De Nederlandse Regering Schendt de Politieke en Burgerrechten van Prof. Sison

Uittreksel uit de presentatie van de Belgische jurist Jan Fermon voor het Permanent Volkerentribunaal te Den Haag
op 23 maart 2007

Op 12 augustus 2002 werd Prof. Sison, politiek hoofdconsulent van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP), geplaatst op de terroristenlijst opgesteld door de Verenigde Staten.

Op dezelfde dag verscheen zijn naam op een gelijkaardige lijst in Nederland.

Als gevolg hiervan werd zijn bankrekening geblokkeerd, zijn uitkering van € 200 stopgezet, en kon hij zich nergens meer tegen verzekeren, zelfs niet tegen ziektenkosten. Men beval hem zelfs zijn woning, die hij huurde van de lokale overheid, te verlaten terwijl zijn vrouw en zoon daarin konden blijven.

De Nederlandse autoriteiten weigerden desgevraagd redenen aan te voeren voor hun optreden. Op vragen van een lid van de Tweede Kamer antwoordde de Minister van Buitenlandse Zaken dat er geen strafrechtelijk onderzoek liep tegen Prof. Sison en dat er zelfs niet genoeg aanwijzingen waren om een dergelijk onderzoek te starten. Toen Prof. Sison aankondigde dat hij de Nederlandse autoriteiten voor het gerecht zou dagen en zij problemen voorzagen, wisten de Nederlandse autoriteiten de Raad van Europa er toe te bewegen Prof. Sison op de Europese terroristenlijst te plaatsen en schrapten zij de naam van Prof. Sison van de Nederlandse lijst, waardoor een gerechtelijke procedure in Nederland onmogelijk werd.

De zaak werd aanhangig gemaakt bij het Hof van Eerste Aanleg van de Europese Unie en is vandaag, bijna vijf jaar na de plaatsing op de terroristenlijsten, nog steeds hangende. De Nederlandse regering en de Europese Unie hebben al die tijd nog niet het geringste bewijs kunnen leveren van de betrokkenheid van Prof. Sison bij terrorisme. Maar waarom blijft de regering zo halsstarrig?

Ten eerste. Bij verschillende gelegenheden is Prof. Sison gezegd dat hij van de lijst geschrapt zou worden wanneer het NDFP zou instemmen met een zogenaamd vredesverdrag met het regiem van Arroyo. Dat zou natuurlijk geen vredesverdrag zijn, doch louter een capitulatie, waardoor de in tien jaar geleverde inspanningen om in overleg de grondoorzaken van het gewapend conflict op te lossen, over boord gegooid zouden worden.

Ten tweede. Het brandmerken van Sison, het NDFP en het Nieuwe Volksleger (NPA) als ‘terroristen’, is absoluut noodzakelijk ter rechtvaardiging van de staatsterreur in de Filippijnen tegen activisten van de brede volksbeweging. Met deze goocheltruc verandert het Arroyo-regiem boeren die land eisen, landarbeiders met looneisen, advocaten en geestelijken die hun mensen bijstaan, van maatschappelijke activisten in medeplichtigen van terroristen die dus vogelvrij zijn en straffeloos geëlimineerd kunnen worden.

De wederrechtelijke plaatsing van Prof. Sison, de Communistische Partij Filippijnen (CPP) en het NPA op zwarte lijsten door de VS en de EU is daarom een sluitstuk in de rechtvaardiging van de misdaden van de staatsorganen in de Filippijnen en zet Leger en Politie daadwerkelijk aan tot het straffeloos begaan van deze wandaden. Met andere woorden: dit ongerechtvaardigd zwart maken resulteert in zeer ernstige inbreuken op de elementaire rechten, niet alleen van Sison, maar kost elke dag opnieuw mensenlevens in de Filippijnen.

Op zijn website legt het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken op tamelijk naïeve wijze het mechanisme bloot: na uit de doeken gedaan te hebben dat er meer dan 150 Nederlandse bedrijven actief zijn in de Filippijnen en dat Nederland daar een van de grootste investeerders is, betreurt de website het bestaan van slechts één enkele smet op deze financieel zo vruchtbare relatie: de aanwezigheid in Utrecht van wat wordt gekwalificeerd als “Sison en de Communistische leiding”. Maar de site zegt verder dat de Filippijnse regering “zeer tevreden is met de bevriezing van de tegoeden van Prof. Sison, het NPA en de Communistische Partij door de Nederlandse autoriteiten op verzoek van de VS”.

Kan het nog duidelijker: het gaat hier om inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van de Filippijnen in het belang van de Nederlandse transnationale ondernemingen en in onderhorigheid aan de regering van Bush.