Filter
  • Oproep van BAYAN om hulp

    Oproep van BAYAN om geld bijeen te brengen voor de slachtoffers van de Grote Overstroming

    Zondag, 27 september 2009

    Op de Filippijnen zijn tot nu toe 73 doden gevallen door het noodweer dat de tropische storm Ketsana met zich meebrengt. Zeker 23 mensen worden nog steeds vermist, meldden de autoriteiten zondag in Manilla. Meer dan 337.000 mensen zijn ontheemd door de overstromingen.

    090927ramp

    Ketsana raasde zaterdag over de Filippijnen en veroorzaakte onder meer enorme overstromingen. De meeste slachtoffers zijn gevallen in de oostelijke buitenwijken van de hoofdstad en in provincies ten oosten en ten noorden van Manilla.

    Bayan, een alliantie over verschillende sectoren, roept iedereen op om geld en materialen bijeen te brengen voor de slachtoffers van de Grote Overstroming van 26 september. Wij vragen onze helpers en vrienden van overzee dringend om geld in plaats van goederen, omdat wij mogelijk de kleding en andere spullen die u zou sturen niet uit de haven of van het vliegveld kunnen loskrijgen door de enorme bureaucratie van de overheid.

    U kunt uw donatie overmaken op Postgiro 8118425, ten name van NFS (Nederlands-Filippijnse Solidariteitsbeweging) te Leiden, onder vermelding van “Steun aan slachtoffers van grote overstroming”. Wij zorgen ervoor dat de volle 100% terecht komt bij de slachtoffers.

    Deze ramp, die mede veroorzaakt is door de grote ondernemingen (mijnbouw, grootschalige houtkap, steengroeven, landconversie) en lokale bureaucraten die door plundering slechts uit zijn op eigen korte termijn winst, en het niet door de GMA regering beschikbaar stellen van honderden rubberboten (Filippijnse legerofficieren zeiden slechts 13 rubberboten te hebben), helikopters en piloten met nachtuitrusting, amfibie voertuigen, vrachtwagens, duizenden reddingsvesten en voedsel- en medicijn pakketten, treft onze landgenoten die vast zitten op hun daken, enz. zeer zwaar.

    Hartelijk dank voor uw medeleven en hulp. Wij hopen dat u niet geef-moe bent geworden.

    Taritz
    Contactpersoon voor internationale betrekkingen

  • Protesteer tegen de Dictatuur van Arroyo

    Niet weer een dictatuur. Na Marcos, NU Arroyo!

    Protesteer tegen de dictatuur van Arroyo

    op 19 september, van 17.00 – 20.00 op de Dam te Amsterdam

     

    Spaar onze kinderen voor armoede en geweld!

    Praten geen Oorlog!

    Vorige week vergiftigde een jonge moeder, Janeth Ponce, haar drie kinderen van vier, drie en twee jaar. Daarna pleegde zij zelfmoord. Ze was zo arm, dat ze niets te eten had voor haar kinderen. Sinds Arroyo aan de macht is, vallen steeds meer kinderen ten slachtoffer aan haar regime.

    Kinderen worden dubbel getroffen. Ten eerste ervaren zij de armoede die 80% van de mensen treft aan den lijve. Ten tweede, vallen ze ten slachtoffer aan de politiek van totale oorlog tegen mensen die strijden voor hervormingen in de samenleving.

    Mensenrechten organisaties hebben de volgende gevallen gedocumenteerd:

    54 kinderen gedood tijdens militaire operaties van het leger.
    17 kinderen gemarteld,
    69 illegaal gearresteerd,
    3 verkracht en
    63 geslagen door soldaten.

    Onder Arroyo, zijn meer dan 800 politieke activisten vermoord en meer dan 200 ontvoerd door het Filipijnse leger.

    In 1986 verdreef het Filippijnse volk de Marcos dictatuur in de, later wereldwijd befaamde, 'People Power Revolution'.

    Tweeëntwintig jaar later, zucht de Filippijnse bevolking weer onder een dictatuur, die van Gloria Macapagal Arroyo.

    Wij roepen de regering Arroyo op de vredesbesprekingen met het Nationale Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP) te hervatten en de oorzaken van het gewapende conflict weg te nemen.

    De problemen van het land kunnen niet opgelost worden via een totale oorlog tegen hen die verandering willen. De oplossing is hervorming van de samenleving. Alleen dan kan er welvaart en vooruitgang komen voor de mensen die al zo lang lijden en een rechtvaardige en duurzame vrede in het land wensen.

    "We roepen de Nederlanders op om de mensen in de Filippijnen te steunen
    in hun strijd voor democratie, sociale-gerechtigheid en
    voor een eerlijke en duurzame vrede."

    Rice & Rights www.riceandrights.net &
    Nederlands-Filippijnse Solidariteitsbeweging www.nefiso.nl

  • De Economische Crisis komt hard aan

    De Economische Crisis komt hard aan bij de Filippijnse Arbeider

    Terwijl de economische crisis de eerste helft van het jaar een nieuw dieptepunt bereikte, ziet de nabije toekomst er even somber uit. Alhoewel de prijsstijgingen van brandstof, rijst en elektriciteit iedereen treffen, krijgt de Filippijnse arbeider de zwaarste klappen als groeiende sector in een krimpende economie.

    "The Philippine Labor Situation” in Bulatlat

  • Vrouwelijke Arbeiders Verenigen zich

    Vrouwelijke Arbeiders Verenigen zich tegen Onrechtvaardigheid

    Vrouwelijke arbeiders, weduwen en familieleden van vermoorde leiders uit de arbeidersbeweging, richtten recentelijk de alliantie Women Workers in Struggle for Employment, Empowerment and Emancipation (Women Wise3) op. Op die manier verenigen ze zich in de strijd voor gerechtigheid, en tegen de zware repressie van de arbeidersbeweging.

    “Women Workers Unite, Form Alliance for Justice, Union Rights” in Bulatlat

  • Gevreesde Burgerwacht ILAGA Heropgericht

    Gevreesde Burgerwacht ILAGA Heropgericht

    Als gevolg van het geaborteerde vredesakkoord met de MILF en de gewapende conflicten die heropwakkerden, hebben christelijke groeperingen in de provincie Cotabato in het zuiden van Mindanao, de gevreesde Ilaga vigilante groep weer opgericht. Deze organisatie was in de jaren '70 berucht omwille van haar gruwelijke mensenrechtenschendingen. Ze was ook verantwoordelijk voor de moord op de Italiaanse priester Favali.

    “Dreaded Ilaga is back” in Inquirer
    “Scared of the Ilaga” in Inquirer

  • Karapatan viert 13e Verjaardag

    Mensenrechtenorganisatie KARAPATAN viert haar 13e Verjaardag

    De Filippijnse mensenrechtenorganisatie KARAPATAN blaast haar 13e kaarsje uit. Voor de mensenrechtenactivisten is hun werk een manier van leven geworden, waarin ze dagelijks hun leven op het spel zetten om dat van anderen te verdedigen.

    “Karapatan at 13: Defending Human Rights, Advancing People’s Rights” in Bulatlat

  • Goedkope Geneesmiddelen Duur Betaald

    In de Filippijnen worden Goedkope Geneesmiddelen Duur Betaald

    Ziekenhuizen, of geneesmiddelen zijn voor de meeste Filipino's niet toegankelijk. Tatay Mel, een van de leiders van de gezondheidsorganisatie KilosBayan para sa Kalusugan (Volksactie voor de Gezondheid), actief in de wijk Fairview in Quezon City, getuigt.

    "In de Filippijnen worden goedkope geneesmiddelen duur betaald" op intal.be

  • Filippijnse Ziekenhuizen hebben Tekort aan Verplegers

    Filippijnse Ziekenhuizen hebben Tekort aan Verplegers

    De Filippijnen heeft gediplomeerde verplegers in overvloed. Toch is er een groot tekort aan verplegers in overheidsziekenhuizen. Door de lage lonen en slechte werkomstandigheden probeert iedereen elders aan de slag te gaan.

    “A Shortage amid the Glut in Nursing Graduates” in Bulatlat

  • Wie was Romulo Kintanar?

    Wie was Romulo Kintanar?

    Een officieel Geheim Agent van de Regering in Manilla

    romulo_kintanar

    Vertaald uit het Engels

    Sinds 1992 was Romulo Kintanar als geheim agent in dienst van het leger en de politie. Als zodanig was hij dus combattant in de burgeroorlog tussen de Regering van de Republiek der Filippijnen (GRP)en de revolutionaire beweging van het Filippijnse volk, vertegenwoordigd door het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP) in de vredesonderhandelingen tussen de GRP en het NDFP.

    Niemand minder dan Gloria Macapagal Arroyo, de president van de GRP, heeft bevestigd dat Kintanar een geheim agent was van haar regering. De Philippine Star van 27 januari 2003, schreef in haar voorpagina artikel ‘NPA erkent aanslag op Kintanar’: “President Arroyo bevestigde dat Kintanar, tijdens de moordaanslag op hem, als geheim agent van de regering werkzaam was.”

    Daarvoor, op 23 januari 2003, zei een functionaris van Arroyo’s Malacanang Paleis, dat Kintanar “een adviseur was van de PNP (politie) en van de AFP (strijdkrachten), maar dat hij zijn salaris ontving van het Bureau voor Immigratie en Deportatie (BID)” (Philippine Daily Inquirer, Breaking News, 24 January 2003, Communist Party Chief Blamed for Slay of Former NPA Head). Hij was ten tijde van zijn overlijden ook veiligheidsadviseur voor de National Electrification Administration (NEA).

    Politie-kolonel Robert Delfin zette van maart tot augustus 1992 Ricardo Reyes in dezelfde cel waar Kintanar gevangen zat. Reyes was een renegaat van de CPP en al meer dan tien jaar daarvoor uit de partij gezet. Het was de bedoeling Kintanar tegen de revolutie te keren. Dat lukte.

    Toen Kintanar in augustus 1992 werd vrijgelaten, vanwege een amnestie van de Manilla-regering, maakte hij bekend gebroken te hebben met de CPP. Hij ging werken voor de geheime diensten van de GRP. Maar hij raakte ook betrokken in de onderwereld van corrupte politie- en legerofficieren van de handel in beveiliging, gewapende overvallen, ontvoering en huurmoord en hij zette zelfs een eigen beveiligingsbedrijf op als dekmantel voor zijn activiteiten (Philippine Daily Inquirer, 24 January 2003, Ibid).

    Samen met zijn oom, generaal Galileo Kintanar, onder Marcos hoofd van ISAFP, de geheime dienst van het leger, werd hij in verband gebracht met de moord op de filmster Nida Blanca en waren beiden bekend als lieden die tegen vergoeding wel iets voor je konden regelen met het leger of de politie. Twee dagen voor zijn dood was Kintanar, als een van de genodigden, nog gezien op een feestje van hoge politie-officieren, gegeven door politiechef generaal Hermogenes Ebdane ter gelegenheid van de 12e verjaardag van de National Capital Regional Police Office (NCRPO) (The Philippine Star, 24 January 2003, Ex-NPA Chieftain Slain). Op dat feestje was ook aanwezig Arturo Tabara, de leider van de RPA-gang, een veiligheidsdienst van de grootgrondbezitter en Marcos' vriend Eduardo Cojuangco in West-Negros.

    In 2000 kreeg Kintanar de leiding van een samenzwering voor een moordaanslag op Prof. Jose Maria Sison in Nederland. Hij was toen inmiddels veiligheidsadviseur van generaal Alexander Aguirre geworden, de nationaal veiligheidsadviseur van de toenmalige president Joseph Estrada. Hij volgde orders op van generaal Panfilo Lacson, toentertijd het hoofd van de PNP (Manila Times, 24 January 2003, Ex-NPA Chief Assassinated Inside QC Restaurant). Hij deed ook aan observatie en andere “counter-insurgency” operaties van leger en politie tegen de CPP en het NPA.

    Op het moment van zijn dood, had Kintanar twee lijfwachten bij zich en droeg hij drie vuurwapens: een .45 caliber pistool, een HK machine pistool en een Glock 9mm pistool (Philippine Daily Inquirer, 6 February 2003, Kintanar Lost Rolex, Cash, 3 Guns, Golf Set). Als geheim agent van de regering stond hij altijd gevechtsklaar tegen de revolutionaire beweging.

    Kintanar was onloochenbaar een combattant. Hij was zwaar bewapend en gevaarlijk op het moment van zijn dood. Deze feiten zijn algemeen bekend in de Filippijnen, maar er zijn lieden in het buitenland die liever leugens verspreiden dan de waarheid vertellen over wat er gebeurt in de Filippijnen omdat zij de revolutionaire beweging van de Filippijnen in een kwaad daglicht willen stellen.

  • 21 september

    Nooit meer militaire uitzonderingstoestand!
    Stop de politieke moorden in de Filippijnen!
    Stop de politieke vervolging van Prof. Jose Maria Sison!
    Balkenende, Stop Uw steun aan het onderdrukkende Arroyo-regiem!

    Op 21 september 1972 kondigde Ferdinand Marcos de militaire uitzonderingstoestand af in de Filippijnen. Gedurende veertien jaar gingen Marcos en zijn generaals zich te buiten aan moorden, verdwijningen, onwettige arrestaties en martelingen van hun opponenten. Op 25 februari 1968 moest Marcos naar de VS vluchten in een Amerikaanse helikopter uit angst voor het volk dat in opstand was gekomen. De VS, die al die jaren van de brutale dictatuur Marcos gesteund hadden, zorgden er wel goed voor dat hun zetbaas een veilig heenkomen kon vinden voor de vergelding die het volk voor hem in petto had.

    De meeste mensen dachten dat na de val van de gehate dictator alles ten goede zou keren. Maar eigenlijk werd alles slechter. Het volk bleef lijden onder economische rampspoed, armoede en politieke onderdrukking en vervolging.

    Vandaag de dag leeft 80% van de Filippino’s onder de armoedegrens. Daarom hebben inmiddels al meer dan 8 miljoen Filippino’s het land verlaten op zoek naar werk in het buitenland. Hoewel ze opgeleid zijn voor onderwijzer, verpleger of boekhouder of hoger, staan ze af te wassen, maken ze huizen schoon of lopen ze vuilnis op te halen om brood op de plank te krijgen voor hun kinderen die thuis zijn achtergebleven.

    Elf jaar na de val van de Marcos-dictatuur is de militaire uitzonderingstoestand feitelijk weer van kracht in de Filippijnen. Sedert het aan de macht komen van Gloria Macapagal-Arroyo in 2001, zijn meer dan 850 van haar politieke tegenstanders om het leven gebracht door doodseskaders en zijn er meer dan 250 mensen spoorloos verdwenen. Op aandringen van de regering Bush is een nieuwe ‘antiterreurwet’, á la de Amerikaanse ‘Patriot Act’, ingevoerd, om de oppositie de mond te snoeren en te intimideren.

    Deze vervolging van politieke dissidenten door het Arroyo-regiem strekt zich nu zelfs uit tot binnen de grenzen van het Koninkrijk der Nederlanden. In samenspraak met de regering in Manilla heeft ons Openbaar Ministerie op 28 augustus 2007, Prof. Jose Maria Sison laten oppakken door de Nederlandse politie en gevangen gezet in de gevangenis van Scheveningen op grond van aanklachten waarvoor geen enkel bewijs bestaat. Vanwege dat gebrek aan bewijs is hij weer vrij gelaten, maar het OM wil hem weer terug in de gevangenis. Op 26 september a.s. zal de Raadkamer in Den Haag daar weer over beslissen.

    Het heeft er alle schijn van dat de regering Balkenende zich heeft laten lenen in Nederland mee te doen aan de vervolging van Filippijnse dissidenten, om de groeiende economische belangen van Nederlandse bedrijven in de Filippijnen veilig te stellen.

    We doen een beroep op het Nederlandse volk de regering te vragen op te houden het repressieve regiem in de Filippijnen te steunen. We doen een beroep op het Nederlandse volk om de regering Balkenende te vragen niet langer met de regeringen in Manilla en Washington samen te zweren tegen de Filippijnse oppositie. We vragen het Nederlandse volk het volk van de Filippijnen te steunen in zijn strijd voor sociale rechtvaardigheid, vrede en democratie.

  • Kamervragen door de SP

    Vragen van de leden De Wit, Van Raak en Van Bommel (allen SP) aan de ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken over informatie justitiële onderzoeken van in Nederland verblijvende Filippijnse activisten

    1. Herinnert u zich uw zorgen over de mensenrechtensituatie op de Filippijnen? (1)
    2. Bestaat er een overeenkomst van Nederland met buitenlandse diensten die overname van inlichtingen mogelijk maakt met Filippijnse veiligheidsautoriteiten als direct of indirecte bestemming? Zo ja, welke overeenkomst(en) is (of zijn) dat?
    3. Is het juist dat bij de huiszoekingen in Utrecht en Abcoude computerapparatuur en andere persoonlijke bezittingen als usb-sticks, digitale videocamera’s in beslag zijn genomen, van personen die geen verdachten zijn in de zaak Sison? (2)
    4. Kunt u garanderen dat de informatie die bij de huiszoekingen wordt verworven niet wordt doorgegeven aan buitenlandse diensten, vanwege het risico van buitengerechtelijke executie of vermissing of andere vormen van mensenrechtenschendingen? Indien neen, bent u bereid te voorkomen dat de verzamelde informatie in het politieonderzoek in de zaak Sison wordt doorgegeven aan buitenlandse diensten? Indien neen, waarom niet?

    Bronnen:

    1. Met name Aanhangsel 358 (2006 – 2007) antwoord op vraag 4; maar ook Aanhangsel 1151 (2005 – 2006); Aanhangsel 1570 (2005 – 2006). Zie ook Trouw 15 juni 2006 “Doodseskaders op brommertjes” en Trouw 11 september 2006 “Elke 36 uur twee moorden”. Zie ook: “Rapport inzake Onderzoek naar Geweld tegen Filippijnse Advocaten en Rechters verschijnt op 24 juli 2006; Internationale missie overhandigt eerste exemplaar rapport aan Filippijnse ambassade in Den Haag; Persbericht d.d. 21 juli 2006; Van de Stichting Advocaten voor Advocaten. http://www.advocatenvooradvocaten.nl/projecten-filippijnen.html#filippijnen22juni2006
    2. Brief van mr Tomlow aan rechter-commissaris in Den Haag, d.d. 4 september 2007.
  • 90 dagen verlenging

    NDFP protesteert ten strengste tegen verlenging van Sison’s detentie

    {mosimage}

    door Luis G. Jalandoni
    Voorzitter, NDFP onderhandelingsdelegatie

    Persverklaring, 13 september 2007

    Het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP) protesteert ten sterkste tegen de onrechtvaardige beslissing van de Rechtbank van Den Haag om de detentie van Prof. Jose Maria Sison met nog eens 90 dagen te verlengen. Deze ongepaste verlenging van Prof. Jose Maria Sison’s detentie is een grove schending van zijn recht op een eerlijk proces.

    In een fase van het proces waarin hij alleen nog maar verdachte is, wordt hij al voor lange tijd, 105 dagen, opgesloten in een gevangenis. Bovendien schenden de Nederlandse autoriteiten zijn internationaal erkend recht om zijn familie te zien en zijn huisarts. De eenzame opsluiting waarin hij vertoeft is onmenselijk en een schande voor een regering die beweert respect te hebben voor mensenrechten, democratie en een rechtsstaat te besturen.

    De achter gesloten deuren gevoerde verhoren en de breideling van de raadsman van Prof. Sison, om nog maar te zwijgen over wat zich afspeelt tijdens de verhoren en bij de ondervragingen, zijn op zich al schaamteloze schendingen van het principe van transparantie wat strikt in acht genomen zou moeten worden in een echte democratie.

    Het NDFP veroordeelt ten sterkste de vervolging van Prof. Jose Maria Sison wegens valse aanklachten die reeds op 1 juni 2007 zijn verworpen door het Opperste Gerechtshof van de Filippijnen. De wederrechtelijke detentie en vervolging van Prof. Jose Maria Sison, de politiek hoofdconsulent van het NDFP in de vredesonderhandelingen, dient een ongenadige klap toe aan de kansen op hervatting van de formele vredesbesprekingen.

  • De zaak Jose Maria Sison

    Een Filippijnse revolutionair, Gezuiverd van ‘Terrorisme’, Gearresteerd in Nederland

    De zaak Jose Maria Sison

    door Gary Leupp

    Vertaald uit het Engels

    4 september 2007

    In de morgen van 28 augustus, vielen agenten in burger van de Nederlandse politie het huis binnen van de Filippijnse revolutionaire leider Jose Maria Sison in Utrecht en arresteerden hem op aanklacht opdracht gegeven te hebben tot het vermoorden van twee mensen in de Filippijnen in 2003 en 2004. Volgens zijn vrouw forceerden de agenten de deur zonder eerst aan te bellen of te kloppen en kneusden zij haar arm toen zij haar wilden beletten de telefoon te pakken. Ze haalden computers, documenten, cd’s en andere bestanden weg, waarmee ze tot de avond bezig waren, terwijl zij gedwongen was dat alles vanuit een stoel aan te zien. Op acht andere locaties werd tegelijkertijd huiszoeking gedaan.

    Sison was op dat moment niet thuis. Luis Jalandoni, de voorzitter van de vredesonderhandelingsdelegatie met de GRP vertelt wat er gebeurde:

    “De politie nodigde Prof. Sison uit voor een gesprek in verband met nieuwe ontwikkelingen terzake van een klacht die hij in 2001 had ingediend. In de veronderstelling dat het ging over het complot tegen zijn leven, opgezet door de toenmalige [Joseph] Estrada regering, nam Prof. Sison zijn advocaat en de benodigde papieren mee naar het politiebureau. Maar toen hij op het politiebureau aankwam, werd hij afgezonderd van zijn advocaat en zijn andere begeleiders. Die hoorden later dat Prof. Sison in het geniep was afgevoerd naar de gevangenis in Scheveningen, waar de Nazi’s ooit Nederlandse verzetsstrijders interneerden, op de duidelijk valse aanklacht als zou hij opdracht gegeven hebben tot het vermoorden van [Arturo] Kintanar en [Romulo] Tabara”.

    Sison blijft voorlopig 14 dagen in eenzame opsluiting. Volgens zijn advocaat, Jan Fermon, luidt de officiële aanklacht “het aanzetten tot moord” in de Filippijnen.

    De directe aanleiding vormden, volgens de Filippijnse pers, de beëdigde verklaringen, vorig jaar ingediend bij het Filippijnse Ministerie van Justitie door de weduwen van Kintanar en Tabara (voormalige communisten die uit de partij waren gezet) gevolgd door bezoeken aan de Nederlandse Ambassade in Manilla.

    Sison woont sinds 1987 in Nederland. De 68-jarige voormalige professor in Engelse literatuur en erkend dichter was hoofd van de heropgerichte Communistische Partij van de Filippijnen van 1968 tot 1977. In die jaren boekte het NPA (‘New People’s Army), de militaire tak van de partij, enorme vooruitgang in de Volksoorlog tegen de door de VS gesteunde dictatuur van Ferdinand Marcos. Gevangen genomen door de troepen van Marcos in 1977, zat Sison jaren gevangen, waarvan anderhalf jaar geketend aan een bed, in eenzame opsluiting voordat hij in 1986 werd vrijgelaten door President Corazon Aquino na de ‘People Power’ revolutie die Marcos en zijn beruchte vrouw Imelda het land uitdreef. Sindsdien was hij voorzitter van de ILPS (International League of People’s Struggle) en politiek hoofdconsulent van het NDFP (National Democratic Front of the Philippines) bij de hortende vredesonderhandelingen met de regering in Manilla.

    De CPP (Communist Party of the Philippines) heeft 20 jaar geleden verklaard dat Sison niet langer betrokken is in de operationele besluitvorming en slechts een adviserende taak vervult vanuit Europa. In 1986, toen hij uit de gevangenis kwam, vertrok Sison op een wereldtournee om lezingen te geven. In oktober van dat jaar ontving hij in Bangkok de ‘Southeast Asia WRITE award’ voor zijn boek met gedichten van de kroonprins van Thailand. Toen hij drie maanden later in Nederland was, kreeg hij te horen dat zijn paspoort was ingetrokken en dat hij in de Filippijnen was aangeklaagd onder de anti-subversie wet. Deze aanklachten werden later ingetrokken, net als alle volgende aanklachten ingediend door de autoriteiten in de Filippijnen.

    Maar ondertussen had het ‘New People’s Army’ de controle verworven over 8000 dorpen, misschien wel 20% van het Filippijnse platteland. (In 2003 zei het NPA 128 guerrillazones, te hebben in 60% van de dorpen in het land.) Vanaf 2004 geldt het NPA als de grootste bedreiging voor het land in de ogen van de AFP (Strijdkrachten van de Filippijnen), d.w.z., gevaarlijker dan de Moslim separatisten en de met Al-Qaida verbonden bandieten van Abu Sayyaf). De VS, geschrokken door de vooruitgang bij de communisten, zonden direct na 9-11 (dat enorm hielp om overal ter wereld troepen in te zetten) troepen naar de Filippijnen, voor wat simpelweg het ‘Tweede Front’ in de ‘war on terror’ werd genoemd. Het officiële doelwit was Abu Sayyaf, maar de Filippijnse maoïsten zeggen dat zij het eigenlijke doelwit vormen van het Amerikaanse leger (in 1992 door de Filippijnse Senaat de deur gewezen, maar nu opnieuw uitgenodigd door de regering Macapagal-Arroyo).

    In augustus 2002 verklaarde de VS Minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, onder wat klaroengeschal, dat besloten was Sison tot ‘terrorist’ te verklaren. De CPP en het NPA stonden al op de lijst van ‘buitenlandse terroristische organisaties’, die door het Ministerie van Buitenlandse Zaken was opgemaakt en als hamerstuk elke twee jaar door het Congres wordt bekrachtigd.

    Om op de lijst te kunnen komen dient men (1) buitenlander te zijn, (2) bezig te zijn met terroristische activiteiten, en (3) de veiligheid van VS burgers of het ‘nationaal belang’ van de VS te bedreigen.

    Volgens Sectie 212(a)(3)(B) van de ‘Immigration and Nationality Act’ van 1952 geldt als “terroristische activiteit, iedere activiteit die onwettig is volgens de wetten van de plaats waar die wordt gepleegd (of wanneer gepleegd in de VS, onwettig is volgens de wetten van de VS of van een Staat)” en daaronder vallen ondermeer kaping of sabotage aan vliegtuigen, schepen, of voertuigen; ontvoering; gewelddadige aanvallen op ‘internationaal beschermde personen’; moord; het gebruik van biologische, chemische of nucleaire wapens; het gebruik van explosieven of vuurwapens “met de bedoeling het direct of indirect bedreigen van de veiligheid van een of meer personen of het substantieel beschadigen van eigendom;” en/of te dreigen, of te pogen of te complotteren iets van het bovenstaande te doen, of mensen daartoe aan te zetten, of informatie te verzamelen over mogelijke terroristische doelen, of geld in te zamelen voor terroristische aanvallen.

    Volgens deze definitie, is iedere gewelddadige opstand tegen iedere regering—hoe onderdrukkend ook—en waar dan ook, ‘terroristisch’, of kan als zodanig worden gedefinieerd door een zeker Ministerie van Buitenlandse Zaken dat door heel de wereld geassocieerd wordt met wetteloos geweld. (Daaronder zou zelfs de Amerikaanse Revolutie vallen en zijn de ‘Founding Fathers’ als ‘terroristen’ te brandmerken.) Maar Powells verklaarde de plaatsing van de CPP en Sison op de lijst als volgt: “De CPP, een maoïstische groep, werd in 1969 [sic] opgericht om de Filippijnse regering door middel van guerilla omver te werpen. De militaire vleugel van de CPP, het NPA is sterk gekant tegen iedere militaire aanwezigheid van de VS in de Filippijnen en heeft VS burgers gedood.” (Hieronder vallen een Amerikaanse legerkolonel, een militaire geheim agent, twee Amerikaanse luchtmacht soldaten, en twee employees van Ford gedurende de vele jaren dat de VS militaire bases had in de Filippijnen en actief steun verleende aan het Marcos regiem en zijn opvolgers bij het neerslaan van de opstand.)

    Het voorbeeld volgend van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, plaatste de Raad van Europa (bestaande uit de Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU) de CPP en Sison op hun eigen terroristenlijst. Op 10 september 2002 kreeg Sison te horen dat in overeenstemming met de Nederlandse ‘sanctieregeling tegen het terrorisme’ zijn uitkering was stopgezet en zijn bankrekening bevroren. Hij diende zich ook wekelijks te melden bij een overheidsinstelling, dat was daarvoor, al meer dan tien jaar, eens in de maand. Dit ondanks het feit dat er nergens ter wereld strafzaken tegen hem hangende waren. De gemeente Utrecht, waar hij verblijft, wilde wel zijn uitkering hervatten op humanitaire gronden, maar alleen als hij daarmee zijn brandmerk als terrorist zou aanvaarden.

    De Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken verklaart het besluit: “De VS beschouwen de activiteiten van CPP en NPA en Sison als een bedreiging voor Amerikaanse burgers en voor de nationale veiligheid van de Amerikaanse politiek. De CPP kenmerkt zich door een sterk anti-Amerikaanse houding. De organisatie is een fervent tegenstander van de pro-Amerikaanse politiek van de huidige Filippijnse regering en van de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in dat land. In de jaren 1980 en 1990 zijn zes Amerikanen omgekomen bij aanvallen van het NPA.” Met andere woorden, de VS oefenden sterke druk uit op Den Haag om Sison te demoniseren en te straffen voor zijn “houding”, zijn oppositie tegen de regering van Gloria Macapagal-Arroyo, en zijn betrekkingen met een organisatie die beschuldigd wordt van het doden van Amerikaanse militairen die de regering in Manilla steunen.

    Dat besluit werd net anderhalve maand geleden (12 juli 2007) vernietigd door het Europese Hof van Eerste Aanleg (EFCI)—het Opperste Gerechtshof van de EU—hetgeen een gevoelige klap betekende voor de lastercampagne van de VS. Het in Luxemburg zetelende Hof concludeerde dat er nooit door een competente juridische autoriteit enig strafrechtelijk onderzoek was ingesteld tegen Sison met betrekking tot terroristische activiteiten. Het stelde dat de besluiten van de Raad van de EU tot en met 29 juni 2007 aangaande Sison ‘inbreuk maakten op de rechten van Prof. Sison.” en het verordonneerde de EU zelfs de kosten te vergoeden die Sison had moeten maken.

    In een verklaring dd 13 juli 2007 zegt Sison:

    “In de Filippijnen ben ik herhaaldelijk ontslagen van rechtsvervolging terzake van strafrechtelijke aanklachten. Toen het fascistische regiem van Marcos viel, werden de aanklachten van rebellie en subversie tegen mij ingetrokken. In 1992 werd de valse aanklacht wegens subversie uit 1988 vernietigd. In 1994 werd de aanklacht wegens meervoudige moord als gevolg van de bomaanslag op de Plaza Miranda [in 1971, waarbij acht leden van de Liberale Partij omkwamen en die door de regering Marcos werd gebruikt als voorwendsel voor het uitroepen van de staat van beleg] door de aanklager in Manilla afgewezen als gebaseerd op louter speculaties. In 1998 certificeerde het Ministerie van Justitie in de Filippijnen dat er geen strafklachten tegen mij hangende waren.

    In 2003 begon het Arroyo regiem tegen mij aanklachten wegens rebellie en andere misdrijven te fabriceren. Maar in een besluit eerder deze maand heeft het Opperste Gerechtshof van de Filippijnen dezelfde valse aanklachten wegens rebellie tegen meer dan 50 beschuldigden, waaronder de Batasan 6, een aantal juridische adviseurs van het NDFP en mij, als van nul en gener waarde van tafel geveegd.”

    Deze juridische nederlagen van de Filippijnse regering aangevoerd door de grotesk corrupte president Gloria Macapagal-Arroyo en van de door de VS georkestreerde aanval op Sison in Europa vormen de achtergrond van deze laatste aanval op de maoïstische leider. Deze keer wordt hij beschuldigd van verantwoordelijkheid voor het ombrengen van Tabara en Kintanar, twee voormalige maoïsten (begin jaren 1990 uit de CPP gezet), in 2003 en 2004 door het NPA en waarvoor het NPA de verantwoordelijkheid heeft opgeëist. Die twee waren in de jaren 1980 voorstanders van een strategie van stadsguerrilla, met name in Davao City, om met NPA ‘Sparrows’ soldaten en politieagenten aan te vallen. Zoals te verwachten, werd de strategie van stadsguerrilla in de hardste termen veroordeeld door de Filippijnse en de Westerse regeringen van die tijd, en het is curieus dat diezelfde regeringen nu hun rouwbeklag doen over de dood van hen die ze zeker, bij hun leven en welzijn, op hun terroristenlijst geplaatst zouden hebben. En het wordt nog curieuzer want de CPP zou het daarmee niet oneens zijn.

    Gregorio Rosal, de woordvoerder van de CPP, verklaarde in een vijf pagina’s lange verklaring voor de Filippijnse media in 2004, dat het NPA slechts doodvonnissen uitspreekt over mensen die zich onloochenbaar schuldig hebben gemaakt aan zeer ernstige misdaden. Hij zei dat een Volkstribunaal Kintanar in 1993 veroordeeld had wegens de volgende ernstige misdaden:

    1. Het beramen, lanceren en propageren van gangster operaties, zoals ontvoering voor losgeld, bankroof, en het vervalsen van dollars terwijl hij nog lid was van de CPP. Rosal noemde als voorbeeld de ontvoering van een Japanse zakenman, Noboyuki Wakaoji in 1986 en van de Filippijnse eigenaar van Bombo Radyo, Roger Florete in 1989 waarvoor Kintanar en zijn mannen respectievelijk 10 miljoen VS-dollar en 15 miljoen peso opstreken.
    2. De diefstal van enorme geldbedragen van de Partij.
    3. Fractievorming en pogingen tot vernietiging van de revolutionaire beweging.

    De CPP beschuldigde Kintanar er verder nog van dat hij “sinds 1992 als geheim agent optrad voor het leger en de politie van de regering in Manilla”, en betrokken was bij een “moordcomplot tegen Prof. Sison in Nederland” in 2000 (waaraan Jalandoni hierboven refereert, en waarvan Sison de Nederlandse autoriteiten op de hoogte stelde).

    Tabara werd volgens de maoïsten op 26 september 2004 aangehouden door CPP functionarissen op een parkeerplaats. Toen zij hem wilden arresteren voor de moord op een bejaarde boerenleider, trok Tabara een wapen, waarop hij werd doodgeschoten. Dit gebeurde in een maatschappij waarin het aan de macht zijnde regiem doodseskaders inzet. De mensenrechtenorganisatie KARAPATAN stelt, dat er al meer dan 800 linkse activisten om het leven zijn gebracht sinds 2001. De Bush regering maakt zich daar niet druk om, evenmin over het feit dat er meer dan 1200 mensen op hun doodstraf zaten te wachten in juni 2006 toen het Filippijnse Congres een wet aannam waarin de doodstraf werd afgeschaft. Het officiële rechtssysteem in de Filippijnen staat algemeen bekend als frauduleus, maar de VS en hun bondgenoten verklaren dat legaal terwijl zij de volkstribunalen beschouwen als illegaal en als instrumenten van terroristen die verantwoording schuldig zijn aan Sison in zijn Utrechtse verbanningsoord.

    Dit is de context waarbinnen de arrestatie van Sison plaatsvindt. Het gaat hier niet over moorden in de Filippijnen. Het gaat hier over de Volksoorlog in de Filippijnen, die de laatste paar jaar vooruitgang heeft geboekt, en neergeslagen moet worden. Het gaat hier over Amerikaanse druk op Europa om te buigen voor hun brede concept van ‘terrorisme’ en om het volledig benutten van het potentieel van de paranoia die de VS zaaien om elk anti-Amerikaans doel overal te demoniseren. Ik suggereerde al in juni 2002 dat er wel wat “rode doelwitten zullen opduiken in de ‘war on terror’” en Sison is al geruime tijd een van de belangrijkste mikpunten in die oorlog.

    Zijn arrestatie in Nederland, uiteraard onder aanmoediging van de Bush regering, is niet alleen een aanval op een gerespecteerd leider, maar ook een waarschuwing aan allen die sympathiseren met wereldwijd revolutionair links en zijn gewapende strijd. Ondertussen kan het brandmerk van ‘terrorist’ flexibel worden toegepast op iedereen die daarvoor volgens Washington in aanmerking komt. Het State Department staat naar verluidt op het punt de Revolutionaire Garde van Iran —een hele tak van de strijdkrachten van een land— tot ‘terroristische organisatie’ te verklaren. Dit is wel een stapje verder dan het bedreigen van gewelddadige non-gouvernementele organisaties met dat brandmerk. Naar verluidt beschouwen de Europeanen deze stap als provocatief en zorgelijk (De VS maken zo de weg vrij om leden van de Revolutionaire Garde als ‘illegale combattanten’ te behandelen, die niet onder de Conventie van Genève vallen en dus gemarteld mogen worden in een oorlog met Iran). Maar het is de natuurlijke culminatie van de strategie van angst en haat zaaien van het duo Bush en Cheney.

    Wie is de volgende? Wordt de hele Cubaanse Militie tot ‘terrorist’ verklaard? Het hele Venezolaanse of Russische of Chinese Leger? Het doet denken aan de Middeleeuwse Kerk met haar banvloeken tegen ketterij en haar vervolging van alles wat zij beschouwde als satanisme of hekserij. Zulke vloeken waren bedoeld om de dood af te roepen over een ieder als zodanig aangemerkt en een ieder te intimideren en te verstommen die hen zou willen verdedigen en de legitimiteit van de rechter aanvechten. Soms golden die vloeken hele volkeren. Men zou toch denken dat die pontificale arrogantie al enkele eeuwen geleden uitgestorven zou zijn, maar we hebben het weer terug in de vorm van de regering van de VS, bestaande uit religieus georganiseerde moordenaars en rovers, die probeert, maar er niet in slaagt, de wereld aan haar wil te onderwerpen met tactieken die doen denken aan zowel die van de inquisitie als aan de terroriserende fascisten uit de jaren 1930.

    Met het verder oprukken van de maoïsten, met name in Zuid-Azië, neemt Washington ook de marxisten van andere pluimage op de korrel evenals hen die het ‘islamitische terroristen’ wenst te noemen. De regering van de VS blijft de Nepalese maoïsten terroristen noemen, ook al hebben die tijdelijk de wapens neergelegd en hebben ze zitting genomen in de nieuwe regering van Nepal. Zij moeten met schrik om het hart kennis genomen hebben van de maoïstische volksoorlog die zich in het kleine maar strategisch gelegen Bhoetan ontwikkelt.

    Terwijl het de Cubaanse anti-Castro terrorist, Luis Posada Cariles, aan zijn hart drukt, de Brigade van God, van Jundallah in zijn aanval op Iran steunt, en zijn langdurige traditie van steun aan andere pro-VS terroristen als de beruchte Contra’s van Nicaragua voortzet, concentreert Washington zich vooral op revolutionairen als Sison, woedend omdat hun onverwoestbare opstandige geest nog steeds bestaat in een wereld die het als de zijne beschouwt en waarin het zich het recht op het monopolie van de terreur opeist.

    ***

    Verscheidene Filippijnse Congresleden hebben zich verenigd voor de verdediging van Sison. Satur Ocampo van de partij Bayan Muna, (zelf gearresteerd in maart van dit jaar op ongegronde beschuldigingen in verband met een moordzaak van tientallen jaren her, maar toen weer vrijgelaten) denkt dat het Arroyo te doen is om de vredesonderhandelingen te saboteren. Zijn collega en partijgenoot, Teddy Casiño, is het daarmee eens. De arrestatie “zal resulteren in een totale oorlog en de vredesonderhandelingen doen stoppen,” zegt hij. Ocampo beschuldigt de Nederlandse en de Filippijnse regering ervan “samen onder een hoedje te spelen tegen Sison” en "dat de arrestatie niet volgens het boekje is verlopen, maar ik ben niet op de hoogte van de procedures", zegt hij. “Maar het lijkt wel erg veel op de praktijken hier, omdat zij ook zijn kantoor zijn binnengevallen en zij al het materiaal daar in beslag genomen hebben.” Crispin Beltran zegt dat de Nederlandse regering Sison wegens “absurde” aanklachten heeft gearresteerd met de bedoeling “de vredesonderhandelingen te saboteren en het NDFP aan te vallen.”

    Onderwijl organiseren Nederlandse en Filippijnse supporters een handtekeningenactie. Inderhaast gearrangeerde demonstraties zijn gehouden in de Filippijnen, Nederland, de VS (New York en Los Angeles) en Hongkong. Voormalig VS Minister van Justitie, Ramsey Clark heeft zijn diensten als advocaat aangeboden, en hij beschrijft Sison als een “nobel persoon… en een inspirerend leider” en een “groot man”. “Iedereen die de zaak van vrede en vrijheid ter harte gaat dient zeer verbolgen te zijn over de arrestatie van Joma Sison,” zei hij verleden week tegen de leden van het New Yorkse Comité voor de Mensenrechten in de Filippijnen. “Sison is een grote geest waarvan de wereld kennis moet nemen, een machtige stem waarnaar de wereld moet luisteren. De demonisering zal ons vernietigen als we toestaan dat die blijft voortduren.”

    Het is hartverwarmend dat een voormalig Minister van Justitie en voorganger van zulke walgelijke lieden als John Mitchell, Edwin Meese, John Ashcroft, en Alberto Gonzales, deze dingen nog steeds openlijk kan zeggen in deze proto-fascistische tijden. Het geeft de idee dat de wetteloosheid, die ons rechtssysteem infecteert (met name sedert 9/11 gerechtvaardigd door de zorgvuldig aangeblazen angst voor ‘terrorisme’) —een intimiderende wetteloosheid die de rechtssystemen van bondgenoten infecteert en het functioneren van de VN compromitteert— niet onaantastbaar is of noodzakelijk iedereen doet verlammen die misselijk wordt van het demoniseren en de leugens. Clark (79) die op het toppunt van de Vietnam-oorlog diende onder President Lyndon Johnson, is op de een of andere manier veranderd in een bijtende criticus van het imperialisme. Hetgeen zijn woorden temeer kracht verleent als van iemand die zich zorgen maakt over vrede en vrijheid en die wil luisteren.

    Gary Leupp is Professor in de Geschiedenis aan de Universiteit van Tuft, en Adjunct Professor in de Comparatieve Religie. Hij is de auteur van Servants, Shophands and Laborers in in the Cities of Tokugawa Japan; Male Colors: The Construction of Homosexuality in Tokugawa Japan; en Interracial Intimacy in Japan: Western Men and Japanese Women, 1543-1900. Hij schrijft ook voor onbarmhartige kroniek van CounterPunch over de oorlogen in Irak, Afghanistan en Joegoslavië, Imperial Crusades.

    Zijn email is: gleupp@granite.tufts.edu

  • De overval

    SISON’S ECHTGENOTE BESCHRIJFT DE OVERVAL

    door Julieta de Lima

    Vertaald uit het Engels

    Donderdag, 6 september 2007 (from www.zumel.com)

    Ik ben Julieta de Lima en Prof. Jose Maria Sison is mijn echtgenoot. We wonen samen op de Rooseveltlaan 778 te Utrecht.

    Op de morgen van 28 augustus, vertrok mijn man rond kwart voor negen voor een afspraak om half tien op het politiebureau van Overvecht. Iemand die zich voorstelde als de heer Vogel had op vrijdag 24 augustus telefonisch een afspraak gemaakt. De man wilde zogenaamd nieuwe ontwikkelingen bespreken, die zich zouden hebben voorgedaan in een zaak die mijn echtgenoot in 2001 aanhangig had gemaakt.

    Zodra mijn man vertrokken was voor de afspraak, ging ik met een mok koffie mijn email bekijken. Na ongeveer een half uur besloot ik wat aan het huishouden te gaan doen, om te beginnen de badkamer. Toen ik met de vloer bezig was, hoorde ik een harde bonk op de voordeur. Ik stond op en liep door de keuken naar de gang, maar voordat ik de gang in kon komen, stonden daar al een paar man in mijn weg en ik zag nog meer mannen, sommigen met getrokken pistolen de andere kamers binnenrennen. Ik schreeuwde, “Wie zijn jullie en wat komen jullie doen?”

    Toen ik de kamer wilde binnengaan, zei een man, ik denk dat het de teamleider was, dat zij van de politie waren en het huis wilden doorzoeken. Ik vroeg hem het huiszoekingsbevel te tonen met daarin waarnaar ze op zoek waren of anders te vertrekken. Maar zo’n bevel was er niet. Twee of drie man probeerden mij vervolgens duidelijk te maken dat een huiszoekingsbevel in Nederland niet nodig is en dat een huiszoeking zonder zo’n bevel legaal is. Straks komt de rechter, zeiden ze.

    Toen eiste ik dat mijn advocaat, Mr Bernard Tomlow, gebeld zou worden, maar zij weigerden dat en zeiden dat de rechter die onderweg was, wel zou uitmaken of ik mijn advocaat zou mogen bellen. Zij dwongen me in een stoel, maar toen ik opstond om de telefoon te pakken, grepen ze me vast en drukten me weer in de stoel. Daarop begon ik te schreeuwen, 'Help, ik wil mijn advocaat!’ Vlak voordat de rechter binnenkwam was ik daarmee gestopt. Toen hij binnenkwam vroeg ik hem zich te identificeren en hij toonde zijn identiteitsbewijs. Ik las de naam L.K. van Zaltbommel. Ik zei hem, dat ik mijn advocaat hier wilde hebben. Hij zei, ‘Neen, dat is niet toegestaan’. Ik vroeg weer naar het huiszoekingsbevel met de specificatie wat waar gezocht moest worden, maar hij antwoordde, dat het wettelijk is in Nederland om zonder huiszoekingsbevel huiszoekingen te doen. En omdat ik er toen maar van uitging, dat hijzelf het huiszoekingsbevel was, vroeg ik hem waarnaar ze op zoek waren. Waarop hij maar bleef zeggen dat ze op zoek waren naar materiaal in verband met moorden in de Filippijnen.

    De rechter bleef ongeveer een half uur om de inbraak en de overval en de huiszoeking en het afvoeren van dozen met paperassen, pc’s en allerlei soorten digitale media (externe harde schijven, usb flash disks, diskettes, cd’s, dvd’s, video en audio tapes, etc.) een schijn van legaliteit te verlenen.

    De huiszoeking begon zodra de ‘rechter’ binnenkwam en duurde een hele werkdag. Een groep van vijf rechercheurs concentreerde zich op het onderzoeken en het kopiëren van de harde schijven van de computers. Een aantal andere groepen doorzocht tegelijkertijd verschillende delen van de woonkamer, de studeerkamer en de overige kamers, en ook de berging in het sousterain en de bergkast op het balkon. Eén groep verzamelde al het af te voeren materiaal en pakte het in dozen. Weer een andere groep maakte op een computer een soort lijst en etiketten voor de dozen. Maar ik heb nog steeds geen lijst gekregen van alles wat in de dozen werd afgevoerd.

    Toen de ‘rechter’ al weg was, begon een van de rechercheurs mij vragen te stellen aan de hand van een paar vellen papier. Ik heb alleen geantwoord op de vragen naar mijn naam, adres, geboortedatum en geboorteplaats. Op de andere vragen weigerde ik te antwoorden, maar in plaats daarvan eiste ik mijn advocaat te laten komen. De vragen waren kennelijk in het Nederlands gesteld maar werden voorgelezen in een soort Engels en mijn reacties daar op of het ontbreken daarvan, werden genoteerd in het Nederlands. Ik werd gevraagd, maar weigerde het papier met de voorgelezen vragen en mijn onder protest gegeven antwoorden, te ondertekenen.

    Ik vroeg om een gedetailleerde lijst van alles wat werd meegenomen, maar de teamleider, iemand die zich bekend maakte als de heer Bosboom van het bureau van de Landelijke Politie te Driebergen, zei dat ik, of mijn advocaat, een lijst zouden krijgen. Hij gaf me zijn visitekaartje, wat ik later doorgaf aan Michel Pestman toen ik die ‘s avonds na de huiszoeking, te spreken kreeg op het kantoor van Schoolplein Advocaten. Tot op vandaag, —dinsdag— hebben ik, nog mijn advocaat, zo’n lijst gezien.

    Het zal me nog heel wat tijd kosten om mijn hele huishouding te doorlopen en een lijst te maken van wat allemaal is weggehaald en te analyseren hoe al die materialen zich verhouden tot de zogenaamde strafzaak die tegen mijn echtgenoot is aangespannen. De ‘rechter’, noch iemand anders van de rechercheurs, wilde me zeggen waarnaar het huiszoekingsteam speciaal op zoek was.

    Ik kan slechts in het algemeen zeggen, dat heel die berg documenten, waaronder verschillende briefwisselingen op papier en op de verschillende soorten digitale media (harde schijven, diskettes, cd’s, dvd’s enz.), gegeven de algemene toestand van wetteloosheid onder overheidsautoriteiten, met name binnen de uitvoerende machten waaronder het leger en de geheime diensten, en de algemene toestand van politisering van de justitiële apparaten over heel de wereld en met name in de VS onder de noemer van de ‘war on terror’ van Bush, misbruikt kan worden om het leven en de veiligheid van al die mensen in de Filippijnen waarmee mijn echtgenoot betrekkingen onderhoudt, in gevaar te brengen.

  • Verraad

    Uitwisseling van informatie met de Filippijnse regering brengt levens van politieke oppositie in gevaar

    Luis G. Jalandoni
    Voorzitter van de NDFP vredesdelegatie

    Persverklaring, 9 september 2007

    Vertaald uit het Engels

    Het NDFP beschikt over betrouwbare informatie, dat de plaatsvervangend Nationaal Veiligheidsadviseur, Pedro Cabuay Jr. en Directeur Generaal Garcia van de Nationale Dienst voor Coördinatie van de Inlichtingen in Nederland zijn aangekomen om de Nederlandse autoriteiten te verzoeken de weelde aan informatie, die de Nederlandse Politie heeft verzameld bij de overvallen op het informatiekantoor van het NDFP en zes woningen tegelijkertijd met de arrestatie van Prof. Sison op 28 augustus 2007, met hen te delen.

    Het NDFP heeft al eerder, op 5 september, middels zijn advocaat Mr Bernard Tomlow, een waarschuwing doen uitgaan naar de Nederlandse autoriteiten, dat zij aansprakelijk gesteld zullen worden als nog meer extra-judiciële moorden en verdwijningen van politieke opponenten van het Arroyo regiem zullen voorkomen als gevolg van de uitlevering van geheime informatie aan de Filippijnse geheime diensten of aan de CIA. Prof. François Houtart en Algemeen Secretaris Gianni Tognoni van het Permanent Peoples’ Tribunal hebben ook, nadat zij er kennis van gekregen hadden, dat de Nederlandse autoriteiten behalve op het tribunaal betrekking hebbende documenten ook beeld en geluidsmateriaal in beslag hadden genomen, hun ernstige bezorgdheid laten blijken over de veiligheid van de mensen die getuigd hebben voor de Tweede Zitting van het Tribunaal over de Filippijnen.

    De generaals Cabuay Jr. en Garcia zijn direct verantwoordelijk voor de uitvoering van Oplan Bantay Laya, het binnenlandse veiligheidsplan van het Arroyo regiem, wat tot nu toe geresulteerd heeft in bijna 900 extra-judiciële moorden en meer dan 200 verdwijningen van bekende politieke activisten en leiders van oppositionele groepen. De verdwijning van Rogelio Calubad, adviseur van het NDFP, en zijn zoon Gabriel, op 17 juni 2006 in Calauag, Qezon, is uitgevoerd door soldaten van het Zuid-Luzon Commando (SOLCOM) van het leger (AFP) waarvan Generaal Cabuay Jr. toen de commandant was.

    De uitwisseling van informatie met de geheime diensten van de Filippijnen en met de CIA zal de levens en de veiligheid van hen die contact hebben gehad met het NDFP in het kader van de vredesonderhandeling en of in andere aangelegenheden, aan zeer grote gevaren blootstellen.

    Wij zouden de Nederlandse regering er aan willen herinneren, dat het Arroyo regiem al fikse uitbranders heeft gekregen van Amnesty International, van de Speciaal Rapporteur terzake van extra-judiciële, standrechtelijke of willekeurige executies, van de EU en andere regeringen voor het om zich heen grijpende verschijnsel van extra-judiciële moorden en verdwijningen van politieke tegenstanders van Arroyo: nu al bijna 900 moorden en meer dan 200 verdwijningen.

    De hele wereld weet inmiddels hoe gewetenloos het Arroyo regiem in de Filippijnen de mensenrechten schendt. Maar de Nederlandse regering wil Arroyo helpen de aandacht van de wereld voor heer misdaden af te leiden door Prof. Jose Maria Sison te arresteren op grond van valse beschuldigingen en hem de zwarte Piet toe te spelen in de ogen van de publieke opinie. De Nederlandse regering maakt zich op deze wijze medeplichtig aan toekomstige extra-judicële moorden en verdwijningen in de Filippijnen en temeer nog als zijn de geheime informatie doorspeelt aan de geheime diensten aldaar.###


    For Reference:

    Ruth de Leon Executive Director
    NDFP International Information Office
    Tel.+31-30-2310431
    Fax +31-84-7589930
    Email: ndf@casema.nl

  • Pri kontraujura aresto, malliberigo kaj turmentado de Sison

    Pri la kontraŭjura aresto, la malliberigo kaj la turmentado de prof-o Jose Maria Sison

    Internacia Ligo de Popolbatalo (ILPS) - Hongkongo

    1 septembro 2007

    tradukita el la angla
    tradukita al la nederlanda

    Ekzemplo de nederlanda imperialista interveno kaj subpremo kaj ofendo de la rajto de la filipina popolo je memdetermino

    Matene la 28-an de aŭgusto la filipina politika fuĝinto prof-o Jose Maria Sison estis kontraŭjure arestita surbaze de falsaj akuzoj. Samtempe oni faris invadojn kaj domserĉojn en la diversaj domoj de Filipinoj en Nederlando kaj en la internacia informoficejo de la NDF.

    Senprokraste homoj liberamaj kaj pacamaj de el la tuta mondo kondamnis ĉi tiun vulgaran profanadon de la rajtoj de prof-o Sison kaj aliaj filipinaj progresuloj en Nederlando.

    La nederlanda registaro tenas prof-on Sison en soleca malliberigo, kio estas turmentado laŭ internacia rajto.

    Ĉi tiu okazaĵo estas klara ekzemplo de imperialista interveno kaj subpremo de Nederlando kaj ankaŭ insulto de la rajto je memdispono de la filipina popolo.

      1. Kial ni diras ke la akuzoj estas falsaj?

        1. La pretenditaj pruvoj kiujn la OM pretekstas posedi, devenas el la paperkorbo de la Supera Tribunalo en Manila. La filipina registaro estis plendinta kontraŭ Sison kaj 50 aliaj pro la sama okazaĵo kiel la nederlanda registaro nun faras. La filipina Kortumo de Apelacio sin miksis en la proceso de distrikta tribunalo kaj sekve haltigis la proceson en sia verdikto de 2 julio 2007. La Supera Tribunalo nomis ĉiujn pruvojn en tiu afero politike motivitaj kaj senvaloraj kaj irigis ilin al paperkorbo, neniam plu oni devas uzi ilin. sison kaj la 50 aliaj estis neriproĉeblaj.
        2. Nenie en la Filipinoj estas tiela afero kontraŭ Sison.
        3. Se ĉi tiuj plendoj estus prezentataj en filipina tribunalo, oni juĝus ilin kiel politikaj krimoj kategorie ribelado, ne kiel normala krimo kiel la nederlanda Publika Ministerio diras.

    La nederlanda Publika Ministerio asertas ke prof-o Sison ordonis de el Nederlando estus komisiinta mortigi Romulo Kintanar kaj Arturo Tabara. Pro tio ke la akuzo estas falsa, la aresto ne povis pasi normale, do oni alogis Sison al policoficejo, apartigis lin tie de lia advokato kaj portis (fakte: homrabis) lin al malliberejo en Scheveningen. Pro tiu ke la Publika Ministerio ne posedas pruvojn kontraŭ Sison oni serĉis tiujn. Perforte kaj kun pli ol cent detektivoj civilvestataj surprizatakis sep domojn de kunlaborantoj de Sison kaj la NDF-oficejon kaj kunportis ĉion kio ŝajnis interesa.

    Kial ĉi tio estas ŝajnproceso:

    De kio elĉerpas la nederlanda registaro la rajton kaj la aŭtoritecon sin miksi en la enlandaj aferoj de la filipina popolo kaj persekuti prof-on Jose Maria Sison? Kiamaniere ili povas ignori la juĝon de la filipina Supera Tribunalo kaj konstrui punplendon kiu estas nepermesebla por filipina tribunalo?

      1. Kial ni diras ke la akuzaĵoj estas politike motivitaj?

        1. Ĉi tio kontraŭdiras la deklaron de proparolanto de la Nederlanda Publika Ministerio, Wim de Bruin, kiu asertis ke oni pritraktigis la kazon nur iniciate de Nederlando.
        2. El ĉi tiu aperas bildo de konspiro inter la nederlandaj kaj la filipinaj registraroj por politika persekutado de prof-o Sison.
        3. La usona registaro, la unua kiu brulmarkis prof-on Sison kaj la revolucian movadon kiel ‘terorisma’ kaj la plej grava helpanto de la krima kaj mortiga Arroya reĝimo, tuj oferis siaj servojn por la esploro kaj la persekutado de prof-o Sison.
        4. Ĉi tio elmontras ilian politikan agendon por la pactraktadoj inter la NDF kaj la GRP (Filipina Registaro), la Nacian Demokratan Fronton devigi kapitulaci por la Arroya Registaro.
        5. Kiuj ekonomaj interesoj igis Nederlandon elekti la flankon de la usona-arroya reĝimo - la fonto de subpremado kaj ŝtatterorismo en la Filipinoj?
        1. Nederlando estas la tria plej granda komercpartnero de la Filipinoj kaj dua plej granda ekslanda investanto en la Filipinoj.
        2. En la Filipinoj Nederlando prizorgas gravajn negocajn interesojn en strategiaj entreprenaroj:
          • petrolindustrio (Royal Dutch Shell),
          • esplorado kaj pritraktado de petrolo kaj gaso (Vitol Group),
          • markproduktoj sur la tereno de nutraĵoj, trinkaĵoj kaj persona prizorgo (Unilever),
          • bankismo (ABN-AMRO),
          • asekuroj (AXA-Life), (estas franca, trad.),
          • kokosfibro (Rinos B.V-Corion),
          • elektronikaj aparatoj (Phillips),
          • detalkomerco (Makro),
          • sunenergio (Shell Solar Philippines, Inc) inter aliaj
        3. La uson-arroya reĝimo fakte fordonis la gasrezervojn de Malampaya kaj ŝanĝigis la prapatran landon de la enlandaj gentoj en agrikulturkulturejojn por servi la nederlandajn multnaciajn entreprenojn. Pli frue ĉi tiun monaton Premier Oil ekhavis la rajton fari provboradojn en la Golfo de Ragay en Bikol regio. Premier Premier rezervis inter 3,6 kaj 9,6 milionojn da US-dolarojn por la unua provborado en julio-septembro 2007.

    La usonarroya reĝimo, per sia Nacia Sekureckonsilanto Norberto Gonzales, la vicdirektoro ĝenerala de la Filipina Nacia Polico Avelino Razon kaj la ŝtatsekretario de la Ministerio de Justico koncedis, ke post januario ĉi tiun jaron ili estis helpantaj la nederlandan policon en konstrui la kriminalan kazon kontraŭ prof-o Sison. Ili eĉ pagis la vojaĝojn kaj restadkostojn de la spuristoj.

    Interŝanĝe de la promeso de la usonarroya reĝimo al Nederlando, ke la multnaciaj entreprenoj haviĝus permeson neĝenate rabi la naciajn riĉaĵojn de la Filipinoj, Nederlando devis promesi ke ili ekprocesus kontraŭ prof-o Sison.

      1. Kial ni diras ke la kazo de Sison estas afero de nederlanda imperialista interveno?

    Per la kazo de Sison la nederlandaj aŭtoritatoj arogante metas sian propran jursistemon kaj jurisprudencon super tiu de la Filipinoj.Ili tute ignoras la decidojn de la filipina ĉeftribunalo kaj la fakton ke neniu filipina tribunal aljungis kazojn kontraŭ prof-o Sison rilate al la mortoj de Kintanar kaj Tabara. La politika persekutado de prof-o Sison de la nederlanda registaro estas aroganta montrado de supereco je la filipina jursistemo kaj jurisprudenco.

    Ĉi tio estas profanado de la filipina suvereneco kaj klara enmiksado en la internaj aferoj de la Filipinoj. La arestado, la malliberigado kaj la turmentado de prof-o Sison, la politika ĉefkosultanto de la traktadteamo de la NDFP definitive haltigis la pactraktadojn inter la NDFP kaj la GRP.

    Per la decido persekuti prof-on Sison kaj sin miksi en la enlandaj aferoj de la Filipinoj, la nederlanda registaro revivigis sian kolonian pasintecon. Ci tiun la nederlanda registaro faras por protekti kaj plivastigi siajn ekonomajn interesojn en la Filipinoj.

    Ĉi tiu pensigas je la epoko de la nederlanda koloniismo kiam la nederlanda Orient- kaj Okcident-Indiaj Kompanioj plivastigis sian hegemonion en Azio, precipe Indionezio kaj Latinida Ameriko (Surinamo kaj la Nederlandanaj Antiloj).

    Per ĉi tiu enmiksado la nederlanda registaro rompas la rajton je memdetermino de la filipina popolo.

    Estas hipokrita de la nederlanda registaro kontesti la historian kaj esence propran rajton de la filipina popolo je kontraŭbatali kontraŭleĝan, koruptan, krudan kaj tiranan reĝimon kaj sen ĉia ekslanda kontrolo aŭ enmiksado, priestri sian ekonoman, socian, politikan kaj kulturan evoluadon.

    Ni ŝatus demandi kie Nederlando estus, se la nederlanda popolo ne estus pretendita je tiuj samaj rajtoj kaj ne estus ekribelinta kontraŭ la hispana kolonia superregado? Kie estus Nederlando, se la nederlanda popolo ne perforte en armita batalo estus deĵetinta la jugon de la hispana superregado?

    La nuna intervena politiko de ĉi tiu imperialista ŝtato montras, kiel hipokrita estas la nederlanda registaro kiam agas pri homrajto kaj popolrajto.

      1. Kial ni diras ke la kontraŭleĝa arestado de prof-o Sison kaj la malordigado de domoj kaj oficejo de filipinaj progresuloj en Nederlando estas klara afero de subpremo?

        1. Kiel veraj gestapoj detektivoj de la nederlanda polico eliminis Sison al Scheveningen kaj enpenetris la domojn de liaj kunlaborantoj. La tuta operacio sin karakterizis pro ruzo, trompo kaj perforto. Pordoj estis rompitaj, eĉ se la homoj estis hejme, kelkfoje nur junaj infanoj, la loĝantoj estis superfortataj kaj la meblaroj renversataj, kelkfoje oni eĉ ne montris la domtraserĉordonon.
        2. Julie de Lima Sison, la edzino de Sison, diris ke la nederlanda polico je la 28a de aŭgusto proksimume je la 9.30a antaŭtagmeze civilvestita alvenis, ne sonorigis aŭ batis sur la pordo sed anstataŭe perfortis la antaŭpordon. Ŝi devis sidi sur seĝo dum la polico traserĉis la domon kaj kunprenis komputilojn, dokumentojn, kompaktdiskojn kaj aliajn aferojn. Tio daŭris dum horoj, ĝis la vesperkomenco.
        3. Samtempe kiel la arestado de Sison kaj la domserĉoj en la diversaj domoj ankaŭ la Internacia Informoficejo de la NDFP en Utreĥto estis malordigata de tridek detektivoj. Ankaŭ tie oni forprenis komputilojn, paperaĵojn, disketojn, kompakdiskojn kaj dvd-ojn.

    Anstataŭ plendi kontraŭ la arroya registaro pro militkrimoj kaj krimoj kontraŭ la homeco, la nederlandaj aŭtoritatoj ĉasas je Sison, escepta patrioto kaj batalanto por la liberigo de la laboranta klaso kaj la filipina popolo.

    Per partiiĝi kun la mortiga kaj krima arroya reĝimo, kiu estas la supercerbo je pli ol 800 kontraŭleĝaj mortigoj kaj je centoj da perduloj kaj ankaŭ je la deportacio de milionoj da filipinoj de ili naskiĝlando, la nederlana registaro klare partianiĝas la flankon de la ŝtatterorismo.

    Tio ja montriĝas en la kazo de prof-o Sison kaj liaj kolegoj,

      1. Kial ni diras ke prof-o Sison estas turmentata?

        1. Lia advokato, Michiel Pestman, diris, ke vizito de lia edzino estas malpermesita, vizoto de aliulo estas malpermesita, varmaj vestoj estas malpermesitaj, dispono pri propraj medikamentoj kaj kontakto kun propra doktoro estas malpermesitaj, vidi ĵurnalojn kaj televidon estas malpermesitaj.
          Ĉi tio estas fakte INKOMUNIKADO-DETENTIO (neinterkomunikiĝa malliberiĝo) pri kiu la TTT-ejo de Amnestio Internacia diras: Malliberiĝo dum kiu la malliberulo ne povas kontakti eksterulojn (inkluzive de advokato, doktoro kaj familianoj). Tia malliberiĝo estas kontraŭa al la UN-interkonsento (BuPo) en kiu la rajto je interkomuniĝi kun propre elektita advokato estas registrita.
        2. Julie de Lima, la edzino de prof-o Sison, provis viziti lin je la 30a de aŭgusto, sed ŝi ne estis permesita. Ŝi diris ke ŝi nur kunportis receptojn por medikamentoj kaj varmajn vestojn, sed la malliberejaŭtoritatoj diris, ke tiuj estis malpermesitaj.
        3. Prof-o Sison restas en la malliberejo de Scheveningen, institucio uzita de la nazioj dum la Dua Mondmilito por malliberigi kaj torturi nederlandajn rezistbatantojn.
        4. Malgraŭ la malforta pruvo kiun prezentis la nederlanda akuzanto dum la asizo pri la antaŭjuĝa aresto en Den Haag la 31-an de aŭgusto, la nederlanda juĝisto prilongigis la la areston de Sison kun 14 tagoj.

    Eĉ nun la kazo kontraŭ prof-o Sison ankoraŭ estas en la fazo de demandado kaj esplorado, la nederlanda registaro estas firme decidinta rompi liajn bazajn rajtojn kaj torturtrakti lin.

    1. Kial ni diras, ke estas justa liberigi prof-on Sison tuj kaj senkondiĉe?

      1. La kazo kontraŭ li fondas sur falsaj akuzoj kaj estas politike motivita.
      2. La nederlanda kaj la filipina registaroj koluzias por politike persekuti prof-on Sison.
      3. Kiam la nederlanda registaro misuzas kaj prostituas la jursistemon por persekuti prof-on Sison, tiam ŝi estas repsponda pri la korupto kaj malsanigo de tiu sistemo.
      4. La kontraŭleĝa arestado de prof-o Sison montras la nederlandan ŝtaton kiel subpremilo. Per submeti prof-on Sison al soleca malliberigo, ŝi ne montras respekton por la homrajtoj.
      5. La kunĵuro al persekutado estas konkreta manifestacio de nederlanda imperialista interveno kaj subpremado kaj estas ofendo de la rajto je memdetermino de la filipina popolo.

    ILPS – Sekcio Hongkongo

  • De Oude Man en de Gluipers

    De Oude Man en de Gluipers

    Naar The Old Man & The Dutch van Ninotchka Rosca, United States, door Jan Beentjes.

    Het is net, zoals Obi Wan Kenobi zei tegen Darth Vader, op het moment van hun laatste confrontatie: “Hoe vaker je me neerslaat, des te sterker word ik.” In dit geval, hoe meer hij vervolgd wordt, des te sterker hij wordt.

    {mosimage}

    Obi Wan Kenobi en Darth Vader

    Ik heb het hier natuurlijk over Jose Maria Sison, de voorzitter van de International League of People’s Struggle (ILPS) en politiek hoofdconsulent van de onderhandelingsdelegatie van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen in de vredesonderhandelingen met de Filippijnse regering. Hij heeft nog andere wapenfeiten op zijn naam staan, zoals het leiding geven aan de heroprichting van de Communistische Partij van de Filippijnen in de jaren 1960. Voor zijn verbanning in 1987 had hij, onder de dictatuur van Marcos, bijna een decennium lang gevangen gezeten met zware marteling en eenzame opsluiting. Toen hij twee jaar geleden tot voorzitter werd gekozen van de ILPS, maakte hij zijdelings de opmerking, dat dit wel eens zijn laatste functie zou kunnen zijn.

    De derde generatie van Filippijnse activisten noemt hem met een zekere genegenheid, in het Tagalog, matanda, de oude man. Hij zal het me waarschijnlijk niet vergeven dat ik hem nu zo noem. Door de jaren heen,—en god mag weten hoe lang ik die man al niet ken—vroeg ik me wel eens af, of er wel eens een jaar, een maand, of zelfs maar een week is geweest, waarin hij niet op de een of andere manier achterna gezeten of bedreigd is, waarin hij eens opgelucht adem kon halen, niet achterom hoefde te kijken, of even niet te hoeven denken hoe te reageren op weer de zoveelste verbale barrage of een mogelijk fysieke aanslag op zijn persoon, of dat hij ooit wel eens verlangd heeft naar zo’n moment van rust.

    Afgelopen week was er weer zo’n barrage toen zijn vijanden, waaronder velen die hem niet eens kenden, zonnen hem te kerkeren. Op 28 augustus 2007 lokte de politie hem op een gluiperige manier naar het politiebureau, zogenaamd om een moordcomplot tegen hem te bespreken, toen zij hem plotseling in de boeien sloegen, hem arresteerden en als een haas naar de Scheveningse strafgevangenis afvoerden. De mensen in Nederland snappen de ironie wel; deze gevangenis werd door de Nazi’s gebruikt om Nederlandse verzetsstrijders op te sluiten en te martelen. Het is nauwelijks voor te stellen hoe in het land van Anne Frank de gluipers het model van de gehate bezetter weer overnemen en Joma in de isoleercel gooien, hem zijn medicijnen en kleding weigeren, noch boeken, kranten, radio of tv toestaan en hem incommunicado houden voor zijn familie en vrienden.

    {mosimage}

    “Ik begrijp niet waarom jullie er zo negatief en vervelend over doen. Laten we blij zijn met elkaar. Laten we zeggen: Nederland kan het weer: die VOC-mentaliteit. Over grenzen heen kijken. Dynamiek! Toch?”

    Wij zijn geneigd de Nederlanders te zien als niet al te heet gebakerde liberalen, maar de geschiedenis van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en die van de Hollandse koloniën toont ons een heel ander beeld. De Hollanders voerden zeventien jaar oorlog tegen de inboorlingen van Padri in Indonesië; vijf jaar tegen de Javanen; dertig jaar tegen het volk van Atjeh. De Hollandse invasie van Bali dwong de bijna 300 leden van de koninklijke familie en haar hofhouding tot collectieve zelfmoord, omdat het Hindoeïsme zegt: “Gij zult niet doden”. Dan hebben we nog de Boeren, later Afrikaanders, die in Zuid-Afrika eeuwenlang de dienst uitmaakten en hun apartheidssysteem wisten te perfectioneren, zodat de diamantmijnen en de andere rijkdommen van het land in hun exclusieve bezit zouden blijven. De Hollanders hadden ook de centra van de slavenhandel in zowel Oost-Afrika als in Zuid- en Zuidoost-Azië in handen. De slavenhandel van de Hollandse VOC staat weliswaar in de schaduw bij de Afrikaanse slavenhandel, maar in de jaren 1659–1661 alleen al kocht en verkocht de VOC tussen de acht tot tienduizend ‘slaven’ van India (hier voorbeelden van recht praten wat krom is over de slavenhandel. Is er veel veranderd?)

    Veel van het hooggeprezen Nederlandse liberalisme, lijkt het, gaat alleen op voor de gladde jongens van de geldmakerij, de gluipers. Natuurlijk, drugs, drank en prostitutie, het mag allemaal, maar probeer in Holland niet tegen de draad in te gaan als het om politiek gaat of actievoeren. Rotterdam staat de laatste twee decennia bekend als centrum van de vrouwenhandel voor seksboerderijen en bordelen over heel Europa. ‘Illegalen’ of vreemdelingen zonder papieren maken bijna 70% uit van de vrouwelijke prostituées in Amsterdam. En Holland neemt de kop in de Europese investeringen in de Filippijnen.

    De belangstelling van Nederlanders voor de archipel is niet van vandaag of gister. Het religieuze feest van La Naval de Manilla dateert van de vijf bloedige confrontaties in 1646 tussen de Spaans-Filippijnse strijdkrachten en Hollandse invallers dan wel piraten, die de eilanden bij Nederlands Oost-Indië wilden voegen. Aan de vooravond van elke zeeslag werd de rozenkrans gebeden en een mis opgedragen voor het aanschijn van een door een Chinese beeldhouwer gemaakte Aziatische Maagd Maria in de oude kerk van de Dominicanen bij de Pasig rivier. Toen de Hollanders verslagen waren, werd de overwinning toegeschreven aan de tussenkomst van de Heilige Maagd. Ter ere van haar worden er al drie eeuwen jaarlijks processies gehouden, waarin het beeld van de Heilige Maagd van huizenblok naar huizenblok wordt gedragen, waar dan gezamenlijk een rozenhoedje wordt gebeden. Dat heet het blok-rozenhoedje. Wanneer de Filippino’s bidden dan moeten ze er maar eens aan denken, dat het blok-rozenhoedje een bedankje is aan de Maagd Maria voor het weghouden van de Nederlanders uit de Filippijnen.

    {mosimage}

    Enkele van de gluiperige tegenstanders van Sison waarmee hij het al twintig jaar aan de stok heeft.

    De oude man en de gluipers hebben gedurende de 20 jaar van zijn verbanning in het tamelijk gezapige Utrecht nogal met elkaar overhoop gelegen. Hij sleepte de Nederlandse regering (de gluipers) van de ene rechtbank naar de andere. Aan de ene kant zeiden de gluipers dat hij terecht vreesde voor vervolging en moord in de Filippijnen; aan de andere kant weigerden de gluipers hem de status van vluchteling. Kort geleden verordonneerde het Europese Hof van Eerste Aanleg in Luxemburg, dat zijn bankrekening weer ontdooid moest worden, omdat het vond dat de Nederlandse regering (de gluipers) gehandeld hadden in weerwil van de procedure toen zij Joma zonder reden op de terroristenlijst zetten. Op deze manier heeft de oude man de kloof tussen de reputatie en de daden van de gluipers, hun schijn van ‘democratisch’ liberalisme en de rauwe werkelijkheid voor gekleurde mensen en activisten in Nederland, aan het licht gebracht.

    De arrestatie van Joma gaf een schok die nog lang zal nawerken, niet op de revolutionaire beweging in de Filippijnen, maar op het vermogen en de drang naar zelf-organisatie bij de Filippino’s overzee, op de wil om met elkaar samen te werken voor betere werk- en levensomstandigheden, voor de legalisatie van hun verblijf en ter bescherming tegen seksuele uitbuiting. Als de Filippijnse regering met vergunningen voor het ontginnen van mijnen en olievelden de medewerking kan kopen van een gastland als Holland bij de politieke vervolging van politieke dissidenten, waarom kunnen de Filippino’s in het buitenland dan niet samen vechten tegen economische achterstelling, racisme, seksueel misbruik en de uitbuiting van vrouwen? Het verschrikkelijke van deze schok die deze arrestatie teweeg bracht, is beter te begrijpen als men zich realiseert dat 85% van de Filippijnse gemeenschap in Europa vrouw is.

    Post Scriptum

    Jose Maria Sison krijgt nu warme kleren, kranten en boeken. Ik hoop maar dat het leeswerk niet in het Nederlands is. Zijn huisarts heeft contact mogen hebben met de gevangenis dokter over zijn medicatie. Publieke verontwaardiging, neem ik aan, heeft dat mogelijk gemaakt. Voor 10 september zal een panel van drie rechters uitmaken of hij nog drie maanden vast blijft zitten. Daarna—god mag ‘t weten. Dit Nederlandse proces deugt niet. Het ‘buigt’ het fundamentele mensenrecht op een snel gestart proces en op borgtocht. (…)

    Ninotchka Rosca.

  • Interview met Prof. Jose Maria Sison

    Interview met Prof. Jose Maria Sison

    door Enrico Piovesana
    Vredesverslaggever
    Via Meravigli 12, 20123 Milano, Italia

    20 August 2007

    Vertaald uit het Engels

  • Prof. Sison, kunt u ons in het kort misschien iets vertellen over uw persoonlijke en politieke verleden vanaf uw kindsheid tot toen u een ‘internationale terrorist’ werd?
  • JMS: Ik ben geen terrorist. Ik sta voor principes en acties in dienst van het volk dat vecht voor nationale bevrijding, democratie en socialisme. Ik ben een Filippijnse patriot en een proletarische internationalist, en absoluut geen ‘internationale terrorist’. Communisten zijn geen terroristen. De Europeanen begaan een grote vergissing door in navolging van Bush te beweren, dat communisten, progressieve leiders van volksbewegingen, nationale bevrijdingsbewegingen en anti-imperialistische regeringen terroristen zijn. Over heel de wereld bewegen de imperialistische landen zich in de richting van het fascisme.

    Uit mijn publicaties kan iedereen opmaken, dat ik me tegen elke politiek en handelwijze keer die de belangen van het volk schaadt. Ik verdedig de belangen van het volk en steun hun revolutionaire strijd. Ik keer mij ten stelligste tegen zulke microterroristen als Al Qaida en Abu Sayyaf en tegen macroterroristen als de VS en andere imperialistische landen die grote aantallen mensen ombrengen door het dagelijkse geweld van uitbuiting, staatsterrorisme en agressie-oorlogen.

    Mijn biografische gegevens kunt u vinden in het boek ‘At Home in the World: Portrait of a Filipino Revolutionary’. Maar hier zijn toch een paar feiten. Ik ben geboren op 8 februari 1939 in Cabugo, Ilocos Sur, in de Filippijnen. Ik ging daar naar school en later in Manilla. Daarna ging ik naar de Universiteit van de Filippijnen en doceerde daarna Engelse literatuur en politieke wetenschappen aan twee universiteiten. Ik werd actief in de anti-imperialistische en anti-feodale volksbeweging. Ik werd voorzitter van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Filippijnen vanaf 1968 tot 1977. Ik werd gearresteerd, gemarteld en opgesloten door de fascistische dictatuur van Marcos van 1977 tot 1986.

    In 1968 kwam ik weer vrij en ging weer werken aan een faculteit van de Universiteit van de Filippijnen. Ik ging eind 1986 op een tournee om lezingen te houden aan universiteiten in de Aziatische Pacific regio en daarna in Europa. Toen mijn paspoort in 1988 werd ingetrokken, vroeg ik politiek asiel aan in Nederland, waar ik op dat moment was. Nu ben ik de politiek hoofdadviseur van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP) bij de vredesonderhandelingen met de reactionaire regering van de Republiek der Filippijnen (GRP). Het is wel ironisch, dat juist in verband met die GRP-NDFP vredesonderhandelingen de CPP, het Nieuwe Volksleger (NPA) en ik, op verzoek van de GRP, op de ‘terroristenlijst’ zijn gezet door de VS en andere buitenlandse regeringen teneinde het NDFP tot capitulatie te dwingen.

  • Hoe zou u het karakter van de strijd van het NPA willen omschrijven: geschiedenis, kracht, omvang, activiteit, steun onder de bevolking, de doelen op de middellange en lange termijn?
  • JMS: De CPP omschrijft het NPA als het belangrijkste wapen voor een langdurige oorlog en de verovering van de politieke macht langs de lijn van de nieuwe democratische revolutie onder leiding van de werkende klasse in de concrete omstandigheden van de Filippijnen. Het NPA is opgericht op 29 maart 1969, een paar maanden na de heroprichting van de CPP in 1968. Al meer dan 38 jaar voert het behalve gevechtstaken, ook politieke, productie en culturele taken uit. Het is wijd en zijd geworteld onder de mensen, vooral op het platteland.

    Het heeft meer dan 120 guerrilla fronten. Het is operatief in 70 van de 81 provincies van de Filippijnen, in 800 van de 1500 Filippijnse gemeenten in meer dan 10,000 van de 42,000 Filippijnse dorpen. Het is van zeer groot nut gebleken bij de oprichting en ontwikkeling van massa-organisaties en politieke bestuursorganen. Het heeft sociale programma;#8217;s ontwikkeld en gesteund en massa-campagnes ten gunste van volksonderwijs, landhervorming, productie, gezondheidszorg, defensie, cultuur en het beslechten van conflicten.

    De doelen die het NPA wil bereiken zijn: verovering van de politieke macht om de nieuwe democratische revolutie te voltooien en een volksrepubliek te stichten en dan het belangrijkste deel te worden van de staatsmacht en de verdediger van het volk in de socialistische revolutie en de opbouw van de Filippijnen.

  • Wat hebt u te zeggen tegen hen, die beweren dat een maoïstische strijd voor een socialistische staat een anachronisme is?
  • JMS: Het NPA kan niet anachronistisch zijn wanneer het strijdt voor nationale bevrijding en democratie tegen het imperialisme van de VS en de lokale uitbuitersklassen van de compradore bourgeoisie en de grootgrondbezitters. Het is een nieuwe democratische strijdmacht, die vecht voor de overwinning op zulke anachronistische monsters als het imperialisme, het feodalisme en het bureaucratisch kapitalisme, die de brede massa’s van het volk uitbuiten en onderdrukken.

    Tegen de tijd dat het NPA er in slaagt deze anachronistische monsters te verslaan, zal het volk de nodige kracht verzameld hebben om het socialisme op te bouwen onder omstandigheden waarin het imperialisme nog meer is verzwakt door de steeds sneller om zich heen grijpende crisis wegens de politiek van ‘vrije markt’ globalisering en de wereldoorlog tegen het terrorisme aangevoerd door het monopoliekapitalisme van de VS. Het kapitalistisch wereldsysteem dreigt in elkaar te storten vanwege het groeiend aantal met elkaar concurrerende imperialistische land en het groeiende verzet van de wereldbevolking.

  • Het programma van de CPP stelt dat de toekomstige socialistische staat speciale banden zal onderhouden met de Volksrepubliek China. Veel mensen zeggen dat NPA niet hetzelfde is als China. Waarom beschouwt u China nog steeds als een revolutionaire staat nu het eigenlijk een kapitalistisch land is geworden?
  • JMS: Toen het programma van de CPP in 1968 werd geschreven was de Volksrepubliek China nog een socialistische staat en praktisch het centrum van de proletarische wereldrevolutie vanwege de Grote Proletarische Culturele Revolutie. Maar daarna, met name na 1976, verschijnen er kritische opmerkingen in de documenten en publicaties van de CPP ten aanzien van de revisionistische en kapitalistische restauratie die de overhand kreeg over het marxisme-leninisme in China. Zoals u zegt, China is een kapitalistische staat geworden en is niet langer een socialistische staat. Ik verwijs u naar de CPP documenten en publicaties die de vrije markt globalisering bekritiseren en veroordelen in tegenstelling met China’s conformering aan deze politiek van de VS en andere imperialistische landen.

  • Kunt u uitleggen wat ‘Oplan Bantay Laya’ is en wat het effect ervan is op burgers en politieke activisten?
  • JMS: Oplan Bantay Laya is een ‘nationaal binnenlands veiligheidsplan’ gemodelleerd naar Oplan Phoenix van de VS in Vietnam eind jaren 1960. Het is bedoeld om de politieke infrastructuur en de guerrillafronten van de gewapende revolutionaire beweging te vernietigen. Het is door de VS geïnstigeerd in de context van hun politiek van de wereldoorlog tegen het terrorisme. De VS hebben de Filippijnen uitgeroepen tot het tweede front in die wereldoorlog. Zij hebben duizenden Amerikaanse soldaten aan land gebracht in de Filippijnen en de militaire hulp aan hun Filippijnse marionetten opgevoerd om hen te verleiden tot een contrarevolutionaire stormloop in naam van het antiterrorisme.

    Oplan Bantay Laya is de voedingsbodem van de extra-judiciële moorden, de verdwijningen en de marteling van meer dan duizend progressieve legale activisten, waaronder leiders van progressieve massa-organisaties, journalisten, advocaten, religieuze leiders en andere activisten die zich opwerpen voor de mensenrechten, maatschappelijke rechtvaardigheid en een rechtvaardige vrede. Ook heeft het de brutale deportatie tot gevolg van meer dan een miljoen mensen, hoofdzakelijk op het platteland, bovenop een voorgaande evacuatiegolf van meer dan twee miljoen vluchtelingen. De gedwongen hervestiging van de mensen is voorzien om hen van hun grondgebied te beroven en dit over te dragen aan buitenlandse mijnbouwbedrijven en de agrobusiness en voor de toeristenindustrie.

    Oplan Bantay Laya is bedoeld om de gewapende revolutie en de legale oppositie te vernietigen en de bevolking te intimideren. Maar tot nu toe zijn ze er nog niet in geslaagd ook maar een enkel guerrillafront van het NPA te vernietigen. De vlammen van de gewapende revolutie zijn er eerder door opgelaaid. De grove en systematische schending van de mensenrechten van de legale progressieve activisten hebben woede en verontwaardiging gewekt onder het Fillipijnse volk en ook onder andere volken in de wereld. De progressieve legale massabeweging is meer dan ooit in verzet gekomen tegen het gewelddadig optreden tegen de bevolking door de Amerikaanse en binnenlandse reactionairen. Zelfs internationale mensenrechtenorganisaties en mensenrechten instelling van de VN hebben gewezen op de misdadige verantwoordelijkheid van het Filippijnse marionettenregiem geleid door Arroyo.

  • Zal de situatie nog meer gaan verslechteren nu er een nieuwe antiterreur wet is aangenomen op 15 juli?
  • JMS: Inderdaad, met de nieuwe antiterreur wet, die gluiperig de Menselijke Veiligheidswet van 2007 heet, zal de situatie er niet op verbeteren. De definities van ‘terrorisme’ en van ‘samenzwering tot het plegen van terrorisme’ zijn vaag en van alles kan er onder vallen. Arroyo kan zo iedereen, elke organisatie en iedere oppositiepartij van alles beschuldigen. Er zijn geen grenzen meer aan het bespioneren, arrestaties behoeven geen bevel meer, en men kan zonder recht op borgtocht ten eeuwigen dage in de cel verdwijnen, vogelvrij verklaard worden als ‘terrorist’ en zijn eigendommen verbeuren.

  • Bent u niet bang dat de Filippijnen onder leiding van Arroyo teruggevoerd worden naar het tijdperk van de Marcosdictatuur?
  • JMS: In vele opzichten en in grote mate is het Arroyo regiem al zeer ver op weg naar het fascisme van de Marcos dictatuur. Met name met de nieuwe antiterrorisme wet van 2007 kan het Arroy regiem regeren als onder de staat van beleg zonder die staat van beleg af te hoeven kondigen en zich te moeten houden aan de antifascistische voorzieningen van de grondwet uit 1987.

  • Op welke manier ondersteunt het Amerikaanse leger de Filippijnse troepen? Geven zij alleen training en logistieke steun of doen ze nog wat meer?
  • JMS: De rol van het Amerikaanse leger houdt niet op bij training en logistieke steun. Het moet de marionet-officieren en dito soldaten indoctrineren en hen gehoorzaam, als echte huurlingen, leren dansen naar de pijpen van de VS, om daardoor bruikbaar te worden voor de plannen van de VS in Oost-Azië en de rest van de wereld. Het moet informatie verzamelen bij het marionettenleger over het volk en tegen het volk van de Filippijnen alsook informatie verstrekken aan de marionettentroepen om hun denken en hun operaties te conditioneren. Het dient de infrastructuur te herbouwen en te ontwikkelen voor directe militaire aanwezigheid van de VS voor militaire interventie en agressie in Zuidoost-Azië, Oost-Azië en verderop.

  • Officiële cijfers stellen de prijs van de ‘Volksoorlog’ op 40.000. Bevestigt u die gegevens? Is het waar dat het conflict nu aan het escaleren is?
  • JMS: Het is niet juist, voor wie dan ook, om de prijs op 40.000 of wat voor getal dan ook te stellen. We moeten duidelijk maken dat dit getal verwijst naar mensen die reeds zijn omgebracht in tegen het NPA gerichte onderdrukkingscampagnes van leger, politie en paramilitairen van de reactionaire regering vanaf het begin van het fascistische Marcos regiem. Na de val van het Marcos regiem, is het aantal aanmerkelijk gestegen tot 60.000 als gevolg van de wrede anticommunistische militaire repressie onder de regiems van Aquino, Ramos, Estrada en Arroyo.

    Als leger van het volk, richt het NPA zijn vuur uitsluitend tegen de strijdkrachten van het leger, de politie en de paramilitairen van het onderdrukkende regiem. Er wordt geschat dat het NPA sedert 1969 meer dan 30.000 vijandelijke troepen heeft gedood en nog veel meer verwond en het reactionaire leger en de politie hebben ongeveer 10.000 Rode strijders gedood en meer dan 50.000 burgers omgebracht. Hierin zijn niet begrepen de doden en gewonden die gevallen zijn in gevechten tussen de reactionaire strijdkrachten en de strijders van de Moro bevrijdingsbeweging.

  • Wat kunt u vertellen over de vredesonderhandelingen die in 1995 begonnen zijn in Brussel?
  • JMS: De vredesonderhandelingen tussen het NDFP en de GRP hebben wat vooruitgang geboekt in de vorm van overeenkomsten in het kader van de Gezamenlijke Verklaring van Den Haag van 1992. De opmerkelijkste overeenkomst is 'Omvattende Overeenkomst over Respect voor de Mensenrechten en het Internationaal Mensenrecht', die het eerste punt vormt op de agenda van de vredesonderhandelingen.

    Maar onder steeds weer andere voorwendsels heeft de GRP de verdere vooruitgang van de vredesonderhandelingen geblokkeerd door te eisen dat het NDFP de strijd moet staken en zich aan de regering overgeven en door herhaald lange recessen af te kondigen, of verdagingen en zelfs het einde van de onderhandelingen. De vredesonderhandelingen raken steeds weer in het slop wanneer de GRP eist dat de revolutionaire strijders zich overgeven en zij de onderhandelingen niet wil zien als een proces waarin de wortels van het gewapend conflict aan de orde moeten komen en er overeenkomsten moeten worden gesloten ten aanzien van maatschappelijke, economische en politieke hervormingen ten voordele van het volk.

  • Wat denkt u van dat andere gewapende conflict in de Filippijnen: dat tussen de regering en het Moro Islamitische Bevrijdingsfront? En wat vindt u van de groep Abu Sayyaf?
  • JMS: Het Moro-volk heeft het recht op nationale zelfbeschikking, democratie, ontwikkeling en het vreedzaam genot van hun voorouderlijk domein. Zij hebben recht van afscheiding van een onderdrukkende staat en zij kunnen rechtmatig autonomie eisen in een niet onderdrukkende staat. De strijd van het Moro Islamitische Bevrijdingsfront (MILF) is een rechtvaardige revolutionaire gewapende strijd langs de lijn van handhaving, verdediging en bevordering van de nationale en democratische rechten en van de belangen van het Moro volk.

    Abu Sayyaf is een heel ander verhaal. Zijn oorsprong ligt bij de CIA en de Filippijnse geheime diensten in 1991 om rotzooi te trappen terzijde van het Moro Nationaal Bevrijdingsfront (MNLF). Maar toen het MNLF capituleerde voor de GRP in 1996, ging Abu Sayyaf zijn eigen weg en raakte de CIA en het reactionair Filippijnse leger daarover de controle kwijt. Maar toch is het een handig instrument voor de VS, want de groep dient nu als een smoes voor de blijvende aanwezigheid van de Amerikaanse troepen in Mindanao en de overige Filippijnen.

  • Chronologie van de Vervolging van Professor Jose Maria Sison

    Chronologie van de Vervolging van Professor Jose Maria Sison door de Regeringen van de Filippijnen, de VS en van Nederland

    Comité voor de verdediging van Filippijnse progressieve mensen in Europa
    Comité DEFEND

    Vertaald uit het Engels

    Na de val van de fascistische dictatuur van Marcos in 1986 kwam Prof. Jose Maria Sison vrij uit militaire gevangenschap en werden de aanklachten van de staatsondermijning en rebellie tegen hem nietig verklaard. In 1988, 1991, 2003 en 2006 werd hij steeds weer op valse en politieke gronden aangeklaagd en even zo vaak in 1992, 1994 en 2007 van rechtsvervolging ontslagen omdat de aanklachten geen stand hielden. Waaruit tevens bleek dat het kwaadaardige falsificaties waren van het Filippijnse leger, de politie en de geheime diensten.

    Maar de regeringen van de Filippijnen, de VS en Nederland grepen die ongegronde beschuldigingen gretig aan om Prof. Sison te vervolgen. De Nederlandse regering gebruikte de gefingeerde beschuldigingen van staatsondermijning en rebellie uit 1988 en van meervoudige moord uit 1991 om hem niet toe te laten als vluchteling en hem een verblijfsvergunning te weigeren. Zelfs de meest ongefundeerde propagandistische aanvallen vanaf Marcos tot 2006, die het overigens nooit tot formele aanklachten brachten, werden door de regeringen van de VS, Nederland en de Filippijnen gebruikt om hem als ‘terrorist’ te brandmerken. Zij gaan hiermee door terwijl zelfs het Filippijnse OM en de gerechtshoven daar de formele aanklachten en beschuldigingen afwijzen en nietig verklaren.

    1. Onder de fascistische dictatuur van Marcos zat Prof. Jose Maria Sison van 1977 tot 1986 gevangen. Hij is zwaar gemarteld, fysiek en mentaal. Hij onderging de waterkuur, werd geslagen, zat meer dan vijf jaar in eenzame opsluiting, leed honger en gebrek en kreeg geen medische of tandheelkundige zorg en werd herhaaldelijk met de dood bedreigd. Hij was zonder arrestatiebevel gearresteerd en door twee militaire commissies beschuldigd van staatsondermijning en rebellie. Zo liep hij de kans tweemaal voor hetzelfde te worden gestraft.
    2. Na de val van de Marcos dictatuur liet de regering Aquino Prof. Sison op 5 maart 1986 vrij uit militaire gevangenschap. De twee aanklachten wegens staatsondermijning en rebellie werden geannuleerd, omdat de militaire commissies als onderdrukkingsapparaten werden ontbonden. In april 1986 kreeg hij een aanstelling bij het Centrum voor Aziatische Studies van de Staats Universiteit van de Filippijnen. Vanaf september 1986 maakte hij een tour langs universiteiten in Oceanië, Azië en Europa met een serie lezingen en solidariteitstoespraken over de situatie in en de vooruitzichten voor de Filippijnen. De Filippijnse legertop was helemaal niet gelukkig met zijn lezingen en wilde dat de regering Aquino zijn Filippijnse paspoort in zou trekken. In september 1988 werd hij opnieuw aangeklaagd wegens staatsondermijning. Dat was genoeg om zijn paspoort in te trekken.
    3. Nadat zijn paspoort was ingetrokken, vroeg Prof. Sison in oktober 1988 politiek asiel aan in Nederland. In juli 1990 greep de Minister van Justitie de valse beschuldigingen door de Filippijnse regering aan, om hem asiel in Nederland te weigeren. Buitenlandse Zaken van de VS gaf openlijk toe dat de Filippijnse regering het asiel had weten te verhinderen. Maar de hoogste Administratieve Rechtbank in Nederland, de Raad van State annuleerde in 1992 de negatieve beslissing van de Nederlandse Minister van Justitie en erkende Prof. Sison als politiek vluchteling. De Raad van State bekritiseerde het ministerie wegens gebruik van geheime dossiers wat in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur en omdat Sison meer dan vier jaar op asiel had moeten wachten.
    4. Ondanks de uitspraak van de Raad van State uit 1992 weigerde de Minister van Justitie Prof. Sison asiel te verlenen en hij negeerde ook het feit dat de Filippijnse regering in 1992 de Anti-Subversie-wet introk waardoor de aanklacht wegens staatsondermijning bij de rechtbank van de stad Pasig werd vernietigd. Ook was de minister doof voor de resolutie van de stedelijke aanklagers van Manilla van april 1994 waarin zij een aangifte wegens meervoudige moord ten gevolge van de bomaanslag op de Plaza Miranda in 1971 hadden afgedaan als gegrond op pure speculatie. De minister bleef de valse aanklachten tegen Prof. Sison gebruiken met als argument dat hem asiel verlenen niet in overeenstemming zou zijn met de verplichtingen en de geloofwaardigheid van de Nederlandse staat tegenover haar bondgenoten. Bovendien beweerde de minister op grond van geheime informatie dat Sison contact zou onderhouden met ‘terroristische’ organisaties. Dus van 1990 tot 1994 stond Sison al te boek als ‘terrorist’ bij de Nederlandse regering.
    5. In antwoord op Prof. Sisons nieuwe beroep in 1993 bevestigt de Raad van State in 1995 haar eerdere besluit dat hij een politiek vluchteling is volgens artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag en dat hij valt onder artikel 3 van het Europese Verdrag van de Mensenrechten. De Raad bepaalde dat artikel 1F niet op hem van toepassing is wegens onvoldoende bewijs van misdaden die hem als vluchteling zouden diskwalificeren. De Raad gelaste de Nederlandse Minister van Justitie Sison te erkennen als vluchteling en hem een verblijfsvergunning te verlenen indien er geen ander land was waar hij heen kon zonder het Vluchtelingenverdrag te schenden en hij risico zou lopen op een slechte behandeling in strijd met artikel 3 van het Europese Verdrag van de Mensenrechten. De Minister van Justitie negeerde de uitspraak van de Raad van State echter en bleef hem de legale toegang als vluchteling en een verblijfsvergunning weigeren.
    6. Prof. Sison ging in 1996 bij het nieuwe Vreemdelingenhof in beroep tegen de weigering van de minister hem asiel te verlenen. Het hof droeg de Nederlandse regering op om een nieuw besluit te nemen. Uiteindelijk nam de Nederlandse regering voor de Rechtseenheidkamer (REK) het standpunt in, dat het de vrijheid van beleid had Prof. Sison de legale toegang als vluchteling en een verblijfsvergunning te ontzeggen, maar hem niet meer uit te zetten om niet in strijd te handelen met het zogenaamde ‘non refoulement’ principe uit artikel 33 van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van het Europese Verdrag van de Mensenrechten. De REK, voor personeel, financiering en faciliteiten afhankelijk van de Minister van Justitie, ondersteunt het standpunt van de minister. De REK vindt bovendien dat Prof. Sison zich moet verantwoorden voor de valse beschuldigingen van de Filippijnse regering en voor zijn ‘contacten met terroristische organisaties’ volgens dezelfde geheime gegevens waarvan de Raad van State in 1992 en 1995 al gezegd had, dat die niet gebruikt mochten worden als zijnde strijdig met goed bestuur. Daarmee ging REK in tegen het oordeel van de Raad van State, de jurisprudentie van het Europese Hof voor de mensenrechten in de zaak Chahal, het ontslag in 1992 en 1994 van alle aanklachten tegen prof. Sison in de Filippijnen en het totaal ontbreken van enige strafrechtelijke aanklacht tegen hem in het buitenland.
    7. In april 1998 verklaarde de Filippijnse Minister van Justitie officieel dat er geen strafrechtelijke procedures hangende waren tegen Prof. Sison en hij refereerde daarbij aan de nietigverklaring uit 1992 en de afwijzing uit 1993 van de aanklacht van staatsondermijning van 1988, alsook aan de afwijzing uit 1994 van de aanklacht uit 1991 aangaande meervoudige moord in verband met de bomaanslag op de Plaza Miranda. Van 1994 tot 2003 lieten Filippijnse regering, het leger en de politie Sison met rust en dienden ze geen aanklachten in. De Filippijnse legertop beperkte zich tot propagandistische aanvallen hoewel de Filippijnse regering al in november 2001 de VS hadden verzocht Prof. Sison als terrorist te bestempelen. Pas in 2003 werd aangifte gedaan bij het Ministerie van Justitie tegen Sison wegens de moord op Rodolfo Aquinaldo, kolonel bij de Inlichtingendienst. De Filippijnse advocaten van Prof. Sison slaagden erin de aanklacht van tafel te krijgen omdat die vals en politiek gemotiveerd was en omdat in het licht van het Filippijns- en Internationaal recht er geen jurisdictie bestond over Sison.
    8. Op 12 augustus 2002 brandmerkte de Amerikaanse regering Prof. Sison tot ‘terrorist’. De Nederlandse regering volgde binnen 24 uur op 13 augustus 2002 ondanks het compleet blanco strafblad van Prof. Sison, ondanks dat hem geen enkele daad van terrorisme kan worden aangewreven, ondanks dat er geen enkele strafzaak tegen hem loopt en ondanks de Hernandez-doctrine in de Filippijnse jurisprudentie met betrekking tot politieke misdaden en ondanks de afwezigheid van enige wet tegen het terrorisme in de Filippijnen. Doordat Prof. Sison door de VS en regeringen van andere landen op de terroristenlijst is gezet heeft hij het nu slechter dan een veroordeelde moordenaar. Hij mag niet werken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij krijgt geen enkele sociale uitkering, dus ook geen bijstandsuitkering, huursubsidie, zorgverzekering, WA-verzekering of AOW. Zijn bankrekening is bevroren. Hij kan geen royalties ontvangen over de publicaties van zijn boeken. Er wordt voor gezorgd dat hij de schadevergoeding niet ontvangt die hem toekomt doordat hij zijn mensenrechtenzaak tegen het Marcos regime heeft gewonnen. Zijn fundamentele rechten zijn geschonden, waaronder: het recht op noodzakelijke middelen voor een menswaardig bestaan; het recht als onschuldig te worden beschouwd, zolang schuld niet is bewezen; het recht op verdediging; het recht geïnformeerd te worden over de redenen voor het opleggen van de sancties; het recht op wettelijke bescherming; het recht op een privé- en een familieleven; het recht op bewegingsvrijheid; het recht gevrijwaard te zijn van laster en het recht van bescherming tegen bedreigingen van leven en reputatie.
    9. Om het de regeringen van de VS en de Filippijnen naar de zin te maken, bewoog de Nederlandse regering, met de openlijke lobby van de Filippijnse autoriteiten, de Raad van Europa ertoe om Prof. Sison op de terroristenlijst te zetten. Twee dagen na het besluit van de EU-Raad schrapte de Nederlandse regering Prof. Sison van haar eigen lijst, maar bleef zijn fundamentele rechten schenden en hem materieel en moreel beschadigen onder verwijzing naar de beslissing van de Raad van de EU. De Nederlandse en Britse regeringen zijn de belangrijkste partijen die de Raad van Europa steunen in de zaak die prof. Sison bij het Europese Hof van Eerste Aanleg in Luxemburg in februari 2003 tegen de Raad heeft aangespannen. De Nederlandse regering is de voornaamste bron van leugens over Sison aan het adres van het Hof. Zij beweert dat:Prof. Sison schuldig is aan ‘terrorisme’ (en niet aan rebellie volgens de Hernandez doctrine aangaande politieke misdaden binnen de Filippijnse jurisprudentie), dat hij zogenaamd voorzitter is van de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) en hoofd van het Nieuwe Volksleger (NPA New People’s Army) enProf. Sison naar het oordeel van de Nederlandse Raad van State uit 1992 en 1994 en van de REK uit 1997 in de asielzaak schuldig geacht wordt aan terrorisme. (in weerwil van het feit dat deze rechtbanken hem hebben erkend als politiek vluchteling volgens artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag en hij valt onder Artikel 3 van het Europees Verdrag over de Mensenrechten).
    10. In 2005 voerden Arroyo en haar handlangers (uit het Comité voor Binnenlandse Veiligheid van het kabinet en de Anti-Terrorism Task Force) de valse beschuldigingen tegen Prof. Sison in de massamedia op. Ze zetten militaire officieren aan tot het doen van ongefundeerde aangiften van gewone misdaden (zoals moord, roof, ontvoering e.d.) in, met betrekking tot incidenten in verschillende delen van de Filippijnen, die aan het NPA worden toegeschreven. De lastercampagne was duidelijk bedoeld om de plaatsing van Prof. Sison op de terroristenlijst door buitenlandse regeringen kracht bij te zetten en ter rechtvaardiging van de stijging van extra-judiciële moorden, verdwijningen en martelingen van progressieve legale activisten. Het was ook bedoeld om Prof. Sison te koppelen aan een breed eenheidsfront van legale politieke krachten die leiding geven aan het volk om het Arroyo regime te verdrijven vanwege geknoei met de presidentsverkiezingen van 2004. De aanklachten tegen Prof. Sison culmineerden op 21 april 2006 in een groepsaanklacht wegens rebellie tegen hem en 50 anderen, waaronder ondergrondse revolutionaire leiders, progressieve congresleden en militaire officieren die tegen het Arroyo gemuit hadden. De zogenaamde feiten besloegen de hele periode vanaf de oprichting van de CPP op 26 december 1968 tot de aanklacht van 21 april 2006. Het negeerde de nietigverklaring van aanklachten en de amnestie afkondigingen van 1986 tot 1995.
    11. Op 23 april 2007 stuurde de Raad van Europa een brief van een A4 kantje naar Prof. Sison waarin zij de twee leugens van de Nederlandse regering herhaalde (zie punt 9). Op 22 mei liet hij de Raad weten dat dezelfde leugens al eerder door het Europese Hof van Eerste Aanleg zijn ontmaskerd en derhalve niet kunnen dienen als motivering van de Raad om hem op de terroristenlijst te zetten zoals het Hof van de Raad verlangt. Op 28 juni 2007 besloot de Raad op basis van dezelfde leugens Prof. Sison opnieuw op de terroristenlijst te plaatsen. Dit nieuwe raadsbesluit is duidelijk bedoeld om Sison steeds weer op de terroristenlijst te zetten, zijn fundamentele rechten te blijven schenden, hem materiële en morele schade toe te blijven brengen en iedere gunstige uitspraak van het Europese Hof van Eerste Aanleg in zijn zaak tegen de Raad van Europa te ondermijnen en te ontkrachten.
    12. Op 11 juli 2007 kwam het Europese Hof van Eerste Aanleg met haar oordeel. Daarmee werd het besluit van de Raad om hem op de terroristenlijst te zetten en zijn banktegoeden te bevriezen, nietig verklaard. De nietigverklaring vloeit voort uit de inbreuk van de Raad op Prof. Sisons recht op verdediging, het niet met redenen omkleden van zijn plaatsing op de terroristenlijst vanaf de tweede keer en de schending van zijn recht op juridische bescherming. Het hof eist niet van de Raad dat het de materiële en morele schade vergoedt die Prof. Sison heeft geleden en wijst er niet op dat het de Nederlandse regering is, die heeft aangedrongen op de beslissing van de Raad teneinde hem materiële en morele schade toe te brengen. Echter, het hof eist dat de Raad opdraait voor de kosten van de advocaten van Prof. Sison als aanklager en het NDF als bemiddelaar. Voorzover vastgesteld kan worden dat de Nederlandse regering Prof. Sison materiële en morele schade heeft toegebracht, kan hij juridische stappen ondernemen om daarvoor vergoeding te krijgen. Maar te verwachten is dat de Nederlandse regering alle juridische trucs zal aanwenden om haar aansprakelijkheid te ontlopen.
    13. Intussen heeft Prof. Sison in de Filippijnen een klinkende juridische overwinning behaald. Het Filippijnse Hooggerechtshof kwam op 2 juli 2007 met het vonnis dat de groepsaanklacht van rebellie en al het zogenaamde bewijs van 1968 tot 2006 tegen Prof. Sison en de 50 medeaangeklaagden nietig verklaart. Het zogenaamde bewijs mag niet meer tegen hem of één van de anderen individueel of gezamenlijk worden gebruikt bij enige nieuwe aanklacht. De Procureur generaal heeft openlijk toegegeven dat het door de staat verzamelde bewijs daarmee van generlei waarde is. Dit is de meest recente keer dat Prof. Sison gezuiverd is van een strafrechtelijke aanklacht. Eerder gebeurde dit in 1986, 1992, 1994 en 1998. Op dit moment staan de Filippijnse en buitenlandse regeringen met lege handen als zij hem aansprakelijk willen stellen voor enig strafrechtelijk feit of wat daar maar op lijkt. De Filippijnse regering kan tegen Prof. Sison alleen nog maar een aanklacht wegens rebellie na 21 april 2006 in elkaar flansen en wegens terrorisme na 15 juli 2007, de datum waarop de ‘ Human security Act’ van kracht werd. Deze wet ligt nu echter onder vuur van een breed scala van democratische krachten, mensenrechtenorganisaties en juridische experts in de Filippijnen en daarbuiten vanwege de aantoonbare ongrondwettelijkheid ervan.
    14. Prof. Sison heeft een belangrijke juridische overwinning behaald met de uitspraak van het Europese Hof van Eerste Aanleg op 11 juli 2007. Maar hij moet die nog verder zien te voltooien door het preventieve besluit van de Raad van 28 juni 2007 om hem op de terroristenlijst te houden aan te vechten en een nieuwe aanvraag tot nietigverklaring van dit besluit in te dienen. Hij moet zijn fundamentele rechten nog steeds verdedigen en compensatie eisen voor de materiële en morele schade die hem is toegebracht.We verwachten dat de regeringen van de Filippijnen, de VS en Nederland Prof. Jose Maria Sison zullen blijven vervolgen door gebruik te maken van hun politieke macht en de bestaande ‘antiterrorisme’ wetgeving en de besluiten die ze hebben gecreëerd om staatsterrorisme en agressieoorlogen goed te praten. We moeten de zowel politieke en juridische strijd van alle democratische krachten en volkeren in de wereld voor de fundamentele rechten van Prof. Sison en andere slachtoffers van de wereldwijde stroming van fascisering en agressieoorlogen, veroorzaakt door de imperialistische machten en hun reactionaire marionetten, verder opvoeren en voortzetten.

    We moeten strijden voor de onmiddellijke beëindiging van de vervolging van progressieve leiders als Prof. Jose Maria Sison en tegen de onderdrukking van anti-imperialistische en democratische krachten en volken die vechten voor hun nationale bevrijding, meer vrijheid, sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en wereldvrede!!!

    Voor meer informatie:

    Ruth de Leon
    Internationaal coördinator Internationaal Comité Defend
    Email: defenddemrights@yahoo.com
    Tel.: 030 – 8895306
    Website: www.Defendsison.be

  • Arroyo-regiem is zelf gevaarlijk voor Nederlanders

    Arroyo-regiem is zelf gevaarlijk voor Nederlanders

    Persverklaring, 3 september 2007
    Vertaald uit het Engels

    Het recente reisadvies afgegeven door de Nederlandse regering met betrekking tot reizen naar de Filippijnen door Nederlanders in verband met de onterechte arrestatie van Prof. Jose Maria Sison en de voortdurende wereldwijde protestacties daartegen en voor zijn onmiddellijke in vrijheidstelling, is ongehoord. Uit dit reisadvies blijkt hoe bang de Nederlandse regering zelf is voor de onverwachte gevolgen van haar eigen beleid in deze zaak.

  • Nederland hoeft Filipijnse rebellen niet te vrezen

    Nederland hoeft Filipijnse rebellen niet te vrezen

    Uitgegeven op zondag 2 september 2007 om 17:19:29, bijgewerkt om 17:26:04

    070902

    (Novum/AP) - De communistische rebellen op de Filipijnen zeggen zich niet tegen Nederlandse burgers te zullen keren nu de oprichter van de Filipijnse Communistische Partij, José Maria Sison, in Nederland is gearresteerd. De partij gaf zondag een verklaring uit naar aanleiding van het bericht dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken Nederlanders heeft aangeraden de Filipijnen te mijden.