Arroyo Regime Belangrijkste Schender van Rechten Kinderen in de Filippijnen

door LUIS G. JALANDONI
, voorzitter NDFP Onderhandelingspanel

vertaald uit het Engels

President Gloria Macapagal-Arroyo zal op 23 september 2008 in New York deelnemen aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Haar uitvoerend secretaris, Generaal Eduardo Ermita, onthult, dat zij de VN-Veiligheidsraad zal inlichten over het vermeende gebruik van kindsoldaten door de Moorse Islamitische Bevrijdingsbeweging (MILF) en het Nieuwe Volksleger (NPA).

Mevr. Macapagal-Arroyo is schaamteloos! Het VS-Macapagal-Arroyo regime is vandaag de dag de belangrijkste schender van de rechten van kinderen in de Filippijnen.

straatkinderen3straatkinderen3Nog los van het gewapend conflict lijdt minstens 90 procent van de Filippijnse kinderen samen met hun ouders, die arbeider of boer zijn, onder grove mensenrechtenschendingen door het semi-koloniale en semi-feodale heersende systeem. Zij worden uitgebuit en onderdrukt door buitenlandse monopolies en door lokale reactionairen zoals grote compradoren, landheren en corrupte bureaucraten. Zij leven in verschrikkelijke armoede. Ze zijn vaak ondervoed en hebben voortdurend honger. Ze zijn verstoken van gezondheidszorg en van voldoende onderwijs.

In de achterwijken van steden en op het platteland moeten zij gaan werken om hun ouders te helpen overleven. In de binnensteden gaan ze de straat op om te bedelen en te stelen. Zij komen vaak in aanraking met drugs en prostitutie en worden, na te zijn opgepakt, in de gevangenis door criminelen misbruikt. Ze worden het slachtoffer van standrechtelijke executie in zogenoemde ‘politiestations tegen dieven, drugs en criminelen’; of worden verhandeld voor sex, orgaanhandel en illegale adoptie.

Het dagelijkse onrecht dat Filippijnse kinderen wordt aangedaan, vindt plaats in het kader van de uitbuitersmaatschappij en het Arroyo-regime dat zich onderwerpt aan de imperialistische politiek van liberalisering, privatisering en deregulering. Deze politiek heeft de reeds ellendige omstandigheden van armoede en achterstelling van het volk sterk verergerd. Het Arroyo-regime is het belangrijkste instrument van de buitenlandse en plaatselijke uitbuiters als het gaat om het plegen van schendingen van de mensenrechten van arbeiders en boeren en hun kinderen.

In de gebieden van het gewapende conflict heeft het Macapagal-Arroyo regime, onder Oplan Bantay Laya (nationaal binnenlands veiligheidsplan), extreem gewelddadige campagnes van onderdrukking tegen het volk en met name de kinderen in gang gezet. Het heeft zogenaamde gevallen van vermeend gebruik van kindsoldaten door de NPA gecreëerd teneinde het leger en de politie een vrijbrief te geven voor het doden, arresteren, martelen, opsluiten en moedwillig misbruiken van de rechten van kinderen bij militaire acties tegen gemeenschappen die naar verluidt, zijn beïnvloed of onder controle staan van de revolutionaire krachten.

De lukrake bombardementen vanuit de lucht en door de artillerie en de willekeurige beschietingen van burgerhuizen hebben niet alleen geleid tot dodelijke slachtoffers en vernietiging van gewassen, maar ook tot massale verhuizingen van mensen naar ongezonde evacuatiecentra waar kinderen, vrouwen en ouderen lijden onder het gebrek aan voedsel en kleding met als gevolg sterfgevallen door longziekten en diarree.

Deze mensenrechtenschendingen van kinderen door het Arroyo-regime zijn uitvoerig gedocumenteerd zowel in waarheidsvinding-rapporten van onafhankelijke mensenrechten organisaties zoals Amnesty International, als in talrijke aanklachten die zijn ingediend bij het Gezamenlijk Controlerend Comité (Joint Monitoring Committee, JMC) onder de Verklaring voor het Respect van Mensenrechten en Internationale Humanitaire Wetgeving (Comprehensive Agreement on Respect for Human Rights and International Humanitarian Law, CARHRIHL), een overeenkomst tussen de Regering van de Filippijnse Republiek (GRP) en het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP).

Zelfs de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties moest, ondanks zijn partijdigheid jegens staatsleden, in zijn eerste rapport aan de VN Veiligheidsraad op 24 april 2008 dat ging over de situatie van kinderen in gewapende conflicten in de Filippijnen, op grond van de Veiligheidsraadresolutie 1612 (2005) en betrekking hebbend op de periode van 1 juli 2005 tot 30 november 2007, toegeven, dat het merendeel van de schendingen tegen kinderen afkomstig was van de veiligheidsdiensten van de GRP.

Hiertoe behoren niet alleen de moorden, verminkingen, ontvoeringen en illegale arrestaties, opsluiting en marteling, maar ook het recruteren van kindsoldaten door paramilitaire strijdkrachten; het onterecht etiketteren van kinderen als NPA-lid, omdat zij worden verdacht kinderen van NPA-leden of symphatisanten te zijn; hen martelen om informatie over hun ouders los te krijgen of ze laten fungeren als gids bij militaire acties; hen opsluiten in militaire kampen waar de meisjes worden omgevormd tot seksslavin en de jongens huishoudelijke hulp moeten worden, alvorens te worden overgedragen aan het Ministerie van Sociale Zaken en Ontwikkeling (DSWD). Het meest bekende geval waarin een kind valselijk werd beschuldigd als NPA-er, is de moord op de 9-jarige Grecil Buya in Compostela Valley op 31 maart 2007.

De bevindingen van de VN Secretaris-Generaal werden nog verder aangevuld door het verslag van 30 mei 2008 van het VN-Comité van Deskundigen inzake de Rechten van het Kind, dat ontdekte dat de GRP-strijdkrachten kindsoldaten recruteren voor hun paramilitaire groepen en op scholen kinderen militair trainen in overeenstemming met de wetten van de GRP.

Al deze rapporten leggen de leugens bloot van Mevr. Macapagal-Arroyo, haar vriendjes in de regeringskliek voor nationale veiligheid en de hele ploeg militaire propagandisten, vanwege hun valse beschuldigingen tegen het NPA. Hun pogingen om met dit soort valse beschuldigingen door te gaan, zullen het voor de internationale gemeenschap steeds duidelijker maken, dat het hier gaat om schaamteloze leugenaars en schurken, wier corruptie, hebzucht en leugenachtigheid geen grenzen kent.

Zoals iedereen weet, heeft het Politiek Bureau (PB) van de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) al in 1988 een welomschreven beleid aangenomen, waarin het verboden is om kinderen onder de 18 jaar als lid of gewapend strijder van het Nieuwe Volksleger te werven. Dit werd op 15 oktober 1999 door het Uitvoerend Comité (EC) van de CPP herhaald met het corresponderende amendement op Punt 1 van Principe III van de Grondregels van het NPA.

Zoals de studie die in opdracht van UNICEF werd gedaan over de toepassing van deze CPP richtlijnen heeft aangetoond, is het NPA serieus omgegaan met het verbod op de recrutering van kinderen onder 18 jaar als vast lid of gewapend strijder van het NPA, in overeenstemming met de Internationale Humanitaire Wet, in het bijzonder het Optionele Protocol van de Conventie op de Rechten van het Kind en het Werven van Kinderen in Gewapende Conflicten. In feite verslaat de CPP de VS, die het recruteren van kinderen onder de 18 als soldaat wel toelaat.

Wij roepen de VN-Veiligheidsraad en haar Werkgroep Kinderen en Gewapende Conflicten op, niet in de leugens van Mevrouw Gloria M. Arroyo te trappen. Wij vragen omwille van een eerlijk en rechtvaardig proces, dat het NDFP de gelegenheid krijgt, om haar kant te belichten van elk onderwerp dat aan de kaak wordt gesteld en dat betrekking heeft op het vermeende gebruik door de NPA van kinderen onder de 18 jaar als strijder. In overeenstemming met het rapport van de Secretaris-Generaal van de VN vragen we om een dialoog tussen het NDFP Onderhandelingspanel en de Speciale Vertegenwoordiger van de VN Secretaris-Generaal over Kinderen in Gewapende Conflicten, welke liefst zo spoedig mogelijk in Utrecht moet plaatsvinden.