De Revolutionaire Optie

Bron: door Carol Pagaduan-Araullo

Carol Pagaduan-AraulloCarol Pagaduan-Araullo

De baas van de Filippijnse krijgsmacht (AFP), Gen. Victor Ibrado, heeft kortgeleden toegegeven dat het niet mee zal vallen om de streefdatum, vastgesteld door de de facto leger-chef Gloria Arroyo, drie jaar geleden, om de al tientallen jaren durende communistische opstand in 2010 de kop in te drukken, te halen (Philippine Star, June 22, 2009). Dit ondanks dat hij en zijn voorgangers altijd liepen te brallen dat zij op schema lagen bij de vernietiging van het Nieuwe Volksleger (NPA).

Het slappe excuus is, dat de gewapende guerilla's "steeds van plaats verwisselen en ergens anders gaan vechten", ook als de AFP zogenaamd de politieke en militaire infrastructuur van talloze rebellenfronten had "ontmanteld".

Men hoeft geen expert in militaire strategie en tactiek te zijn, om te weten, dat guerilla's van nature flexibiliteit aan de dag leggen en steeds van tactiek veranderen. Dat is nu eenmaal het antwoord van de guerillero op de overweldigende superioriteit, in termen van aantallen wapens, van de krijgsmacht van de staat. Zij maken gebruik van de gunstige fysieke en maatschappelijke omstandigheden op het platteland — d.w.z. ruige bergen en nog bestaand oerwoud alsook van de steun van de boerenbevolking in haar revolutionaire oorlogsvoering.

Heersende regimes verkondigen van oudsher de komende ineenstorting van gewapende revolutionaire bewegingen zoals zij ook steeds de democratische protestbewegingen minimaliseren. Zij willen kracht en stabiliteit uitstralen en de illusie wekken van acceptatie door het publiek als het al geen steun is, omdat de overheid hervormingen lijkt door te voeren gericht op de oorzaken van het gewapend conflict en de protestbewegingen.

Misleidende propaganda werkt tot op zekere hoogte, gegeven de middelen van de overheid en de talrijke manieren om de massamedia te bespelen, als het al geen controleren is. Maar de werkelijkheid laat zich niet verbloemen, en de waarheid komt zo overduidelijk aan het licht, dat de hielenlikkers van het regiem hun woorden moeten inslikken en slappe smoesjes verzinnen of in de meest schaamteloze leugens volharden.

Begin jaren 1970 verklaarde president Ferdinand Marcos, dat het NPA in de knop gebroken was, omdat het AFP meer dan een dozijn geweren had geconfisceerd bij een overval in Tarlac. Maar voor het jaar voorbij was, had het NPA de wapenkamer van de Philippine Military Academy geplunderd, en wist daarmee het verlies meer dan goed te maken.

In de jaren 1980 zworen Minister van Defensie, Juan Ponce Enrile en Regional Unified Command Commanding General Romeo Gatan de Cagayan Valley binnen het jaar te zuiveren van het NPA. Dat lukte uiteindelijk niet, klaagden zij, omdat het NPA niet fatsoenlijk wil vechten met de AFP.

In de jaren 1990 verklaarde AFP-baas, Gen. Abadia, Oplan Lambat Bitag een succes en wist te melden dat het NPA tegen 1995 weggevaagd zou zijn. Zijn opvolger, Gen. Enrile, verklaarde een beslissende overwinning op het NPA, maar moest later toegeven dat het NPA op een druivenstok lijkt. Die kan zijn bladeren en vruchten verliezen, maar zolang hij nog wortels heeft komt hij steeds weer terug.

Toen kwam het huidige anti-opstand programma, Oplan Bantay Laya, over heel de wereld berucht vanwege de opzettelijke en brutale visering van verdachte burger sympathisanten van de revolutie, inclusief ongewapende activisten, voor "neutralisering"—militair bargoens voor standrechtelijke executie, ontvoering, illegale arrestatie en gevangenschap op valse aanklacht en andere manieren om hele leefgemeenschappen te terroriseren om hen er van te weerhouden steun en versterkingen te leveren aan de zogenaamde "vijand". De AFP-documentaire Knowing the Enemy rechtvaardigt dergelijke staatsterreurtactieken als het cruciale stuk wat nog ontbrak in de strategie van de AFP, om het falen daarvan weg te redeneren.

De frustratie en de wanhoop binnen het AFP werd verwoord door een hoge generaal, die een gekend voorstander is van extrajudiciale moorden, die gezegd zou hebben dat, "als dat niet zal werken, dan werkt niets meer". Dit zijn dezelfde woorden als die van een CIA officier toen hij de inzet van Oplan Phoenix tegen burgerdoelen wilde aanprijzen.

Het Arroyo regiem kan niet begrijpen waarom een politiek van totale oorlog nooit de door de communisten geleide gewapende revolutionaire beweging, zal kunnen verslaan. Want mevr. Arroyo, haar generaals (zowel die in actieve dienst als die welke worden hergebruikt op belangrijke civiele posten), en andere rechtsen in het kabinet, willen niet zien, dat juist de enorme ongelijkheid, de extreme onderdrukking en de uitbuiting, inherent aan het heersende systeem, de brandstof leveren voor het gewapende conflict en de maatschappelijke onrust. En dat geen legermacht of strategie of tactiek opgewassen is tegen de gerechtvaardigde strijd van het volk, of die nu gewapend is of niet.

Zij ontkennen de werkelijkheid en weigeren de waarheid te accepteren, ook al staat die levensgroot voor hun neus, omdat hun eigen belangen zo zeer gediend zijn bij de verdediging en de instandhouding van de status quo, nog afgezien van de bevordering van de particuliere en egoïstische belangen van de Arroyo-kliek.

Het is jammer voor de reactionairen dat er een revolutionaire beweging bestaat van eigen bodem, met een heldere historische analyse van de problemen van de Filippijnse maatschappij en een passend programma om die te verhelpen.

Of je er nu mee sympatyiseert of niet, het feit blijft, dat deze revolutionaire beweging er is en een duidelijke politieke invloed heeft. Zij blijft het heersende systeem en het aan de macht zijnde regiem voortdurend uitdagen en confronteren met de mogelijkheid om het van crisis naar crisis hollende systeem op een dag omver te werpen en een radicaal verschillend alternatief daarvoor in de plaats te stellen, met een hele set van nieuwe politieke idealen, beginselen, waarden en normen om niet te spreken van hun sociaal-economisch programma. Zowel de belofte van diepgaande veranderingen en de toenemende kracht van deze beweging maken het ongemakkelijk voor het Arroyo-regiem en brengen de hele heersende klasse van hun stuk.

En mocht de Arroyo-kliek, om tegen de grondwet in mevr. Arroyo ook na 2010 aan de macht te houden, overgaan tot een regelrechte perversie van de nog resterende bolwerken van de democratie via manipulatie van het Congres en het Hooggerechtshof en door het afkondigen van de noodtoestand, dan is er altijd nog een groot platteland, dat voorzien kan in schuilplaatsen evenals in gevechtsterreinen, indien de tot nu toe legale, democratische processen en rechten zo wreed worden ingeperkt.

De Senaat President, Ponce Enrile, waarschuwt voor een revolutie mochten de verkiezingen van 2010 niet door kunnen gaan vanwege het falen van het automatisch verkiezingssysteem dat wordt opgezet door de Kiescommissie. Mijnheer Enrile probeert zich er met een grapje vanaf te maken, omdat hij, als een van de architecten van de krijgstucht onde dictator Marcos, heel goed weet, dat de revolutie toen en nu over heel het land aan de gang was en is. Die komt in gewapende vorm tot uitdrukking op het platteland terwijl zij in de steden opborrelt in de verschillende protestvormen en massa-acties. In een maatschappij als de Filippijnse, die permanent in crisis verkeert, is revolutionaire beweging een onvermijdelijk en voor vele sectoren zeer welkom bijproduct.

Misschien bedoelt Senator Enrile, dat de misleidende opsmuk van de elite-democratie in dit land snel, dramatisch en onherstelbaar zal tanen, mocht het verkiezingscircus, dat gepland is voor 2010 compleet in het water vallen. Dan zal revolutie voor veel meer Filippino's veel meer zijn dan een theoretische optie.

Vertaling NotaBene