Filippijnen Getroffen door Tyfoon Haiyan:
de ene Ramp Verbergt een Andere

Wim De Ceukelaire, 11.11.2013

Op 8 november trok supertyfoon Haiyan over de centrale eilanden van de Filippijnse archipel en liet daarbij een spoor van dood en vernieling achter. Net zoals bij vele andere rampen gaat het echter niet zomaar om een uit de hand gelopen natuurfenomeen.

Als windmolens bij Nederland

Tyfoons horen bij de Filippijnen als windmolens bij Nederland. Deze tropische storm, die men elders in de wereld een cycloon of een orkaan zou noemen, was al de 25e die dit jaar het land aandeed. Vandaar ook de lokale naam Yolanda, met als beginletter de 25e letter van het alfabet. Hoewel de komst van de tyfoon al dagen van tevoren werd aangekondigd, is de vernieling groot. Hele provincies waren dagenlang afgesloten van alle elektriciteits- en communicatienetwerken. Het zal nog dagen duren eer de ware omvang van de ramp duidelijk is.

Hoe is het mogelijk dat een tyfoon zo'n grote vernieling aanricht? Haiyan was wel degelijk een zeer krachtige storm. Volgens meteorologen is Haiyan nummer vier op de lijst van de krachtigste tyfoons aller tijden. Het zou ook de sterkste zijn die effectief aan land ging. Windstoten bereikten pieken tot 380 kilometer per uur. Dat is veel krachtiger dan orkaan Katrina die in 2005 New Orleans teisterde en ruim krachtig genoeg om glas te verbrijzelen en bomen te ontwortelen.

Een waarschuwing voor Warschau

Wie de klimaatonderhandelingen volgt, herinnert zich waarschijnlijk nog hoe vorig jaar in Doha de hoofdonderhandelaar van de Filippijnse delegatie, Yeb Saño, in tranen uitbarstte toen hij de vergadering toesprak. Tyfoon Bopha had net dood en vernieling gezaaid in zijn land en de man smeekte de andere delegaties tevergeefs om iets te doen om de toename van dergelijke klimaatfenomenen af te wenden.

Toen vorige week vrijdag de Filippijnen getroffen werd door supertyfoon Haiyan (lokale naam: Yolanda) was Saño net aangekomen in Warschau voor de klimaattop later deze maand. “Cried all night in my Warsaw hotel room as information on devastation trickled in,” postte hij op zijn twitter account. De frustratie was niet gespeeld. De hele familie Saño woont in Tacloban, een stad die zowat van de kaart werd geveegd.

Het is verleidelijk om de extreme kracht van Haiyan toe te schrijven aan de wereldwijde klimaatverandering. Toch is voorzichtigheid geboden. Het is niet zo dat het aantal tyfoons toeneemt. Er zijn wel indicaties dat het aantal superkrachtige stormen toeneemt. Haiyan was bijvoorbeeld al de vijfde tyfoon van categorie 5 (de hoogste) die dit jaar de Filippijnen aandeed. Er gaan zelfs stemmen op om nu ook een zesde categorie in te voeren.

Een toename van de kracht van deze supertyfoons kan wel rechtstreeks te maken hebben met de klimaatverandering. Tyfoons ontstaan en winnen aan kracht boven de oceanen. Het zijn de vochtige, warme luchtstromen boven de oceaan die de brandstof zijn voor de storm. Door de opwarming van de oceanen worden deze stormen dus extra opgeladen alvorens ze landwaarts trekken. Bovendien schijnt hun pad ook grilliger te worden. Bopha trok vorig jaar over het zuidelijke eiland Mindanao en Haiyan over de centrale eilandengroep. Dat zijn streken waar traditioneel niet zo vaak tyfoons voorkomen en waar de bevolking minder goed vertrouwd is met deze natuurfenomenen.

Hoewel wetenschappers voorzichtig zijn om de verwoestende kracht van Haiyan toe te schrijven aan de klimaatverandering, wijzen ze er wel op dat dergelijke supertyfoons waarschijnlijk zullen toenemen in de volgende decennia. Voor Yeb Saño zijn deze natuurfenomenen dus vooral een waarschuwing voor de risico's die het Zuiden loopt als de rijke landen de koers niet drastisch wijzigen. “Enough of the farce at the climate talks! We need an emergency climate pathway now. #WarsawCOP19 #SuperTyphoonHaiyan” twitterde hij. Dat belooft wat voor de onderhandelingen later deze maand.

Kwetsbaarheid

Bij een natuurramp is de kracht ervan maar één element dat de impact bepaalt. Een krachtige aardbeving zal niet overal evenveel schade aanrichten. Hetzelfde geldt voor een tyfoon. Ook de kwetsbaarheid van de bevolking is van groot belang. Hoe beter de lokale bevolking zich kan beschermen tegen de impact van een natuurramp, hoe minder kans dat er doden en gewonden vallen.

De hoge dodentol van de ramp in de Filippijnen heeft dan ook vooral te maken met de sociaal-economische achtergrond van het land. Het land kwam niet ongeschonden uit een koloniale geschiedenis van 500 jaar uitbuiting en onderdrukking door respectievelijk Spanje en de Verenigde Staten. Van de Spanjaarden kregen de Filipino's het katholieke geloof en het feodale grootgrondbezit opgedrongen. De VS introduceerde taal en cultuur om de lokale, goedkope werkkrachten te vormen en ook modernere productiemethoden zoals plantages, mijnbouw en een beperkte industriële activiteit zodat het kon profiteren van de natuurlijke rijkdommen van de eilandengroep.

Sinds de formele onafhankelijkheid in 1946 is er op dat vlak niet zoveel veranderd. Op het platteland bleef grootgrondbezit immers de dominante eigendomsverhouding terwijl echte economische ontwikkeling in de steden werd gehinderd door de onderdanige houding van de Filippijnse regering ten opzichte van de buitenlandse economische en politieke belangen.

De eilanden Samar en Leyte, die het hardst getroffen werden, behoren bovendien tot de armste regio's van het land. De bevolking bestaat er grotendeels uit arme, landloze boeren die in zeer krakkemikkige constructies wonen. Het spreekt voor zich dat die geen verweer hebben tegen de harde wind. Waar gemeenschappen oorspronkelijk konden rekenen op de beschutting van het woud, zijn ze nu overgeleverd aan de elementen. Wouden werden gerooid en maakten plaats voor grootschalige mijnbouw of plantages. Vandaar de alomtegenwoordige kokospalmen in het landschap. Deze uit de kluiten gewassen kamerplanten zijn dan wel een bron van olie en noten, maar bieden geen enkele beschutting.

Waarschijnlijk is het echter de bevolking van de kuststeden, zoals Tacloban op het eiland Leyte, die het hardst getroffen is. Dit soort van provinciesteden zijn eigenlijk semi-rurale gebieden waar de lokale elite en middenklasse woont, naast een overgrote meerderheid van armen die het platteland zijn ontvlucht op zoek naar een inkomen als visser, seizoensarbeider, huishoudelijke hulp, straatverkoper.

De armsten wonen er in de lager gelegen kustgebieden omdat dit de enige plaatsen zijn waar ze een krotwoning kunnen opbouwen. Ook daar heeft de “vooruitgang” de natuurlijke beschutting door de mangrovebomen doen verdwijnen. Tacloban werd, net zoals andere kustgebieden, overspoeld door een enorme vloedgolf die werd voortgestuwd door de wind. Alles wat niet met metaal of beton was gebouwd, werd gewoon weggespoeld. De meeste slachtoffers van Haiyan ondergingen bijgevolg hetzelfde lot als die van de tsunami op tweede kerstdag van 2004.

Berooide plunderaars

Inmiddels duikt in de wereldmedia hetzelfde stereotype beeld op dat we te zien krijgen na elke grote ramp in het Zuiden. De lokale bevolking slaat aan het plunderen terwijl er vanuit “overal in de wereld” (lees: het rijke Westen) hulp op gang komt en Amerikaanse mariniers ingevlogen worden. Vervang “Tacloban” door “Port-au-Prince” in de berichtgeving en je waant je in de nadagen van de aardbeving in Haïti in januari 2010.

Deze voorstelling van de feiten is eigenlijk bijzonder cynisch. Hetzelfde rijke Westen draagt immers een zware verantwoordelijkheid. Het is groot geworden door als een parasiet de kolonies leeg te zuigen. Bovendien is het ontwikkelingsmodel van Europa en de Verenigde Staten, gebaseerd op het ongebreideld gebruik van fossiele brandstoffen, verantwoordelijk voor het fenomeen van klimaatopwarming. De arme Filippino's werden eeuwenlang uitgezogen. Maar in hun donkerste dagen worden ze voorgesteld als losbandige plunderaars en hulpeloze slachtoffers die zich niet uit de slag kunnen trekken zonder hulp van buitenaf.

Weerbare volksbeweging

Gelukkig is de werkelijkheid anders. De Filippijnen kent een krachtige en weerbare volksbeweging die goed ingeplant is in de verste uithoeken van het land. Waar mensen georganiseerd en verenigd zijn, zitten ze heus niet te wachten op hulp van blanke helden. De eerste hulp wordt geboden in de gemeenschap zelf. We kunnen enkel hopen dat de grootscheepse noodhulp van buitenaf geen al te grote schade zal aanrichten aan dit waardevol sociaal netwerk.

Toen ik twee dagen na de ramp belde met Renato Reyes, de algemeen secretaris van BAYAN, de koepel van de volksbeweging, probeerden ze vanuit Manilla met man en macht om in contact te komen met de lokale afdelingen. Ondanks de communicatieproblemen was duidelijk dat de meeste mensen van lokale ngo's en sociale bewegingen hun activiteiten nauwelijks hadden onderbroken.

“Vanuit Manilla proberen we nu een crisiscentrum op te zetten in de stad Cebu, op een centraal eiland dat relatief gespaard gebleven werd”, vertelde Reyes. BAYAN roept nu al haar afdelingen op om geld in te zamelen zodat er vanuit Cebu hulpgoederen naar Samar en Leyte kunnen gebracht worden.

Net zoals bij elke ramp zijn het de lokale structuren die het beste de weerbaarheid van de bevolking kunnen herstellen. Bovendien zijn het ook deze structuren die zullen blijven bestaan als de grote hulporganisaties weer wegtrekken, die het voortouw zullen nemen in de strijd tegen de grondoorzaken van het onheil en zich samen met de lokale bevolking zullen voorbereiden op de volgende ramp. Door te investeren in het lokale sociale weefsel gaan noodhulp, structurele hulp en preventie hand in hand.

Wim De Ceukelaire is directeur van Geneeskunde voor de Derde Wereld (G3W).

Bron: http://www.dewereldmorgen.be/