Nederlander Thomas na Detentie Terug uit de Filippijnen

Amsterdam, 8 augustus 2013

Vandaag, donderdag, is Thomas van Beersum teruggekeerd in Nederland. Dinsdag wilde hij terugvliegen maar werd hij aangehouden, omdat hij had deelgenomen aan de protestacties tegen de jaarlijkse SONA (State of the Nation Address), de jaarlijkse staatsrede van president Aquino op 22 juli. Daar bevroeg hij op dringende wijze een politieagent over het gebruik van geweld door agenten tegen de demonstranten. Bij de demonstratie liepen minstens 15 mensen verwondingen op.

Hij werd vastgehouden omdat werd bekeken of er nog rechtszaken tegen hem liepen in de Filippijnen. Vervolgens werd besloten dat de Nederlander alsnog het land mocht verlaten. Wel komt hij als ongewenste vreemdeling op een zwarte lijst te staan. Volgens zijn Filippijnse advocaat Rey Cortez zouden de autoriteiten de activist alleen hebben willen dwarszitten door hem vast te zetten en vervolgens weer vrij te laten.

De Internationale groep Human Rights Watch noemde het incident "niets anders dan intimidatie." "Gedrag van de overheid dat in strijd is met het waarborgen van de vrije meningsuiting en vreedzaam samenzijn waarop buitenlandse bezoekers en Filippijnse burgers recht hebben volgens het internationaal recht. Het ondermijnt Aquino’s beweringen dat zijn regering de mensenrechten en burgerlijke vrijheden respecteert," zei de groep.

Thomas verklaarde dat hij met de demonstratie had meegedaan vanwege het toenemende geweld in het land. Hij wees daarbij ook op de gewelddadige dood van de Nederlandse hulpverlener Willem Geertman vorig jaar.

Andere buitenlandse deelnemers aan de protestactie, verklaarden gefrustreerd maar niet verrast te zijn dat president Aquino in zijn staatsrede niets zei over eventuele plannen om het grote aantal buitengerechtelijke executies en verdwijningen op te lossen. Bijna drie jaar presidentschap van Aquino hebben tot nog toe 142 gevallen van onopgeloste buitengerechtelijke executies voortgebracht, waaronder de moord op Geertman.

Peter Murphy, verkozen tot secretaris-generaal van de nieuw opgerichte Internationale Coalitie voor de Mensenrechten in de Filippijnen, beschreef de gebeurtenissen op 22 juli als een weerspiegeling van de "enorme kloof tussen de wereld van de overheid en de echte wereld van de bevolking". Het geweld gebruikt door de politie toont deze enorme kloof. De protestactie was een geslaagde weergave van de mislukking van de regering om de mensen te voorzien in hun basisbehoeften.