op te leggen. Het oordeel zegt, dat de Raad mijn recht op verdediging heeft geschonden en heeft verzaakt redenen te geven voor haar besluit en inbreuk maakt op mijn recht op effectieve juridische bescherming.

Het Hof veroordeelt de Raad om mij als klager en het NDFP als interveneur alle kosten te vergoeden gerelateerd aan de rechtsgang. Het Hof spreekt zich niet uit over compensatie van mijn ingehouden uitkering door de Raad, noch over vergoeding van de door mij geleden materiële en immateriële schade, maar het oordeel maakt wel de weg vrij om Nederland daarvoor aansprakelijk te stellen in verdere processen op Europees niveau.

Het oordeel van het Hof heeft net zo goed betrekking op het besluit van de Raad van 28 juni 2007, omdat dat besluit dezelfde manco’s vertoont als het besluit van 29 mei 2006 en net zoveel inbreuk maakt op mijn recht op verdediging en effectieve juridische bescherming. Voorafgaand aan haar besluit van 28 juni 2007 zond de Raad mij een brief dd 23 april 2007, waarin zij dezelfde leugens herhaalde als eerder voorgelegd aan het Hof. Ik heb daarop mijn mening gegeven in een brief dd 22 mei 2007. De Raad heeft mij niet willen horen voorafgaand aan haar besluit van 28 juni 2007. Zij bood mij geen wederhoor noch weerwoord. Al meer dan vier jaar ontloopt de Raad haar verantwoordelijkheid voor het schenden van mijn rechten.

Tot op de dag van vandaag ben ik nog nooit opgeroepen voor een onderzoek naar enige door mij gepleegde daad van terrorisme. Noch in Europa, noch elders ben ik ooit door politie of rechtbanken verhoord of in staat van beschuldiging gesteld. Ook in de Filippijnen ben ik daarvoor nooit aangeklaagd. Pas op 15 juli 2007 wordt de antiterrorisme wet daar van kracht. En deze repressieve wet wordt nu bestreden voor het Opperste Gerechtshof als zijnde een schending van de Verklaring van de Mensenrechten.

De vijandige reactie van de Nederlandse ambassade en de Filippijnse functionarissen op de gunstige uitspraak die het Hof in mijn zaak heeft gedaan weerspiegelt de arrogantie, de kwaadaardigheid en de opzettelijke wreedheid van staatsautoriteiten onder invloed van de ‘war on terror’ van Bush in de draconische wereld van imperialistische plunder, fascisme en agressie. Achter de schermen zijn de regeringen van de VS, Nederland en de Filippijnen al bezig de Raad van Europa op te stoken het oordeel van het Europese Hof van Eerste Aanleg te omzeilen of te negeren en de juridische strijd aan te laten slepen en mij onderwijl te blijven vervolgen.

Ik spreek uit ervaring. Ik weet hoe de Nederlandse regering mij een legale status en een verblijfsvergunning heeft weten te onthouden ondanks dat ik door haar hoogste administratieve rechtscollege, de Raad van State, ben erkend als politiek vluchteling. De Nederlandse regering is de meest actieve ijveraar binnen de Raad van Europa voor de plaatsing van mij op de terroristenlijst en gaat daarbij zover de voor mij gunstige uitspraken van 1992 en 1995 van de Raad van State in mijn asiel procedure te verdraaien en te vervalsen.

Mijn raadslieden en ik eisen van de Raad van Europa het oordeel van het Hof te aanvaarden en te eerbiedigen. We rekenenen er op dat de Raad binnen de termijn van twee maanden beroep zal aanteken tegen de uitspraak van het Hof. Een dergelijk beroep zal de volgende ronde van een langdurig juridisch proces in gang zetten, tenzij het Hof besluit de procedure te bekorten.

Terwijl het juridisch gevecht doorgaat, zal ik als gebrandmerkte terrorist vogelvrij blijven voor openlijk aangezette haat en geweld tegen mijn persoon en zal men zijn laarzen blijven afvegen met mijn rechten en mij als maatschappelijk dood beschouwen, beroofd van alle economische bestaansmiddelen, zoals gebruik was in het Frankrijk van voor de revolutie. Ik heb echter al één slag binnengehaald in de vorm van de uitspraak van het Europees Hof van Eerste Aanleg.

Ik doe een beroep op alle mensen, partijen, organisaties en bewegingen die mij gesteund hebben in mijn juridische en politieke strijd ter verdediging van mijn fundamentele rechten en vrijheden, om ferm, waakzaam en militant op te treden tegen de krachten van imperialistische plunder, fascisme en agressie. Deze duivelse krachten zijn onvermoeibaar in het uitbuiten en onderdrukken van mensen. Zij worden door hebzucht en bloeddorst aangedreven bij het onderdrukken van hen die strijden voor nationale bevrijding van onderdrukte volkeren, voor democratie en sociale gerechtigheid voor de werkende mensen, voor vooruitgang en wereldvrede. We moeten onze strijd voor een betere wereld voortzetten.