Een Moord Teveel: Rebelyn Pitao

abs-cbn NEWS.com | 03/14/2009

rebelynrebelynDavao City - Rebelyn droeg haar witte onderwijzersuniform toen ze naar haar werk ging. “Ma, lakaw nb ko (Ma, ik moet nu gaan),” riep ze naar haar moeder Evangeline. Het was half zeven in de morgen—de laatste keer dat mevrouw Pitao haar twintigjarige dochter zag. Het was ook de laatste keer dat ze haar stem hoorde. Rebelyn kwam meestal om half zeven ’s avonds weer thuis uit school. Maar vorige week, woensdag 4 maart, kwam ze niet opdagen. Mevr. Pitao werd bezorgd: Anderhalf uur later, klopten een driewieler bestuurder en de politie op haar deur en brachten het nieuws dat Rebelyn op weg naar huis door gewapende overvallers was ontvoerd. “Toen ik dat hoorde, wist ik dat ik haar nooit levend zou weer,” zei Mevr. Pitao in haar kleine huis in Bago Galera, Toril District in Davao City. “Ik wist dat ze haar zouden doden uit woede over haar vader.”

Rebelyn, die op 20 maart eenentwintig geworden zou zijn, was het derde kind van Leoncio Pitao, een commandant van de New People's Army (NPA), alias commandant Parago. Haar gedeeltelijk ontklede lichaam werd de volgende dag, donderdag 5 maart, in de avond gevonden. Ze lag in een irrigatiegreppel in Barangay (dorp) San Isidro in Carmen Davao del Norte, ongeveer 50 kilometer ten noorden van hier. Ze was gebonden, de mond gesnoerd, verkracht en herhaaldelijk in de borst gestoken. “Er waren sporen van een touw rond haar nek en modder over heel haar lichaam,” vertelde haar moeder aan de Filippijnse mensenrechtenorganisatie Human Rights Reporting Project. “Ze was zo smerig als een karbouw.” Volgens de recherche van de Davao City politie, was Rebelyn al meer dan twintig uur dood voor ze werd gevonden door een lokale boer. Ze is zeer snel na haar ontvoering vermoord. “Haar lichaam droeg vijf wonden van een dun scherp voorwerp, zoals een ijspriem, haar longen en lever waren doorboord,” aldus dr. Tomas Dimaandal die de autopsie deed. Ook haar genitaliën waren beschadigd “mogelijk door een hard voorwerp.” Haar mond was dichtgeplakt.

Mevr. Pitao verklaarde in aanwezigheid van de politie, dat de bestuurder van de driewieler, Danny Peliciano, haar verteld had, dat twee onbekende mannen naast Rebelyn gingen zitten, toen ze instapte om naar huis te rijden. In de buurt van Bago Gallera de Oro blokkeerde een wit busje—een Toyota Revo—de weg en dwong de driewieler te stoppen. Twee andere mannen kwamen uit het busje en sleurden haar uit de driewieler het busje in. De bestuurder zei dat Rebelyn om hulp schreeuwde, maar hij niets kon doen, omdat de mannen gewapend waren. De bestuurder zei, dat hij weggerend was. Volgens mevr. Pitao waren de twee mannen in de driewieler medeplichtigen van de mannen in het busje, zijn alle vier in het busje weggereden. De plek van de ontvoering ligt ongeveer driehonderd meter van de snelweg naast een kerk en het dichtstbijzijnde huis is vijftig meter verder.

Peliciano is spoorloos: Een collega-bestuurder die niet met name genoemd wilde worden, zei, dat hij na het incident zijn gebruikelijke route niet meer heeft gereden. “Hij is niet thuis; we hebben geen idee waar hij nu is. Ik denk dat hij is ondergedoken, omdat hij een getuige is,” zei de man. Mevr. Pitao gelooft dat haar dochter kort na de ontvoering, in het busje of op een plek in de buurt van Panabo City of Carmen, is gefolterd en vermoord en vervolgens na het vallen van de duisternis rond middernacht in een sloot is gedumpt.

Volgens het politierapport, dat Human Rights Reporting Project kreeg van het politiebureau in Carmen, werd het lijk van Rebelyn ontdekt door Raffy Agres, een rijstboer, die in een ondertekende verklaring zegt, dat hij haar die donderdagmiddag rond vijf uur in een sloot gevonden heeft. “Het lichaam was nauwelijks zichtbaar vanwege het hoge gras hier en de steile oever,” zegt Noel Lanoy, een arbeider op een bananenplantage, die erbij was toen Agres Rebelyn vond. “Hij schreeuwde, daar ligt een gedumpt lijk. Weer zo’n standrechtelijke executie,” zei Lanoy. “Ik dacht eerst dat het een stam was van een bananenboom.” Egles Brieta wiens huis ongeveer honderd meter verderop staat, zegt dat ze niets gehoord hebben. “Het is wel stil hier, maar toch hebben wij niets of niemand gehoord.” Een geïmproviseerd bamboe kruis staat nu in het knie-diepe water waar Rebelyn is gevonden. Volgens Brieta, zijn hier in 2004 ook de lichamen van twee mannen gedumpt.

Verontwaardiging en ontkenning

De ontvoering, marteling en het doden van Rebelyn hebben, naast publieke eden dat gerechtigheid zal geschieden en de verzekering van een onafhankelijk en transparant onderzoek, wijdverbreide afkeer en veroordeling opgeroepen. President Gloria Macapagal Arroyo heeft de overheidsorganen opdracht gegeven tot een grondig onderzoek en de burgemeester van Davao City, Rodrigo Duterte, heeft de ontvoering, marteling en moord “een uiterst vuile misdaad genoemd en het werk van een monster.” Een hoge militaire officier heeft het “een misdaad tegen de menselijkheid” genoemd en samen met senator Richard Gordon noemt hij het een “oorlogsmisdaad”. Tot nu toe echter, heeft Task Force Rebelyn, zoals de groep heet, die is opgericht om de misdaad te onderzoeken, nog weinig kunnen vinden. Senior Hoofdinspecteur Ramon Apolinário van de Davao City politie klaagde, dat er buiten de getuigenissen van de driewieler bestuurder en van de rijstboer, die haar vond, plus de beschrijving van het busje, weinig aanwijzingen zijn.

Echter, de vader van Rebelyn, de guerilla-commandant, beweert dat het voertuig is gespot, geparkeerd buiten een ‘bekend veilig huis’ van het leger in Carmen—iets wat het Leger heftig ontkent. Bijna meteen nadat haar vermissing werd gemeld, heeft de legertop herhaaldelijk met kracht publiekelijk ontkend, dat het leger op enigerlei wijze verantwoordelijk is voor de ontvoering en later de marteling en de dood van Rebelyn. Maar nadat haar eigen vader—commandant Parago— zondag publiekelijk vier militairen aanwees als verdachten van de moord op zijn dochter, is het leger langzaam gaan inbinden. Hoewel het nog steeds elke verantwoordelijkheid ontkent, geeft het nu toe, dat twee van de mannen, die Parago noemt, militaire inlichtingen-officieren zijn met “beperkte bewegingsvrijheid” in de kazerne van het hoofdkwartier van de 10e Infanterie Divisie in Camp Panacan in Davao. Het leger belooft nu volledige medewerking met het politieonderzoek, maar eist tegelijkertijd dat ook alle andere aanwijzingen onderzocht moeten worden. Een paar dagen daarvoor had generaal-majoor Reynaldo B. Mapagu, commandant van de 10de ID, elke betrokkenheid van het leger bij de moord op Rebelyn ontkend, er aan toevoegend, dat het “Filippijnse leger geen burgers viseert in zijn campagne tegen de communistische opstandelingen.” En in een aparte persverklaring zei Lt Kolonel Rolando Bautista, woordvoerder van de 10e ID, dat zij de beproeving van de familie van Rebelyn begrijpen, “maar dat het oneerlijk zou zijn, de schuld voor het incident bij het Leger te leggen.” In de eerste uren van haar vermissing suggereerden militaire bronnen dat Rebelyn mogelijk het slachtoffer was geworden van een interne strijd binnen het NPA. Zij voegden daaraan toe, dat ze ook ontvoerd zou kunnen zijn door familieleden van mensen die in de loop der jaren ontvoerd en mishandeld werden door Parago zelf. Maar de vader van Rebelyn is er absoluut zeker van, dat er geen andere groep achter de moord op zijn dochter zit en hij zegt: “...het leger pakte haar, omdat ze mij niet konden krijgen”. Hij gelooft niet dat een regeringsonderzoek ooit gerechtigheid zal brengen voor zijn dochter.

“Er zijn zo veel onderzoeken geweest naar buitengerechtelijke executies, maar tot dusver is er geen enkele opgelost,” zegt hij. “Niet alleen de politieke moorden, maar ook de moorden op journalisten in dit land—waar hebben die onderzoeken toe geleid?” Dreigend, voegt hij eraan toe: “Wij (het NPA) zullen het onderzoek wel doen en hen bestraffen die achter de moord op mijn dochter zitten.”

Bereid tot offers

Parago, commandant van het eerste Pulang Bagani Commando van het NPA, dat rondom deze grote stad actief is, zegt, “...dat de moord op zijn dochter echter tot nog grotere versterking en intensivering van de inspanningen ter voltooiing van de revolutie zal leiden. Ik ben zwaar getroffen en zeer boos. Maar met klagen en jammeren komt zij niet terug. Toen ik hoorde dat ze ontvoerd was, wist ik meteen dat ze vermoord zou worden. Ik kon er als het ware op wachten, niet alleen vreesde ik voor mijn dochter, maar voor heel mijn gezin.”

De zoon van Parago, Ryan, zegt dat ook hij is aangevallen door militaire agenten. Hij is nu bij zijn vader als guerillastrijder in het NPA. “In 2005 probeerden ze mij neer te steken. De volgende dag ben ik naar hier gevlucht. Als ik dat niet gedaan had was ik vermoord, net als Rebelyn.”

Parago verbrak de stilte drie dagen nadat zijn dochter dood was gevonden. De Filippijnse mensenrechtenorganisatie Human Rights Reporting Project en een aantal journalisten hadden een ontmoeting met hem ergens in de buitenwijken van deze stad. 
“Sinds ik in 1978 naar het NPA ging, ben ik er op verdacht, dat er iets met mijn gezin kan gebeuren,” zegt hij. “Je moet er op voorbereid zijn, zware offers te moeten brengen, als je met de revolutie mee wilt doen.” 
Met een sigaret, in zwart militair uniform en met volledige gevechtsuitrusting is de 51-jarige Parago bang, dat wat Rebelyn overkwam, de andere gezinsleden ook kan overkomen.
“Het is zeer goed mogelijk dat ze mijn gezin willen treffen, omdat ze mij niet te pakken kunnen krijgen.” 
Parago beschuldigt met name twee sergeanten van de Military Intelligence Group (MIG) en twee officieren van het Militaire Inlichtingen-Bataljon (MIB) als rechtstreeks verantwoordelijken voor de moord op zijn dochter. In een afzonderlijk radio-interview noemt hij nog anderen, waaronder een majoor van het leger. 
Parago zegt, dat volgens de eigen “inlichtingendienst” van het NPA, de vier inlichtingenofficieren ook verantwoordelijk zijn voor het ombrengen van zijn broer Danilo en een aantal anderen, juni vorig jaar. 
“Mijn broer werkte als bewaker voor de provincie Davao del Norte. Hij was in dienst van de overheid, maar toch werd hij gedood.”

Een woordvoerder van de 10e Infanterie Divisie heeft bevestigd, dat de mannen die Parago heeft genoemd aan journalisten, in dienst van het leger zijn. Twee van hen, bevestigt hij, worden vastgehouden in de kazerne van de divisie. 
De woordvoerder van het Commando Oost-Mindanao van de Filippijnse strijdkrachten (AFP), majoor Randolph Cabangbang, zegt, dat het leger volledig zal samenwerken in het politieonderzoek. “We voelen ons er ook bij betrokken, de legerorganisatie maakt zich hier grote zorgen over vanwege de indruk die burgers van ons zullen krijgen. We zien dit incident niet louter als soldaten, maar ook als vaders,” benadrukte Cabangbang. Hij voegde daaraan toe, dat zij ook onderzoek doen naar de witte Toyota Revo met kenteken LPG-588, waarmee Rebelyn ontvoerd zou zijn. “We proberen het kenteken na te trekken”, zegt hij, “maar tot nu toe weten we niet wie de eigenaar is.” Cabangbang was zeer beslist: “er zal in dit onderzoek niets worden witgewassen of in de doofpot gestopt, ook niet als het om militairen zal gaan”. Hij voegde daaraan toe: “We zullen de PNP (Filippijnse Nationale Politie) in deze niet voor de voeten lopen. Een onafhankelijke instantie, die met een eigen onderzoek wil bijdragen om recht te doen aan Rebelyn, is ook welkom. Dit incident staat buiten de strijd tussen de AFP en het NPA, dit is een aanslag tegen de menselijkheid.” Hij ontkent in alle toonaarden dat het Leger de familie Pitao op de korrel heeft: “De enige die we in de kijker willen krijgen, is Parago—niet zijn hele gezin.”

De Ongrijpbare Parago

Parago wordt al lang gezocht: voormalig bevelhebber van de 10e Infanterie Divisie van het Filippijnse leger generaal-majoor Jogy Leo Fojas heeft vorig jaar gezworen, dat zijn troepen vóór het eind van 2008 “de ongrijpbare Parago” zouden oppakken. Parago is beschuldigd van het ontvoeren en doden van burgers, die door het NPA verdacht worden van collaboratie met het Leger. Hij geeft toe, dat zijn guerrilla’s verdachte informanten in koelen bloede hebben gedood: Parago zegt er van te weten dat zijn “kameraden” verantwoordelijk zijn voor het doden van een informant, maar dat hij “niet in de buurt was ten tijde van de executie.” “De Volksrechtbank doodt geen onschuldige burgers, wij onderzoeken zorgvuldig hun misdaden tegen het volk voordat we tot bestraffing overgaan”, zegt hij. Omdat de volksrechtbanken niet steunen op nationaal of internationaal recht, zien velen absoluut geen verschil tussen de buitengerechtelijke executies van het leger of die van het NPA. Op 7 januari zou het NPA Saturnino Rizaldo, een lid van de militaire inlichtingendienst, hebben gedood. Ook een maand later zou nog een informant in de wijk Paquibato hier zijn gedood. In een mobiele telefoon interview laat Simon Santiago, politiek secretaris van het NPA in zuidelijk Mindanao, de Filippijnse mensenrechtenorganisatie Human Rights Reporting Project weten, dat het NPA Rizaldo vanwege zijn “misdaad tegen de menselijkheid heeft geëxecuteerd. Het NPA treedt altijd op tegen ernstige misdaden tegen de massa's. De ander was eerder lid van het NPA, maar overgelopen naar de geheime dienst van het Leger.”

In Memoriam Rebelyn

Parago zei, dat hij gewacht heeft tot zijn dochter elf jaar was, voordat hij haar vertelde, dat hij de befaamde commandant Parago was van Zuidelijk Mindanao. “Als mijn kinderen vroegen waar ik was, zei ik altijd, dat ik in het buitenland werkte. Toen Rebelyn, kort na mijn vrijlating uit de gevangenis in 2000, ontdekte, dat ik weer terug zou gaan naar het NPA, zei ze: “Pa, abi nako mag uban na ta hangtud sa hangtud (Pa, ik dacht, dat we nu voor altijd bij elkaar zouden blijven).” Parago werd in 1999, in zijn huis in het Toril district, gevangen genomen door het Leger. Hij kwam na minder dan twee jaar al weer vrij.

Hij weet nog, hoe hij op een keer geen nieuwe spijkerbroek kon betalen voor Rebelyn. “Je kunt de broek van je grote zus wel krijgen,” zei ik toen. Daar nam ze zonder morren genoegen mee. Doch toen haar moeder eindelijk een nieuwe broek kon betalen, was Rebelyn de hemel te rijk. Ze was blij en dankbaar met de kleinste dingen. Mevr. Pitao vertelt, dat Rebelyn al van kleins af aan onderwijzeres wilde worden, “dat was echt haar droom en die was uitgekomen. Ze werkte pas vijf maanden als invalster in de tweede klas op het St. Peter's College voor Technologie. Ik weet nog hoe blij ze was, toen ze de eerste keer haar salaris kreeg, 7.800 peso (162 dollar). Dat was de eerste keer dat ze over eigen geld kon beschikken. Haar collega’s waren zeer verbaasd toen ze hoorden dat zij een dochter was van commandant Parago. Maar dat maakte eigenlijk geen verschil in hun houding naar Rebelyn. Ze kwamen zelfs bij ons over de vloer, omdat ze wisten dat we geen deel uitmaakten van het conflict—wij waren geen combattanten.”

Gijzeling

Mevr. Pitao vertelt, hoe het leger hun gezin in het verleden al lastig viel. “In 1999 drongen zeven agenten van het Leger hun huis binnen en gijzelden het gezin om mijn man tot overgave te dwingen. Ze wisten dat mijn man naar huis zou komen, want het was Allerheiligen. De kinderen zijn heel bang geweest, want ze hielden de lopen van geweren op ons gericht.”

Parago weet dat ook nog: “Ik wilde bij mijn gezin op bezoek, maar werd verrast door de aanwezigheid van het leger. Ik had een granaat bij me, maar als ik die zou hebben gebruikt, dan zou ik behalve de agenten, ook mijn gezin gedood hebben, dus moest ik me overgegeven.”

“Dat was een traumatische ervaring voor de kinderen,” zegt mevr. Pitao. “Dat trauma was wat afgevlakt, maar nu is het weer terug, na wat er is gebeurd met hun zus.”

Veiligheid van het gezin

De politie van Davao City heeft de dodenwake voor Rebelyn dag en nacht bewaakt en mevr. Pitao zegt burgemeester Duterte dankbaar te zijn, want ondanks dat hij elke betrokkenheid van leger of politie bij de moord van de hand gewezen zou hebben, heeft de burgemeester Parago publiekelijk beloofd, de verantwoordelijken te zullen vinden. Hij heeft zelfs met Parago gesproken via de telefoon.

Mevrouw Pitao weet nog niet hoe het verder moet: “We hebben daarover nog niet gepraat. We zijn allemaal nog erg in de war. Ik maak me zorgen over mijn kinderen. Twee studeren nog en ze zijn bang.”

Volgens Kelly Delgado, algemeen-secretaris van de mensenrechtenorganisatie Karapatan in de zuidelijke regio van Mindanao, is, met de moord op Rebelyn, het aantal slachtoffers van buitengerechtelijke executies in het zuiden van Mindanao sinds 2001 gestegen tot 93. De autoriteiten bestrijden de getallen van Karapatan en zeggen dat het aantal veel lager is. Maar het is niet zeker of de moord op een activist tegen de mijnbouw, door twee moordenaars op maandag 9 maart in het nabijgelegen Koronadal City, ook is meegerekend. Delgado zegt, dat de moord op Rebelyn een waarschuwing is: “Dit is een boodschap voor de gezinnen van niet alleen NPA-leden, maar ook van hen die in progressieve organisaties werken: ‘Ook U kunt doelwit worden’. Het is kennelijk de bedoeling onze leden te demoraliseren. Aangezien generaal b.d. Hermogenes Esperon en president Gloria Macapagal-Arroyo het jaar 2010 als deadline hebben gesteld voor het verpletteren van de communistische beweging, kan het aantal buitengerechtelijke executies alleen nog maar toenemen, want zij zien burgers die verdacht worden van communistische sympathieën als zachte doelen. Het moorden is systematisch geworden en het is onmogelijk om te stoppen. Wat we nog kunnen doen, is waakzaam zijn en de mensen veiligheidsmaatregelen laten treffen.”

Maar de stafchef van de strijdkrachten, generaal Alexander Yano, heeft vorig jaar toegegeven, dat de overheid de 40-jarige communistische beweging in 2010 niet weggevaagd zal kunnen hebben. Het NPA, de gewapende vleugel van de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP), wordt 29 maart veertig jaar, één dag voor de openbare hoorzitting over de moordcommando’s die hier zal worden gehouden.

Bisschop Delfin Callao van de Onafhankelijke Filippijnse Kerk heeft gezegd dat een onafhankelijke instantie moet worden opgericht om de moord op Rebelyn te onderzoeken. “Hoe kan men een moord onderzoeken als men zelf verdachte is?” stelde Callao de vraag vorige week op een persconferentie. De overheid, noch de politie, noch het leger mogen bij het onderzoek betrokken worden, zij moeten zelf onderzocht worden. Dit zal ons verzekeren van volledige onpartijdigheid en de bevindingen kunnen de basis vormen voor een eventuele strafrechtelijke vervolging van de verdachten. Het onderzoeksorgaan moet bestaan uit mensen uit de kerk en uit maatschappelijke organisaties. Ook al zal de overheid de resultaten niet accepteren, het belangrijkste is, dat we de waarheid aan het licht brengen.”

Rebelyn is op zaterdag 14 maart begraven.

Alan Davis

Directeur, Philippine Human Rights Reporting Project

(De auteur is journalist in Davao City en een van de oprichters van AKP Images, een onafhankelijk fotoagentschap)