De Uitspraak van het Europese Hof van Eerste Aanleg is een Overwinning voor de Gerechtigheid

Persverklaring, 13 juli 2007 door Prof. Jose Maria Sison
Politiek Hoofdconsulent van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen

De uitspraak van het Europese Hof van Eerste Aanleg (EHEA), die vernietigend is voor het besluit van de Raad van Europa om mij als ‘terrorist’ op hun zwarte lijst te zetten, is een overwinning voor de eerlijkheid en de redelijkheid. Het is niet louter een overwinning mijnerzijds. Het is een overwinning voor alle mensen, voor mijn team van juristen, voor het NDFP, dat optrad als interveneur en voor het Internationaal Comité DEFEND. Zij hebben mij vastberaden en energiek gesteund en voor gerechtigheid en tegen mijn vervolging gestreden. Ik wil hen hierbij allen dank zeggen.

De uitspraak van het EHEA is ook van toepassing op het besluit van 29 juni 2007 van de Raad van Europa om mij net als met haar besluit van 29 mei 2006 op grond van dezelfde valse beschuldigingen en in weerwil van mijn recht op een eerlijk proces als ‘terrorist’ op haar zwarte lijst te handhaven. Het Hof spreekt uit dat de Raad van Europa mijn recht op verdediging met voeten heeft getreden, dat de Raad verzaakt heeft aan haar verplichting haar besluit, mij als ‘terrorist’ op haar zwarte lijst te zetten, met redenen te omkleden en dat de Raad mijn recht op juridische bescherming heeft geschonden. De uitspraak maakt voor mij de baan vrij om compensatie te eisen voor de sociale uitkeringen welke mij werden ontzegt en voor de morele en materiële schade die ik heb opgelopen. Het Hof oordeelt verder dat de Raad van Europa ook alle kosten, gemaakt door mij en het NDFP, als interveneur, om mijn recht te krijgen, moet betalen.

In actieve collaboratie met de regeringen van VS, de Filippijnen en van Nederland heeft de Raad van Europa mij beschuldigd van de heilloze misdaad van terrorisme. Maar zij hebben mij nooit in kennis kunnen stellen van enige specifieke aanklacht wegens terrorisme en ik ben nooit opgeroepen voor een strafonderzoek of vervolgd wegens welke specifieke daad van terrorisme dan ook. Toch ben ik gedurende meer dan vier jaar herhaaldelijk zonder meer als ‘terrorist’ gestigmatiseerd. Daarbij is inbreuk gemaakt op mijn rechten en vrijheden. Ik ben ten onrechte onderworpen aan sancties die feitelijk strafmatregelen waren, zoals de bevriezing van mijn bankrekening, het verbod om te werken en de stopzetting van mijn sociale uitkering en aan officieel aangemoedigde openlijke haat en geweld tegen mijn persoon en mijn eer.

Zoals gezegd, heb ik mij nooit schuldig gemaakt aan terrorisme en heeft men naar mij nooit een onderzoek ingesteld wegens enige daad van terrrorisme. Om van mij een ‘terrorist’ te maken beweert de Raad van Europa, in navolging van de VS, dat ik voorzitter ben van de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) en hoofd van het Nieuwe Volksleger (NPA). De Raad stelt de nationale bevrijdingsbeweging van het Filippijnse volk valselijk voor als ‘terrorisme’, zelfs wanneer de Filippijnse regering, op grond van de Hernandez doctrine over politieke misdaden, de revolutionairen slechts wegens rebellie mag vervolgen.

De Raad van Europa verdraait ook de uitspraken van de Raad van State van 1992 en 1995 en van de Eechtseenheidskamer van 1997 aangaande mijn asiel en verblijf, als uitspraken waarin ik schuldig ben gebleken aan terrorisme. Maar alle bovengenoemde hoven hebben mij erkend als een politiek vluchteling volgens Art. 1A van het Vluchtelingen Verdrag. De huidige geneigdheid van bepaalde Europese autoriteiten om leugens op te dissen en strafmaatregelen op te leggen aan vluchtelingen, buitenlandse arbeiders en gekleurde mensen is een uiting van imperialistische en fascistische impulsen.

In de Filippijnen zijn herhaaldelijk strafrechtelijke aanklachten tegen mij ingediend die op niets uitliepen. Bij de val van de fascistische Marcos-dictatuur zijn alle aanklachten wegens rebellie en subversie tegen mij ingetrokken. In 1992 werd een aanklacht wegens subversie, waarover in 1998 weer drukte werd gemaakt, vernietigd. In 1994 werd een aanklacht wegens meervoudige moord naar aanleiding van de bomaanslag op het Plaza Miranda, geseponeerd door het openbaar ministerie in Manilla, als zijnde gebaseerd op pure speculatie. In 1998 heeft het Filippijnse Ministerie van Justitie gecertificeerd dat er geen strafrechtelijke aanklachten tegen mij liepen.

In 2003 begon het Arroyo-regiem te zoeken naar mogelijkheden om mij aan te klagen wegens rebellie en andere niet politieke misdaden. Maar begin deze maand heeft het Opperste Gerechtshof van de Filippijnen alle beschuldigingen van rebellie tegen meer dan 50 beschuldigden, waaronder de Batasan 6, een aantal juridische adviseurs van het NDFP en mijzelf, als leeg en ongegrond teruggewezen. Het Arroyo-regiem kan voornoemde beschuldigingen dus nooit meer van stal halen voor een nieuwe zaak wegens rebellie of terrorisme onder de nieuw ingestelde wet op de Veiligheid voor Mensen (de anti-terrorismewet).

Het is tenhemelschreiend, dat het VS-imperialisme onder de ‘war-on-terror’-politiek van Bush, de Raad van Europa en lidstaten van Europese Unie heeft weten te betrekken in agressieoorlogen als in Irak en Afghanistan, hen heeft weten over te halen tot wetgeving en uitvoeringsmaatregelen met een fascistisch karakter en onderdanige regiems als het Arroyo-regiem heeft weten aan te zetten tot het schenden van mensenrechten en hun straffeloosheid waarborgt, en dat alles zogenaamd om het terrorisme te bestrijden. Ik hoop dat de huidige isolering en ineenstorting van het Bush-regiem in de VS vanwege zijn misdaden van agressie en onderdrukking de Raad van de EU en de EU-lidstaten tot bezinning zal brengen.

Het verheugt mij ten zeerste als mijn strijd voor gerechtigheid en tegen de ‘terorristenlijst’ een bijdrage heeft mogen leveren aan de strijd van de mensen voor democratische gerechtigheid en tegen de krachten van imperialistische plunder, fascisme en agressie. Ik ga vast en zeker door met de strijd want de vernietiging van het besluit van de Raad van Europa om mij te brandmerken als ‘terrorist’ is nog maar de eerste stap in mijn strijd voor de volledige respectering van mijn fundamentele rechten en vrijheden en omdat, en dat is uiterst belangrijk, de mensen, in het bijzonder de zwaarst vervolgden, hun wil moeten verenigen om hun rechten en vrijheden hoog te houden, te verdedigen en uit te breiden tegen de imperialistische reactie.