Verdwijningen in de Filippijnen:
een Nachtmerrie zonder Einde

Raymond Manalo en Concepcion Empeño op bezoek in Europa

Onder de nieuwe president Aquino vrezen activisten die opkomen voor de rechten van de arme gemeenschappen nog altijd voor hun leven. Brutale mensenrechtenschendingen blijven een hinderpaal in de dagelijkse strijd voor het recht op een menswaardig leven. Twee getuigen komen naar Nederland. Raymond Manalo was een van de weinigen die een gedwongen verdwijning overleefd heeft, Concepcion Empeño is nog steeds op zoek naar haar dochter. Na het zien van de film DUKOT, een film over gedwongen verdwijningen, kunt u met hen in gesprek gaan.

Amnesty International interviewde hen na aankomst op Europese bodem:

"Nachtmerrie die me altijd zal blijven achtervolgen"

Raymond Manalo is een vriendelijke, verlegen jongeman met een aanstekelijke glimlach. Niets aan zijn voorkomen verraadt de gruwel van zijn recente gedwongen verdwijning en foltering, gepleegd door de Filippijnse veiligheidstroepen.

"Ik heb een nachtmerrie beleefd die me altijd zal blijven achtervolgen. Het leven van mijn gezin is gebroken maar de regering heeft niets gedaan om me te helpen," vertelde Raymond aan Amnesty International in Londen aan het begin van zijn 73-daagse tournee door Europa.

"Ik moet de mensenrechtenschendingen aanklagen die plaatsvinden in de Filippijnen en anderen helpen die onder dwang verdwenen zijn."

De 29-jarige boer is een van de weinige slachtoffers die deze misdaad nog kan navertellen. Hij werd in februari 2006 door gewapende mannen uit zijn woning ontvoerd samen met zijn broer Reynaldo. Tijdens 18 maanden gevangenschap op een geheime plaats werd hij herhaaldelijk gefolterd door de militairen die hem bewaakten. Uiteindelijk slaagden de broers in een gewaagde ontsnapping.

Sindsdien zijn ze terug bij hun familie maar hun strijd gaat voort. Niemand werd gestraft voor de wandaden die de broers moesten ondergaan, omdat ze ervan beschuldigd werden lid te zijn van het New People's Army, een communistische gewapende groepering. De broers hebben die beschuldiging trouwens altijd ontkend.

Nadat ze door veiligheidstroepen werden gevangengenomen, zaten ze samen met 12 anderen in een cel in een militair kamp. Daar werden ze uitgehongerd en regelmatig onderworpen aan foltering.

"Ik wilde niet sterven"

"We leefden als hun slaven. Ik heb nog altijd littekens waar ze mijn huid gebrandmerkt hebben met gloeiend hete blikken. Ze schopten me, sloegen me met stokken, terwijl ze water in mijn neus lieten stromen,” herinnert Raymond zich.

"Maar ik wilde niet sterven. Ik wist dat mijn ouders me zouden zoeken en die gedachte hield me overeind. Mijn broer en ik, wat ze ook met ons deden, we hebben het doorstaan."

Nadat hij deze beproevingen had overleefd, werd Raymond voorgesteld aan een man die bekend stond als “de slachter”, een militair commandant die een prominente figuur was in de strijd tegen de communisten.

De commandant liet Raymond toe om onder militaire begeleiding zijn ouders te ontmoeten. Hij beval Raymond om er voor te zorgen dat zijn familie met niemand over zijn gevangenschap zou praten, geen klacht zou indienen, noch contact zou opnemen met mensenrechtenorganisaties.

In de daaropvolgende weken werd Raymond aangeboden om soldaat te worden. Blijkbaar waren zijn ontvoerders onder de indruk van zijn weerstand. De broers werden naar een buitenhuis van officieren gebracht in de provincie Pangasinan in het noorden van de Filippijnen. Daar bewerkten ze het land voor de officieren. Raymond werkte mee, terwijl hij wachtte op een mogelijkheid om te ontsnappen.

"Op een dag zagen we onze kans. Onze bewakers waren dronken en terwijl ze sliepen, ontsnapten mijn broer en ik naar die kant van de boerderij waar geen huizen staan. Zo konden we de weg bereiken.”

Uitzonderlijke redding

Maar het verhaal van de redding van de broers is uitzonderlijk. De gruwelijke getuigenis van Raymond over zijn tijd in gevangenschap geeft aan dat andere slachtoffers van gedwongen verdwijningen wellicht nooit naar hun geliefden zullen terugkeren.

Onder hen zijn ook de studenten Karen Empeño en Sherlyn Cadapan, die ontvoerd werden in de provincie Bulacan, nabij de hoofdstad Manila, terwijl ze onderzoek deden voor hun thesis in boerengemeenschappen.

"Ik hoorde een vrouw om genade smeken... Het was Sherlyn. Ze hing ondersteboven terwijl de soldaten haar op de buik sloegen en een stok in haar vagina staken. Karen lag in foetushouding bij haar, bijna naakt. Haar huid was bedekt met brandwonden van sigaretten,” vertelt Raymond.

Karens moeder begeleidt Raymond tijdens zijn tournee door Europa op uitnodiging van Amnesty International. Ze heeft geen nieuws van haar dochter sinds haar verdwijning in 2006, maar blijft een sprankeltje hoop bewaren dat ze nog steeds in leven is.

"Ik zal het werk van Karen voortzetten"

"Toen ik hoorde wat Raymond gezien heeft, sloeg mijn droom over Karen aan diggelen,” zegt Concepcion in tranen. Ze roept de Filippijnse overheid op om de daders te bestraffen voor de misdaden tegen haar dochter en anderen.

"Vroeger was ik geen activiste, maar nu wel. Ik zal het werk van Karen voortzetten. Ik weet nu waarvoor ze zich inzette.”

"Als je een activist bent of deelneemt aan protest, dan beschouwt men je als een staatsvijand en dat is een grote misdaad. Ik wil zo hard schreeuwen dat de hele wereld weet welke mensenrechtenschendingen gebeuren in de Filippijnen.” Concepcion is nu de ondervoorzitster van Desaparecidos, een organisatie van familieleden van slachtoffers van gedwongen verdwijningen.

"Ik heb m'n hoop nu gevestigd op de internationale gemeenschap, want mijn regering doet niets. De militairen en de autoriteiten ontkennen alles. Wat we willen, is gerechtigheid.”

"Ik vrees nog altijd voor m'n leven"

In de drie jaar sinds de ontsnapping van Raymond blijft die gerechtigheid een verre droom. Zijn pogingen om een strafklacht in te dienen tegen de soldaten die de wandaden pleegden, zijn op de lange baan geschoven of door de rechter afgewezen. Hij leeft met de constante vrees om opnieuw ontvoerd te worden.

"Ik ben vrij maar toch niet helemaal. De soldaten kunnen me altijd opnieuw oppakken. Alles wat ze moeten doen, is hun uniform uitdoen en zorgen dat het anoniem gebeurt,” zegt Raymond.

"Ik ben heel kwaad omdat ik mishandeld werd en niet eens weet waarom. Ik heb de kracht gevonden om erover te spreken, omdat ik gerechtigheid wil voor de mishandeling die ik heb ondergaan en voor de anderen die ontvoerd zijn.”

"Het is ook een manier om mezelf te beschermen. Ik kan niet terug naar mijn boerderij. Hoe klein het stuk land dat ik vroeger had ook is, mijn ouders hebben het moeten verkopen om hun zoektocht naar mij en de rechtszaak te betalen. Ik kan geen normaal leven meer leiden. Ik vrees nog altijd voor mijn leven en dat van mijn familie. Ik weet niet wat de toekomst zal brengen."

Tekst: interview van Amnesty International
Foto's: Amnesty International