Een Verhaal dat ik de Wereld wil Vertellen

Ilena Saturay

Ik ben zomaar een van die tweeduizend anonieme Filippino’s die op zekere dag hun land verlieten, een van die tweeduizend Filippino’s die elke dag vertrekken en een van de zeven miljoen Filippino’s die ergens in het buitenland moesten gaan werken. Die ochtend toen ik vertrok, was een ochtend als alle andere: de mensen gingen gewoon naar hun werk, de talrijke arme mensen waren nog steeds arm en hongerig, ondanks dat ze werkten om te kunnen overleven en de kleine groep rijken zaten aan hun ontbijt, opgediend door hun katulong, hun dienstmeisjes. Buiten de kring van familie en vrienden bleef mijn vertrek onopgemerkt. Maar ik hoop dat het verhaal over de achtergrond van mijn vertrek niet onopgemerkt blijft, want het is het verhaal van zovelen anderen.

“Ik had het kunnen zijn, maar jij was het,” zo zingt mijn vader dikwijls het lied van Holly Near. “En misschien zal ik het zijn, lieve zusters en broers, voordat wij hier doorheen zijn.”

diasporaschildering: Antipas Delotavo: Diaspora

Mijn vader was uitgenodigd door Friends of the Earth voor een reeks lezingen in Indonesië en Nederland over de mijnbouw in Mindoro. In die tijd stuurde de regering meer legerbataljons naar Mindoro. Een paar dagen voor het vertrek van mijn vader organiseerden mensenrechtenorganisaties een ‘fact-finding’ missie om de rapportages over ontvoeringen, moorden, verdwijningen en het verbranden van woningen door militairen te onderzoeken. Een goede vriendin van hem, Eden Marcellana, was een van de onderzoekers. Mijn vader vroeg haar of hij mee mocht doen met het onderzoek. Eden Marcellana raadde hem aan, dat niet te doen, omdat het erg gevaarlijk was, maar in plaats daarvan de wereld hierover te vertellen. Dus vertrok mijn vader naar Indonesië en Nederland om te spreken over de situatie in Mindoro.

Op de dag dat hij vertrok, hoorde hij, dat Eden Marcellana en Eddie Gumanoy, die ook in het team zat, dood waren gevonden. Het ministerie van Justitie verwierp de beschuldigingen, hoewel er vele getuigen waren, die de militairen als de ontvoerders en moordenaars aanwezen.

“Ik had het kunnen zijn, maar jij was het,” zo zingt mijn vader dikwijls. “Maar als jij kan vechten voor de vrijheid, kan ik het ook.”

Toen hij vanuit Nederland weer naar huis terug zou gaan, kreeg hij een telefoontje van een vriend, die hem zei, dat hij beter weg kon blijven, omdat het te gevaarlijk voor hem was. Het leger zocht ook hem. Hij kon beter in Nederland blijven en hun verhaal aan de mensen vertellen.

Hij vroeg politiek asiel aan in Nederland. Toen hij drie jaar weg was, van huis en van ons, kreeg hij toestemming om als politiek vluchteling te blijven. Na die drie jaar moesten ook wij de Filippijnen verlaten. Steeds meer politieke activisten werden vermoord of ontvoerd. Tijdens het Arroyo regiem waren er minstens 900 gedocumenteerde politieke moorden.

Het leven in het buitenland is niet zo makkelijk en comfortabel als veel mensen denken. Gewone mensen zoals wij krijgen niet vanzelfsprekend geld. Je moet ervoor werken. En omdat je hier ook eerst de taal moet leren, moet je extra hard werken.

Toen we hier aankwamen moesten we een week lang in een asielzoekerscentrum blijven, totdat onze papieren en documenten waren behandeld en we toestemming kregen om hier bij onze vader te blijven. Die plaats leek wel een gevangenis. We mochten de hele dag de zaal niet uit. Als we spullen uit onze bagage wilden halen (die in een aparte afgesloten ruimte stond) moesten er bewakers met ons mee. We woonden daar met andere vluchtelingen. Sommigen van hen mochten hier blijven, anderen werden gedeporteerd naar een plaats waar het gevaar vol ongeduld op hen wachtte. Wij waren duidelijk niet de enigen. Ik vraag me vaak af, wat er van hen is geworden. Wat er in de Filippijnen gebeurde, gebeurt blijkbaar niet alleen in de Filippijnen.

Op 26 oktober waren wij bij de herdenking van de Schipholbrand van 2005. Er was toen brand in het detentiecentrum waar migranten als criminelen waren opgesloten, wachtend op deportatie, omdat zij niet de juiste papieren hadden of konden krijgen om hier te kunnen blijven. Elf van deze mensen kwamen om bij de brand. Tijdens de herdenking zag ik veel mensen zoals ik. De verschillende verhalen die achter hun gezichten schuil gingen over het waarom en hoe zij hier in Nederland waren gekomen, wachten erop om aan de wereld te worden verteld.

Wij hopen eens naar huis terug te kunnen. Maar zolang dat niet kan, zullen we zoveel mogelijk doen om de wereld te verbeteren, zodat het niet meer nodig zal zijn dat tweeduizend Filippino’s hun land verlaten, zodat mensen uit andere landen zoals de Filippijnen hun land niet meer uit hoeven om economische en politieke redenen. Het vertellen van ons verhaal aan de wereld kan een goed begin zijn.

“...maar als jij kan vechten voor de vrijheid, kan ik dat ook,” zingen wij vaak.
18 november 2008