De Verdediging van de Rechten van het Filippijnse Kind door het NDFP

Prof. Jose Maria Sison, Hoofdconsulent NDFP,
25 november 2005

1. Het Lot van een Groot Deel van de Filippijnse Kinderen

Tenminste 90% van de Filippijnse kinderen lijdt onder ernstige schendingen van de mensenrechten onder het semi-koloniale en semi-feodale systeem van de compradore (1) grote bourgeoisie en grootgrondbezitters. Zij ondergaan dezelfde kwellingen van de buitenlandse en feodale onderdrukkers en uitbuiters als hun ouders, die arbeiders en boeren zijn.

Zij leven in barre armoede en ontbering. Zij zijn ondervoed en vaak ziek. Zij gaan nauwelijks of niet naar school, naar de dokter. Medicijnen zijn onbereikbaar evenals een fatsoenlijk huis. De meesten hebben maar vier klassen lagere school en vergeten op den duur alles weer. Ver voor hun 15e verjaardag werken zij al hard met hun ouders mee om het gezin te onderhouden. De meeste kinderen wonen op het platteland onder feodale en semi-feodale omstandigheden en werken (vaak onbetaald) in landbouw, productiebedrijven en als handwerker.

In het op de export van halffabrikaten georiënteerde systeem werken kinderen tegen zeer lage stuklonen, zowel als thuiswerkers als op de plantages en in de gammele ' sweat-shops (2) in de krottenwijken. Zij maken dagen van 12 uur of meer. Veel kinderen gaan de straat op om te venten of klusjes te doen, omdat hun ouders zo weinig verdienen of werkloos zijn.

Straatkinderen leven in de harde wereld van criminaliteit, drugs en prostitutie. Ze worden opgejaagd door de politie en achternagezeten door seksmaniakken. Justitie gooit hen in overvolle gevangenissen tussen zware criminelen waar ze als loopjongens dienen tussen corrupte politieagenten en gangsters. Daarbij worden ze ook nog misbruikt door hun criminele celgenoten.

Kinderen worden verhandeld voor illegale adoptie, voor de seksindustrie en soms zelfs vermoord voor de verkoop van hun organen naar het buitenland. In een stad in het zuiden zijn kinderen door de politie vermoord, omdat de plaatselijke autoriteiten wilden aantonen, dat zij de straatcriminaliteit, drugshandel en inbraken in welgestelde wijken aanpakten.

Niet alleen de kinderen van arbeiders en boeren zijn slachtoffer van mensenrechten schendingen. Kinderen uit de middenklasse, wier ouders in groten getale naar het buitenland gaan om daar slecht betaald werk te doen, blijven zonder ouderlijk toezicht en moederlijke zorg achter. De illusie, dat het geld, wat de ouders overmaken, alles goed maakt, legt een sluier over deze soort van schending van de rechten van deze kinderen.

De kinderen van de Bangsa Moro en andere nationale minderheden lijden niet alleen onder de klasse uitbuiting van arbeiders en boeren. Zij lijden vanwege algemene en specifieke discriminatie als leden van een natie. De autoriteiten in Manilla weten precies hoe ze de natuurlijke rijkdommen en de goedkope arbeidskracht in de gebieden van de nationale minderheden ten goede moeten laten komen aan buitenlandse plantages en mijnbouwondernemingen en aan lokale uitbuiters, maar zij zijn zeer karig in de zorg voor onderwijs, goede voeding en gezondheidszorg voor kinderen en zogende moeders. Zij hebben geen cent over voor de bevordering van intercultureel begrip en voor de bestrijding van discriminatie.

De kinderen der werkende massa's van de inheemse volken in de Filippijnen bestaan niet, of zijn van miniem belang, voor de machtigen en rijken in het huidige maatschappelijke systeem. Wanneer hun bestaan echter niet meer te ontkennen valt, omdat echte verdedigers van de mensenrechten de aandacht voor hen opeisen, dan ziet men ze eerder als voorwerp van meelijden en liefdadigheid, dan als bewuste mensen, die actief voor respect en hun recht opkomen. Het blijft nodig om de kinderen bewust te maken, te organiseren en te mobiliseren voor de strijd voor hun eigen rechten en belangen.

2. Het Standpunt van het NDFP over de Kinderrechten

Het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP) komt op voor de rechten en het welzijn van de miljoenen kinderen onder de 18 jaar en wijst op de fundamentele oorzaken van de schending van de rechten van het kind. Deze fundamentele oorzaken liggen in het heersende corrupte systeem van onderdrukking en uitbuiting, van absurde rijkdom voor weinigen en diepe armoede voor velen. Het NDFP verdedigt de kinderen tegen de aanvallen van drie duivels op hun rechten in de half koloniale en half feodale Filippijnse maatschappij: buitenlands monopoliekapitalisme, feodalisme en bureaucratisch kapitalisme.

Het NDFP steunt, verdedigt en bevordert de rechten van het kind zowel volgens zijn eigen principes, politiek en richtlijnen, als volgens de internationale normen en richtlijnen die direct en indirect in conventies en verdragen zijn neergelegd. Het heeft een programma voor het Filippijnse volk om te werken en te strijden tegen de buitenlandse en lokale onderdrukkers en uitbuiters, en voor nationale bevrijding en democratie. Het wil een soevereine natie en de werkende mensen zo sterk maken, dat zij een landhervorming kunnen doorvoeren, het land industrialiseren, een patriottische, wetenschappelijke en democratische cultuur ontwikkelen en een onafhankelijke buitenlandse politiek voeren voor wereldvrede en ontwikkeling.

Om het onderwijsprogramma voor kinderen tot 18 jaar in de gebieden met zelfbestuur van het volk te realiseren, acht het het NDFP het noodzakelijk dat de bestaande comité's voor onderwijs gesteld worden onder de organen van de politieke macht, en onder de bevoegde leraren voor het lager en voortgezet onderwijs, en onder de massaorganisaties (vooral die van leraren, vrouwen, jongeren, kinderen en culturele activisten). Leerkrachten van de openbare staatsscholen worden aangespoord hun onderwijsfuncties naar geweten uit te oefenen en patriottische en democratische waarden en normen bij de kinderen te bevorderen en te praktiseren.

Het NDFP zorgt voor de gezondheid van moeders en kinderen, promoot gezondheidsvoorlichting, gezonde voeding en hygiëne en geeft aanwijzingen voor het opzetten van een systeem van preventieve gezondheidszorg. De werkcomité's voor gezondheid onder de organen van de politieke macht en de massaorganisaties van gezondheidswerkers werken samen met de andere massaorganisaties en het departement voor gezondheid van het NPA (New People's Army). Het zorgsysteem bestaat uit professionele gezondheidswerkers en lokale paramedische vrijwilligers. Centra of systemen voor dagzorg of collectieve of gezamenlijke kinderzorg worden waar mogelijk opgezet.

De ouders worden geadviseerd om hun kinderen in elk geval tot hun 15e jaar op school te houden en ze dingen te laten doen die bij hun leeftijd horen en die het studeren thuis niet hinderen. Vanwege de extreme armoede willen kinderen van 8 of 9 jaar, als ze er lichamelijk toe in staat zijn, meewerken met de volwassenen. Echter, de organen van politieke macht en de massaorganisaties verbieden uitbuiterspraktijken op boerderijen, plantages en in sweatshops. Kinderen tussen 15 en 18 jaar krijgen een basisopleiding en worden getraind om samen met hun ouders en de rest van de gemeenschap, hun familie en de gemeenschap te beschermen tegen aanvallen van het Filippijnse leger, de politie en ongeregelde troepen.

Uitgaande van het recht van kinderen om hun eigen rechten te doen gelden en te versterken en op basis van hun vermogens en mogelijkheden deel te nemen aan de verandering van de maatschappij stimuleert het NDFP de organen van de politieke macht en massaorganisaties van jongeren, vrouwen, onderwijzers en culturele activisten om jeugdorganisaties op te zetten.

Als instrument van het heersende systeem van onderdrukking en uitbuiting is de Regering van de Filippijnse Republiek (GRP) de walgelijkste verkrachter van de rechten van het kind. Alle beleidsvoornemens, wetten en handtekeningen van de GRP onder het Verdrag van de Rechten van het Kind en aanverwante conventies en verdragen, zogenaamd ten bate van het kind, blijken uiteindelijk loos, omdat zij slechts moeten dienen om een systeem op te smukken, dat de werkende massa's van arbeiders en boeren en hun kinderen onderdrukt en uitbuit.

Het NDFP wil een ieder, die de rechten van de mens in het algemeen en die van het kind in het bijzonder aan het hart gaat, aansporen eens goed na te denken over het feit, dat de mensenrechten van de werkende massa's van arbeiders en boeren, vrouwen en kinderen in de Filippijnen steeds vaker verkracht worden, of de mensen nu naar de wapens grijpen of niet. En als er al een gewapend conflict ontstaat, dan zijn het 't leger, de politie en de paramilitairen van de GRP die onberekenbaar en onevenredig geweld gebruiken om het heersende oneerlijke systeem te handhaven.

De VS en andere imperialistische landen en hun marionetten, zoals de GRP, gebruiken tegenwoordig hun officiële instellingen en die van de Verenigde Naties evenals bepaalde door het imperialisme gefinancierde niet-gouvernementele organisaties, wetenschappelijke broodschrijvers, ideologen en publicisten, voor het verdoezelen van het feit, dat schending van mensenrechten eigen is aan systemen van onderdrukking en uitbuiting, zoals het kapitalistische wereldsysteem en de nationale systemen van de uitbuitersklassen; en om te doen geloven, dat revolutionaire bewegingen die gewapenderhand voor nationale bevrijding strijden, verantwoordelijk zijn voor de schendingen van mensenrechten.

Volgens de gewapende revolutionairen hebben de onderdrukte en uitgebuite mensen geen andere keus dan het voeren en winnen van een rechtvaardige oorlog voor nationale bevrijding, en vestigen zo hun hoop op fundamentele veranderingen in de goede richting. Zij mogen gewoon niet toestaan dat uitbuiting en onderdrukking door de imperialisten en hun aanhangers verder worden opgevoerd. Zonder gewapend verzet zullen de mensenrechten schendingen niet stoppen. De schendingen van mensenrechten worden juist brutaler door het dagelijks geweld van uitbuiting.

De imperialisten en hun lakeien zijn druk bezig onder allerlei leuzen de uitbuiting en onderdrukking juist te verhevigen. Onder de slogan van de "vrije markt globalisering" openen de monopoliekapitalisten een nietsontziende aanval op de nationale industrie‘n en economieën van de onderontwikkelde landen, op hard bevochten vakbonds- en sociale rechten van de werkende klasse en mensen, en op het menselijk leven en de natuur. Met de smoes "preemptive war on terror" (preventieve oorlog tegen terreur) bemantelen zij de agressieoorlog tegen assertief onafhankelijke staten en oefenen zij een ware terreur uit tegen alle nationale bevrijdingsbewegingen en volkeren over de wereld.

3. Rechten van het Kind als Kwestie in de Burgeroorlog

Ideologen, politici en publicisten van het imperialisme en hun vazallen bedenken steeds weer een "nieuwe taal" om de nationale bevrijdingsbewegingen in diskrediet te brengen en te stigmatiseren. Zij gebruiken taalkundige trucjes om die bewegingen te belasteren en te denigreren als "niet-statelijke actoren" in tegenstelling tot de fatsoenlijke "statelijke actoren". Op grond van semantiek presenteren ze de "niet-statelijke actor" dan als "terrorist" en pontificeren, dat deze blaam slechts weggepoetst kan worden door te capituleren voor de onderdrukkende staat en het volk te verraden.

Het NDFP vertegenwoordigt in de vredesbesprekingen met de GRP de volksdemocratische regering, die in de huidige burgeroorlog de tegenstander is van de GRP. Deze volksdemocratische regering oefent effectieve macht uit over een grote populatie en veel grondgebied. De Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) is de leidende partij. Het Nieuwe Volksleger (NPA) vormt de belangrijkste component van de staatsmacht. Het NDFP bestaat uit een breed scala van politieke krachten en massaorganisaties. In feite bestaan er nu twee staten in de Filippijnen: de ene is revolutionair en vertegenwoordigt de democratische macht van het volk en de andere is contrarevolutionair en vertegenwoordigt de externe en interne onderdrukkers en uitbuiters.

In de vredesonderhandelingen met de GRP vertegenwoordigt het NDFP de democratische volksregering, die haar eigen grondwet heeft en een eigen Verklaring van Fundamentele Mensenrechten. Als partij in een oorlog heeft het NDFP, naar internationaal recht, een Unilaterale Verklaring van Toepassing van de Conventie van Geneve en de daarbij horende Protocollen afgekondigd en gedeponeerd bij de Zwitserse Federale Raad. De GRP en het NDFP hebben samen als gelijkwaardige oorlogvoerende partijen, binnen het kader van de Internationale Verklaring van de Mensenrechten en het Internationaal Humanitair Recht de Comprehensive Agreement on Respect for Human Rights and International Humanitarian Law (CARHRIHL) opgesteld en goedgekeurd.

Sedert 1988, dus nog voor de Conventie van de Rechten van het Kind, hebben de CPP en het NPA categorisch verboden kinderen onder de 18 jaar als soldaat te rekruteren. Keer op keer heeft het NDFP duidelijk gemaakt, dat zowel de politiek als de wet van de democratische volksregering het NPA verbieden kinderen onder 18 jaar te rekruteren als soldaat voor offensieve militaire campagnes en operaties. Jongeren tussen 15 en 18 jaar kunnen binnen de massaorganisaties een opleiding volgen voor bewaking en verdediging van eigen huis en woonplaats, maar niet voor de oorlog of offensieven. Zij zijn burgers en dragen geen vuurwapens. Zij zijn net zo min strijder of soldaat als de studenten aan hogescholen en universiteiten, die daar een militaire basistraining krijgen. In dit opzicht gaan het NDFP en de democratische volksregering veel verder dan de in de Conventies van Geneve vastgestelde norm. Die staat de rekrutering van jongeren tussen 15 en 18 jaar toe op voorwaarde, dat prioriteit wordt gegeven aan de oudsten binnen deze leeftijdsgroep.

Maar, binnen de officiële instanties van de VN en de VS en binnen de door het imperialisme gefinancierde NGO's, zijn er boosaardige lieden, die het NDFP en de volksdemocratische regering afbreuk willen doen, die iedereen onder de 18, die in een dorp woont, dat wordt aangevallen door het leger van de reactionaire staat, een kind-soldaat noemen. Ook al kan men niet zeggen dat deze jonge mensen wapens dragen, dan nog wil men doen geloven dat zij voor het NPA werken als verkenner, spion, bewaker, kok of wat dan ook. Het is nu al een misdaad als kind te leven in een gebied dat belaagd wordt door het leger, de politie of door doodseskaders. Door het NPA op een hoop te gooien met bepaalde rebellen legers in Afrika, wil men zelfs insinueren dat het NPA kinderen gebruikt als seksslaven. Hieruit blijkt wel, dat men helemaal niet op de hoogte is van de "gezinscode" van de volksregering waarin strikte regels staan voor verkering, huwelijk en de verhoudingen binnen het gezin.

Er zijn lasteraars die zonder blikken of blozen beweren, dat 10 tot 30% van de kinderen in de NPA-gebieden "kindsoldaat" is. Dat dit uit de lucht gegrepen is, is duidelijk, want dan zou het aantal NPA-strijders in de honderdduizenden lopen inplaats van de 7000-12.000, volgens de schattingen van het Filippijnse leger (AFP) zelf. De meest triviale soort laster kwam wel van een buitenlander, die op grond van de lengte van de soldaten van het NPA beweerde, dat het allemaal kinderen van onder de 18 waren. Volwassen Filippino's zijn vaak kort van stuk. Zo tussen de 145 en 155 cm. Een Amerikaan of Europeaan kan Ka Roger Rosal, de woordvoerder van de CPP, heel gemakkelijk aanzien voor een tiener.

Er zijn lieden die schermen met een handjevol gevallen van "kindsoldaten", maar die gevallen zijn gefabriceerd door de experts van de psychologische oorlogvoering van het GRP-leger. Op grond van die "gegevens" over "kindsoldaten" doen zij een raming van de door het GRP-leger gevangen genomen kindsoldaten van het NPA. Deze raming wordt gelogenstraft door de rapporten van het Joint Monitoring Committee (JMC = Gezamenlijk Controlerend Comité, opgezet door CARHRIHL) en zijn in tegenspraak met eerdere betrouwbare rapporten. Er is het bekende geval van Edfu de la Cruz, volgens het GRP-leger een "kindsoldaat", maar in feite een slachtoffer van een reeks schendingen van de mensenrechten door het leger zelf. Hij was buiten toen hij werd opgepakt door AFP-soldaten. Zij dwongen hem om te vertellen in welk huis zijn ouders waren en begonnen toen het huis te beschieten en vermoordden zijn ouders. Daarna werd hij aan de pers getoond als "kindsoldaat" van het NPA en openlijk vernederd. Toen werd hij onrechtmatig en voor onbepaalde tijd opgesloten in een gebouw van het Ministerie van Sociale Zaken en Ontwikkeling (DWSD). Hij mocht niet bij zijn oma of een ander familielid wonen. Pas onder dwang van het NDFP in de vredesonderhandelingen en onder druk van de publieke opinie hebben de autoriteiten hem vrij moeten laten.

Al die lieden en instanties, die propaganda uitkramen als zou het NPA kindsoldaten van onder de 18 jaar rekruteren, schenden zelf de rechten van het kind. Zij gaan nogal gemakkelijk om met de definitie van kindsoldaat. Iedereen van onder de 18, die wat voor het NPA zou doen, ook als non-combattant, is volgens hen een kindsoldaat. In strijd met alles wat te maken heeft met recht en een eerlijk proces eist men van het NPA, dat het bewijst geen kindsoldaten te hebben, terwijl zij zelf weigeren om hun beschuldigingen en bewijzen op tafel te leggen bij de vredesonderhandelingen tussen de GRP en het NDFP of bij het Joint Monitoring Committee van de CARHRIHL.

In de vier jaar dat het bestaat heeft de "Philippine Coalition to Stop the Use of Child Soldiers", gefinancierd door UNICEF, geen enkele poging gedaan om met het NDFP te praten. Zelfs de UNICEF heeft noch bewijzen geleverd, noch het NDFP gevraagd kritiek te leveren op haar rapporten (wat normaal academisch gebruik is), op grond waarvan zij concludeert dat het NPA kindsoldaten inzet.

De hypocrieten hoor je niet, als blijkt dat Edfu en anderen op valse gronden als kindsoldaten zijn opgevoerd. Door te zwijgen over de psychologische oorlog van het leger, die de rechten van deze kinderen schendt door hen als kindsoldaten te labelen, maken ze zich daaraan medeschuldig. De VN en UNICEF praten niet serieus met het NDFP, maar ze slikken wel de valse aantijgingen van het GRP-leger en een paar NGO-ondernemers die erop uit zijn het NDFP kapot te maken.

Inplaats van op te komen voor de rechten van het kind, zoals ze beweren, maken zij de weg vrij voor het GRP-leger, de politie en de doodseskaders om kinderen te arresteren, op te sluiten, te martelen en te vermoorden. Om de mensen bang te maken voor het NPA vertellen zij, dat kinderen in gebieden die pro-NPA zijn, een militair doelwit zijn voor het GRP-leger. Zij zwijgen ook over de misdaden van de gewapende doodseskaders van de GRP en zorgen er zo voor, dat de echte overtreders van de rechten van het kind buiten schot blijven.

4. Grove Schendingen van Kinderrechten in het GRP Leger

De bizarre en onverantwoordelijke definitie van kindsoldaat nodigt het leger, de politie en de doodseskaders van de GRP uit tot het begaan van de ergste misdaden tegen de rechten van het kind, bij het uitvoeren van repressieve campagnes tegen mensen en gebieden, die men verdenkt van sympathie voor de revolutionaire beweging. De kinderen worden zo genadeloos aangepakt, omdat het actieve leden of reservisten van de NPA zouden zijn. Zij schieten met scherp op kinderen en zeggen daarna dat het NPA-strijders waren.

Bij de militaire repressie van de GRP vinden veel volwassenen en kinderen een wrede dood door bommen, granaten, kogels, plundering en brand. Wanneer het leger de controle heeft gekregen over een dorp, lopen kinderen vanaf zo'n jaar of 10 het risico als NPA-combattant te worden opgepakt, geslagen, gemarteld of vermoord. Het leger kijkt naar de schouders van de kinderen, om te zien of ze gehard zijn door het regelmatig dragen van een geweer. Zo zet het leger een traditie voort uit de Filippijns-Amerikaanse Oorlog. In Samar beval de Amerikaanse generaal Jacob Smith toen alle Filippijnse jongens en mannen vanaf 10 jaar oud dood te schieten, omdat die oud genoeg zouden zijn een vuurwapen te dragen.

Steeds vaker worden kinderen in gebieden waar de bevolking sympathie zou hebben voor het NPA, door leger of politie ontvoerd en in de media opgevoerd als kindsoldaten van het volksleger. De kinderen worden opgesloten in kampen van de DWSD of in lokale gevangenissen. Ze mogen niet naar huis en geen bezoek ontvangen. Kinderen die dit overkomt, hebben nog geluk. Vooral als de psychologische oorlogvoering via de pers wordt gevoerd en deze kinderen als NPA-combattanten bekend worden bij het publiek. Dan kunnen mensenrechten organisaties snel en gemakkelijk aan feiten komen om de valse beschuldigingen van het leger te logenstraffen. Slechter gaat het met kinderen die niet in de media komen. Die worden vaak oppassers van militairen en soms seksslaven. Mensenrechten organisaties gaan dan niet spontaan op onderzoek uit, maar pas, wanneer ouders of andere familie en massaorganisaties om hulp vragen.

Wanneer het leger of de politie met hun doodseskaders een gebied aan repressie onderwerpen, dan sluiten ze het af voor voedsel, dwingen de mensen te evacueren of veranderen het dorp in een concentratiekamp of "strategic hamlet"(3). Het zijn juist de kinderen die van dergelijke maatregelen het meest te lijden hebben. Ze lijden honger, worden ziek, er is geen dokter en ze kunnen ook niet naar school, want daarin slapen de soldaten. In evacuatie-centra zijn de kinderen hoofdzakelijk het slachtoffer. Zij lijden aan diarree, ademhalingsziekten, mazelen enz. De kans op seksueel misbruik is groot door de gebrekkige accommodatie, als die er al is. Als zij na een lange tijd van honger en ellende niet omkomen, dan zullen ze nog heel lang, wellicht tot aan hun dood, de littekens van hun traumatische ervaringen blijven dragen en ernstige problemen ondervinden bij het verwerven van een normaal bestaan.

5. Een Wrede Wereld voor de Kinderen en het Verzet van het Volk

De kinderen van vandaag leven in een ongekend wrede wereld waarin de VS-imperialisten en hun volgelingen straffeloos mensenrechten overtreden en hun slachtoffers aanwijzen als de boosdoeners. Onder toezicht van de Verenigde Naties coördineren IMF, Wereldbank en WTO de uitbuiting van de wereldbevolking door de inhumane neoliberale economische politiek. De VS en de andere imperialistische landen hebben de VN herhaaldelijk gebruikt voor het rechtvaardigen, faciliteren, uitvoeren, voortzetten of goedpraten van agressie en repressie.Hoeveel kinderen in Irak kwamen om door gebrek aan voedsel en medicijnen vanwege de meer dan tien jaar durende economische sancties van de VN, de VS en het VK? Minstens 500.000 kinderen. En hoeveel meer vonden er de dood door de agressieoorlog van de VS tegen Irak en Afghanistan en door het moorddadig beleid van de bezettingsautoriteiten of de marionettenregering? Hoeveel kinderen stierven aan ziekten als gevolg van gebrek aan schoon drinkwater en gezonde voeding en hoevelen kregen geen onderwijs meer ten gevolge van de verwoesting van de maatschappelijke infrastructuur? Hoeveel kinderen zijn voor het leven belast met de traumatische ervaring van de wreedheden van een agressieoorlog? Hoeveel kinderen zullen het leven nog verliezen als gevolg van sancties en oorlogen, omdat de VS hun imperialistische macht in heel het Midden Oosten, Centraal Azië, Zuid Azië, Oost Azië willen vestigen? De VS en zijn bilaterale en multilaterale instrumenten (met inbegrip van de VN) hebben geen enkele morele autoriteit om een oordeel uit te spreken over nationale bevrijdingsbewegingen of hen te discrediteren. Het is duidelijk, dat de VS en hun imperialistische bondgenoten en vazallen het onderwerp mensenrechten en humaniteit misbruiken voor militaire interventie en agressie.

Daarom is hen niets teveel om zo'n gevoelige zaak als kinderrechten te manipuleren. Zij verzinnen verhalen over misbruiken van revolutionairen, om daarmee het volk zelf en de revolutionaire krachten, die in opstand komen tegen dit systeem dat kinderen uitbuit en onderdrukt, in diskrediet te brengen.

Maar de volken van de wereld weten wel iets beters dan de VS en hun medeplichtigen door te laten gaan met het vertrappen van hun nationale, democratische en mensenrechten in het algemeen en de rechten van vrouwen en kinderen in het bijzonder. Zij komen in opstand tegen de imperialistische oorlog en plundering. Zij willen een nieuwe, betere wereld bouwen, waarin zij kunnen genieten van de zegeningen van nationale onafhankelijkheid, democratie, maatschappelijke gerechtigheid, ontwikkeling en wereldvrede.

(1) Compradore: Een inwoner van een land, die fungeert als een agent voor buitenlandse organisaties, betrokken in investeringen, handel of economische en politieke exploitatie oftewel uitbuiting.
(2) Sweatshop: Een fabriek of werkplaats, met name in de confectie-industrie, waar handwerk wordt gedaan tegen zeer laag loon in lange uren en onder slechte omstandigheden.
(3) strategic hamlet: versterkt dorp.