In Dienst van het Volk: een Mosterdzaadje

door Ruel Muñasque

vertaald uit het Engels

ruel munasqueruel munasque Twee weken voor mijn ontvoering had ik net een nieuwsartikel gelezen over de alarmerende en steeds stijgende aantallen buitengerechtelijke executies, verdwijningen en andere brutale vormen van mensenrechtenschendingen in ons land. Bijgestaan door “Oplan Bantay Laya” van het VS-Arroyo regiem voerden de Strijdkrachten van de Filippijnen een intensieve campagne om hun tegenstanders uit te schakelen. De belangrijkste doelstelling van deze nieuwe antioproer campagne is, het stoppen van de historische communistische revolutionaire beweging in het land. Dit lijkt nieuw, maar het is een klassieke methode van een fascistische reactionaire regering om een decadent maatschappelijk systeem te verdedigen. De meeste slachtoffers zijn organisatoren, leden en leiders van een legale parlementaire strijd die de elementaire burgerrechten van ons volk in stand willen houden.

Als leiders van een boerenorganisatie maakten wij plannen voor het opzetten van een uitgebreide onderwijscampagne en bewustwordingsprogramma in onze gebieden waar veel boeren lijden onder de mensenrechtenschendingen. Samen met mijn collega’s ontwierpen wij een uitgebreide mensenrechtencampagne met als belangrijkste doelstelling de blootlegging van en het verzet tegen de toenemende militarisering in de plattelandsgebieden van Zamboanga del Sur.

Ongelukkigerwijs werd ik, samen met mijn collega, op 24 oktober 2007 om een uur of 10 ‘s avonds op weg naar Pagadian City door bloeddorstige huurlingen van het VS-Arroyo regiem opgepakt. Ik zie nog de gezichten voor mij van die fascisten die hun geweer richtten op ons. Zij fouilleerden ons en namen onze portefeuilles, telefoons en andere eigendommen in beslag. We werden geblinddoekt en geboeid en zo naar een plek gebracht voor verder onderzoek. Vanaf bijna 11 uur in de avond tot de volgende morgen 8 uur werd ik onderworpen aan de ellende van tactische ondervraging en een reeks psychologische martelingen.

“Dien het volk!” deze patriottische belofte ging steeds door mij heen die nacht toen ik in handen van mijn overweldigers was. “Is dit mijn reis?” vroeg ik me af, en een koude wind omknelde mijn ziel en van lieverlee begon de angst diep in mijn hart voelbaar te worden. Ik wist dat er voor het dienen van zelfs de minste van je naasten offers nodig zijn en dat er onvoorwaardelijke betrokkenheid en toewijding van je gevraagd worden. Onze zaak voor sociale hervormingen en eerlijke ontwikkeling voor de gewone mensen, eist van ons dat wij steeds bereid moeten zijn om alle kansen en hindernissen onderweg onder ogen te zien. “Ik heb in deze zaak kameraden gezien die hun families, vrienden en geliefden verloren, en anderen hebben heldhaftig hun leven geofferd voor de zaak.”

Die nacht realiseerde ik mij, dat ik een van de slachtoffers van de 181 ‘desaperacidos’ in het land was en ik voelde me alsof ik levend begraven werd. Er was geen uitweg en ik moest me er bij neerleggen, want dit was het pad dat ik gekozen had om “de mensen te dienen”.

Dienstbaarheid was een ideaal thema voor onze jonge mensen in de kerk. Wij probeerden te leven volgens het concept van ware naastenliefde voor de allerminsten van ons volk, zoals Jezus het ons heeft geleerd. Soms was ‘dienen’ een heel populair thema in onze kerk om het goede nieuws bij de mensen te brengen. Maar dat goede nieuws wordt vaak niet door de mensen gehoord, omdat goed nieuws niet bestaat voor mensen zonder maatschappelijke gerechtigheid; zolang deze bloedige misdaden van buitengerechtelijke moorden, verdwijningen, kwellingen, martelingen en illegale arrestaties, waaronder voornamelijk boeren, arbeiders en andere progressieve mensen, onopgelost blijven.

Ja, die nacht voelde ik mij als een mosterdzaadje dat bergen in beweging kan zetten. Het is voor mij niet zomaar een leus op een t-shirt maar een belofte van onsterfelijke, onvoorwaardelijke liefde voor ons hard werkende volk. Het volk dat onderworpen is aan deze demonische maatschappelijke orde.

Hoop in het graf!

Van 24 oktober tot 5 november 2007 had ik slapeloze nachten en indigestie. Waarschijnlijk door de mentale stress van de aanhoudende geestelijke marteling, psychologische dreigementen en tactische ondervraging die ik bijna dagelijks moest ondergaan.

Omdat ik was ontvoerd door gezamenlijke eenheden van de 53e IB, Militaire Inlichtingenbataljon en Militaire Inlichtingengroep – ISAFP, duurden mijn ondervragingen lang, want elke eenheid moest mij elke dag afzonderlijk ondervragen. Zij dwongen mij op slinkse wijze een beëdigde verklaring van vrijwillige overgave te tekenen en namen foto’s van mij met deze valse documenten en een granaat in mijn handen. Ik voelde me zo vernederd en hulpeloos, maar ik kon geen kant op, en zeker niet de waarheid spreken.

“Dagen tellen tussen die vier grijze muren in een buitenpost van de MIB in de TABAK-divisie van het Filippijnse leger, alsof je in je eigen graf ligt.”

In die ellendige dagen voelde ik me hopeloos en doodmoe van het wachten op hulp. Soms wordt iemands betrokkenheid, geloof en uithoudingsvermogen getest. De druk en dreiging probeerden steeds mijn moreel klein te krijgen. En ik bespeurde geen hulp in mijn koude graf.

Hun dreigende aanwezigheid intimideerde mij, zij hadden mij volkomen in hun macht, mijn leven, mijn vrijheid en zij dicteerden zelfs mijn ziel zijn principes te laten varen. Heel langzaam duwden zij mij naar de rand van de afgrond.

“In mijn graf dwongen zij mij te kiezen voor mijn lot..., of samenwerken met hen, of te worden gevangen genomen en mogelijk te worden geëxecuteerd? Het was een keus die het lot van deze reis zou bepalen. Ik wist, dat wat ik ook zou kiezen, ik een gevangene zou blijven, er was geen enkele manier om vrij te komen...”

Het was wellicht het beste om “het spel te spelen” dat zij wilden, het duivelsspel, de enige keus die over was. Een hopeloze keus in een hopeloze situatie waarin niemand mij kon helpen. Ik was zo bang voor de dood en zo bang om mijn geliefden te verliezen als ik niet zou meewerken met hen. Maar ik wilde ook niet toekijken hoe deze misdadigers mijn volk vervolgen en hun kwade plannen uitvoeren ten koste van vele onschuldige mensen die alleen maar onze dromen willen realiseren. Dromen over een rechtvaardige en sociale maatschappij waarin recht, vrede en gelijkheid heersen.

Toen herinnerde ik mij plotseling enkele bijbelteksten: “de Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water, daar geeft Hij mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden, tot eer van zijn naam. Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij, uw stok en uw staf geven mij nieuwe moed.” Gerechtigheid overwint het kwade en ik hoef duivel noch dood te vrezen.

Toen ik mijn zuster door de telefoon sprak, was er een sprankeltje hoop in mij. Die hoop gaf mij de moed om te vechten voor datgene waarvan ik geloofde dat het goed was voor ons volk. Maar het was niet gemakkelijk, ik was nog steeds bang en bezorgd. Langzamerhand ging er wel een vuur branden, vooral toen ik begreep, dat mijn familie, collega’s, vrienden en geloofsgenoten vochten voor mijn vrijheid.

Op 7 november 2007 werd ik "opgewekt uit het graf” toen ik mijn zusters, zwager, vrienden, advocaten en collega’s zag in de rechtszaal. Er gebeurde een wonder in mijn leven nadat het felle debat in het hof mijn ziel had wakker geschud! Het was een strijd die ik voor mijn fascistische ontvoerders, die hebben gewacht op de vervulling van hun vuile spelletjes, zelf moest beslissen. Echter, de gebeden en de kracht van de mensen die mij steunden op deze reis – mijn familie en collega’s – hebben het vuur in mijn hart aangewakkerd en mij zo de kracht gegeven om de grens van vrijheid en dood te passeren en te vechten voor mijn vrijheid. Zelfs de dood kon mij niet scheiden van de liefde voor de mensen en de liefde voor God.

Slachtoffer zijn van gedwongen verdwijning is als het liggen in het graf van de vijand. En te worden bevrijd door de ‘Writ of Amparo’ voelt als een wederopstanding en een afkoop. Ja, het is zeker een wonder, want die ‘Writ of Amparo’ werd op de dag dat ik werd opgepakt, in werking gesteld.

Omringd door mijn engelen wandelde ik richting vrijheid, toen een bijbeltekst mij te binnen schoot. De tranen schoten in mijn ogen... Lucas 4:18... “De geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen, heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven.” Amen.

Writ of Amparo (volgens Wikipedia):

een middel, beschikbaar voor iedereen wiens recht op leven, vrijheid en veiligheid wordt aangetast door een onwettige handeling of door nalatigheid van een openbaar ambtenaar of werknemer of een prive persoon of entiteit. Het bevelschrift behandelt buitengerechtelijke moorden en gedwongen verdwijningen of bedreigingen.