Filter
  • Onafhankelijkheidsdag Picknick

    Onafhankelijkheidsdag Picknick

    Aankondiging van de viering van de Filippijnse Onafhankelijkheid (= kalayaan) met de jaarlijkse picknick in het recreatiepark van Spaarnwoude te Halfweg, op 11 juni 2011.

    De organisatie is in handen van de Stichting Kalayaan Fiesta in samenwerking met de Filippijnse Ambassade en de Gemeente Haarlemmerliede. Zij presenteren het grootste Filippijnse evenement in Nederland.

    Kalayaan Fiesta 2011

    Hoofdsponsors zijn: Sunro Change BV, Mama Sita’s, Moneytrans, 2B Drive-In Show en de Filippijnse Nieuwszender ABS/CBN.

    • De picknick van de onafhankelijkheidsdag is op 11 juni van 10.00 – 21.00 uur;
    • Locatie: Burgemeester Michielsenweg in het Spaarnwoude Park te Halfweg;
    • Kosten: 4 euro per persoon en 6 euro parkeren (gratis voor kinderen jonger dan 12 jaar);
    • Prijzen: ding mee naar een mooie prijs met een lot van 1 euro en je entreebewijs;
    • Winst van het evenement gaat via Sagip Kapamilya / ABS-CBN Foundation naar een goed doel;
    • Openbaar vervoer: Connexxion bus 80 van Amsterdam naar Haarlem tot halte “Halfweg” (looptijd naar het evenement is 5 minuten);
    • Informatie: 06-14887360.
  • Volksvertegenwoordiging houdt Kantoor op Stakingspost

    Volksvertegenwoordiging houdt Kantoor op Stakingspost

    Afgelopen maand heeft het Filippijnse hooggerechtshof besloten dat alle vacante posities voor party-list vertegenwoordigers opgevuld moeten worden. De nieuwe Anakpawis vertegenwoordiger heeft bij de aanvang van zijn nieuwe taak zijn kantoor geïnstalleerd bij de stakende boeren op de stoep van het gebouw van de volksvertegenwoordiging.

    “Newly Proclaimed Solon Holds Office in Peasant Camp-Out” in Bulatlat

  • Kyle's Wereldloop

    Kyle zoekt Sponsors voor zijn Wereldloop

    Beste mensen,

    Van 21 tot 24 juli zal mijn 12-jarige zoon Kyle meedoen aan de Internationale Wandelvierdaagse te Nijmegen. Hij zal een van de 45.000 deelnemers zijn en per dag 30 km afleggen, dus 120 km in vier dagen.

    Kyle zoekt sponsors voor zijn deelname aan de “Walk of the World” en wil op deze manier €1000 bij elkaar krijgen voor ouderloze kinderen in de Filippijnen. Dit geld zal bestemd zijn voor de aankoop van boeken, creativiteitsbenodigdheden, speelgoed, onderwijsmateriaal, kleding, en medicijnen voor kinderen die van hun ouders beroofd zijn, doordat hun ouders zijn ontvoerd of op brute wijze om het leven zijn gebracht.

    Wilt u Kyle’s “Walk of the World” sponsoren?

    U kunt:

    • €0,20 per kilometer, cq €6,- per dag toezeggen
    • of een vast bedrag doneren

    Stuur alstublieft een email waarin u aangeeft met hoeveel u deze sympathieke actie wilt steunen naar kyleswereldloop@redstreams.net.

    U kunt ook direct uw donatie overmaken op:

    Postgiro 8118425 ten name van NFS (Nederlands Filippijnse Solidariteitsbeweging) te Leiden onder vermelding van “sponsor Kyle”.

    Kyle en de rest van de familie (Boyen, Angie en Kalil) zullen u op de hoogte houden van de voorbereidingen en de toezeggingen die we hopen binnen te krijgen.

    Hartelijk dank voor uw steun!

    Boyen Baleva

    Download flyer

  • Verslag Viering Rechtsoverwinning en Boeklancering

    Verslag Viering Rechtsoverwinning en Boeklancering

    Amsterdam, 9 mei. Viering van het feit dat het Openbaar Ministerie (OM) de vervolging van Prof. José Maria Sison heeft stopgezet, en de boekaankondiging van zijn laatste twee boeken: Deel 1 – ‘Voor Gerechtigheid, Socialisme en Vrede’, en Deel 2 – ‘Voor Democratie en Socialisme tegen Imperialistische Globalisering’.

    Verslag: www.arkibongbayan.org

  • Uitnodiging 9 mei 2009

    Uitnodiging 9 mei 2009

    sison-free

  • Steun de Gezondheidszorg en Voedselzekerheid

    Steun de Gezondheidszorg en Voedselzekerheid

    In 2006 hebben we succesvol actie gevoerd voor het basis gezondheidsprogramma van de “Community Primairy Health Care (CPHC)”. Door het succes van het programma en bovenal door de hoge nood, doen ze een beroep op hulp voor uitbreiding van het programma in vier nieuwe gebieden. De NFS bestaat dit jaar 10 jaar. In dit jubileumjaar doen wij graag samen met u wederom onze uiterste best de CPHC te helpen.

    Onder de hoede van de Katholieke kerk is in 1977 een gezondheidsprogramma gestart. Het programma heeft zich sinds 1983 verzelfstandigd als CPHC en is ontwikkeld tot een volwaardig eerstelijns basisgezondheidsprogramma. Men wil, dat zoveel mogelijk mensen voordeel hebben van hun programma’s gezondheidszorg en voedselproductie.

    De situatie van de volksgezondheid

    Uit een studie van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) blijken de levensomstandigheden van de armste Filippino’s te liggen op het niveau van Ghana en Zimbabwe. Nog steeds sterven 29 op 1000 levend geboren baby’s voor ze de leeftijd van 1 jaar bereiken, en ziekten als malaria en tuberculose komen nog veel voor.

    De Filippijnen is een rijk land met zeer veel arme mensen. Van de bevolking leeft 80% beneden de armoedegrens. Elf miljoen mensen leven van minder dan 1-2 dollar per dag. Inmiddels werkt 10% van de bevolking in het buitenland. Artsen laten zich omscholen tot verpleger, zodat ze meer kans maken op de internationale arbeidsmarkt.

    Door de lage inkomsten zijn de meest voorkomende ziekten gerelateerd aan ondervoeding. Het leven is extreem zwaar en in veel gebieden kan men amper een maaltijd per dag nuttigen. Er komt ondervoeding tot in de 3e graad voor, hetgeen de mensen zeer kwetsbaar maakt voor ziekten.

    De mensen hebben geen geld om gebruik te maken van de gezondheidsvoorzieningen. De kostprijs is voor de meesten te hoog en ook de afstand tot de diensten is een probleem. In afgelegen gebieden komen geen dokters. Er zijn mensen die nog nooit een verpleegkundige hebben gezien. Veel verpleegkundigen gaan naar het buitenland.

    Het gezondheids- en voedselzekerheidsprogramma

    Het basis gezondheidsprogramma richt zich op volkeren en groepen mensen, die afgelegen en in bergachtige streken wonen, waar de overheid niet reageert op de meest elementaire noden. Het ontbreekt hen vaak aan de basis principes van gezondheid (hygiëne, voeding e.a.), aan de financiële middelen om medische hulp te bekostigen en aan de middelen voor voedselproductie.

    Het programma richt zich op een breed scala van gezondheid- en productie gerelateerde onderwerpen. Men wil de mensen helpen om zichzelf te helpen. Goede gezondheid gaat niet zonder voldoende voedsel. Om die redenen heeft men gekozen voor de combinatie van voedselproductie en gezondheidszorg. Toegewijde en bekwame mensen dragen het programma.

    Hun basisgedachte is de mensen te helpen samen te werken, door in discussie oplossingen te vinden voor hun gezondheidsproblemen. Daarnaast richt het gezondheidsprogramma zich op concrete vaardigheden als diagnose, preventie en behandeling van ziekten, het maken van kruidengeneesmiddelen en het behandelen van ziekten met westerse medicijnen, kruiden of acupunctuur.

    In het voedselproductie programma richt men zich op het herstel c.q. natuurbehoud, de ontwikkeling van lage kosten (organische) landbouw en de distributie van middelen om de productie te verhogen. Dit zijn materialen zoals zaden, landbouwwerktuigen en waterbuffels. Verder wil men in ieder dorp een veilige drinkwatervoorziening maken.

    Uw bijdrage is welkom
    op postgiro 8118425, t.n.v NFS te Leiden
    o.v.v. "steun de gezondheidszorg".

    Uw bijdrage maakt voor de mensen in de afgelegen gebieden een wereld van verschil.

  • Amnesty International: Uit het Laatste Jaarboek over de Filippijnen

    Amnesty International: Uit het Laatste Jaarboek over de Filippijnen

    Activisten en talloze andere personen moesten vrezen voor buitengerechtelijke executies en gedwongen verdwijningen, ofschoon naar verluidt minder moordpartijen plaatsvonden dan in 2006. Instanties uit binnen- en buitenland toonden aan, dat het leger betrokken was bij politieke moorden. Het toekennen van ruimere bevoegdheden aan leger en politie op grond van een antiterreurwet stuitte op het nodige verzet. Er waren onderhandelingen gaande tussen de regering en moslimseparatisten, maar gesprekken met het communistische Nationaal Democratisch Front (NDF) verkeerden nog altijd in een impasse.

    AI jaarboek 2008 over het jaar 2007

  • Filippijnen Zesde op de Straffeloosheidslijst

    Filippijnen Zesde op de Straffeloosheidslijst van Vermoorde Journalisten

    De Filippijnen staat zesde op een lijst van landen waar journalisten straffeloos worden vermoord. Deze lijst is uitgegeven door de ‘Committee to Protect Journalists’. Wat de meeste landen bovenaan de lijst gemeen hebben, is dat ze democratisch zijn, niet in oorlog verwikkeld, en een functionerende gerechtelijke macht hebben. Toch worden journalisten vermoord zonder dat iemand aansprakelijk wordt gesteld.

    “RP, others top 'Impunity Index' for slain journalists” in ABS-CBN

  • Persconferentie 070531

    Persconferentie van Prof. Sison

    Klik voor meer foto's

    Utrecht, 31 mei 2007

    Dames en Heren van de Pers, beste Collega’s en Vrienden,

    Mag ik U eerst allemaal bedanken voor uw aanwezigheid en ook U die in andere landen via het internet met ons in verbinding staan en mag ik het ‘Committee Defend Filipino Progressives’ in Europa danken voor de organisatie van deze persconferentie.

  • Observaties voor de Raad

    Observaties voor de Raad na haar brief
    van 23 april 2007

    Namens Jose Maria Sison, door zijn raadsman, Jan FERMON
    Vertaling uit het Engels door Jan Beentjes

    Jose Maria SISON, geboren 8/2/1939 in Cabugao, Ilocos Sur, Filippijnen, domicilie Rooseveltlaan 778, 3526 BK Utrecht, Nederland.

    Vertegenwoordigd door: Jan Fermon,
    Chaussée de Haecht 55,
    1210 Brussels, Belgium (fax: 32.2.215.80.20),

    alwaar Jose Maria Sison zijn domicilie heeft vooor de huidige procedure.

    1. Afwezigheid van enig nieuw element buiten dezulke reeds gepresenteerd in de hangende zaak T-47/03 die nu nog steeds hangende is voor het Hof van Eerste Aanleg van de EG

    Jose Maria Sison merkt op dat alle elementen gepresenteerd in de brief van de Raad dd 23 april 2007 (hierna de brief) reeds besproken zijn zowel in algemene zin als en detail in de zaak T-47/03 voor het Hof van Eerste Aanleg van de EG welke zaak nog steeds hangende is (hierna de zaak T-47/03).

    Dit document is een samenvatting van de argumenten zoals ze zich ontwikkeld hebben in de zaak T-43/03. Inzover nodig, verwijzend naar de brief van de Raad van 23 april 2007, refereert Jose Maria Sison aan alle documenten van de procedures en de aanhangsels welke naar de Raad zijn gestuurd in het kader van genoemde procedures. Deze documenten dienen beschouwd te worden als zijnde hier volledig gereproduceerd.{mospagebreak}

    2. Permissie van Jose Maria Sison tot openbaarmaking van het onderhavig document (article 4.4 of Regulation 1049/2001)

    Jose Maria Sison beschouwt het onderhavig document als publiek en gaat helemaal akkoord met openbaarmaking daarvan volgens artikel 4.4 van regeling 1049/2001. Hij is van mening dat niets in het onderhavig document valt onder een uitzondering volgens art. 4 van voornoemde regeling. Hij verzoekt de Raad het onderhavig document direct toegankelijk te maken voor het publiek in electronische vorm en via het openbaar register van de Raad in overeenstemming van de art. 11 en 12 van dezelfde regeling 1049/2001.{mospagebreak}

    3. Incompetentie van de Raad

    Jose Maria Sison beschouwt de Raad incompetent tot het nemen van enig besluit terzake van opneming van een persoon in de lijst gebaseerd op Regeling 2580/2001. Het EG-Verdrag biedt geen enkele valide juridische basis voor de Raad om een dergelijk besluit te nemen. Op 24 oktober 2002 heeft het Europese Parlement haar twijfel uitgesproken of een effectieve coördinatie van een Europees anti-terrorisme beleid mogelijk is onder de huidige structuur van de Unie en heeft er bij de Conventie over de Toekomst van Europa op aangedrongen de noodzakelijk juridische basis te leggen zodat de EU tegoeden kan bevriezen en fondsen kan blokkeren van personen, groepen en entiteiten van de EU betrokken bij terroristische daden en opgenomen in de lijst van de EU. (Annex 30 of the application in the case T-47/03: “Combating terrorism”, European Parliament Resolution on “Assessment of and prospects for the EU strategy on terrorism one year after 11 September 2001”, October 24, 2002, point 36, P5_TA-PROV (2002) 0518).

    Zoals reeds en detail uitgewerkt in de procedure T 47/03 beschouwt Jose Maria Sison zijn opname in de lijst gelijk aan een straf. Daaruit volgt dat slechts een juridisch lichaam gemachtigd zou moeten zijn een dergelijk besluit te nemen in conclusie van een proces dat alle rechten op een eerlijk proces respecteert volgens art. 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. De Raad van Europa is geen onpartijdig en onafhankelijk juridisch lichaam en heeft derhalve geen jurisdictie terzake.{mospagebreak}

    4. Weerlegging van de 'motivering' van de Raad

    De Raad vergist zich wanneer zij in haar brief dd 23 april 2007 Jose Maria Sison introduceert onder het pseudoniem van Armando Liwanag, voorzitter van het Centraal Comité van de Communistische Partij Filippijnen (punt 1.9 en punt 2. 13 of art. 1). De brief stelt ook verkeerdelijk dat Prof. Sison de leider is van de CPP inclusief het NPA en dat hij een voorstander is van het gebruik van geweld.

    Op deze verkeerde stellingen gaan wij nader in. Vervolgens zal worden uitgelegd op welke wijze de Raad twee Nederlandse Gerechtelijke Uitspraken verdraait. Tenslotte zal worden aangetoond dat de Raad volledig onbevoegd is om Jose Maria Sison op de lijst te plaatsen.{mospagebreak}

    4.1. Feitelijk valse beschuldigingen door de Raad

    4.1.1 Jose Maria Sison is niet Armando Liwanag

    De Raad beweert onterecht dat Jose Maria Sison dezelfde is als Armando Liwanag. Zij onderbouwt op geen enkele wijze haar 'motivering'. In de zaak T47/03 is ook geen enkel element te vinden waarop de Raad een dergelijke conclusie kan stoelen.{mospagebreak}

    4.1.2. Jose Maria Sison is noch leider noch hoofd van de CPP en ook niet van het NPA

    Jose Maria Sison kan leider noch hoofd zijn van de CPP omdat het hem als banneling al meer dan 20 jaar materieel onmogelijk is gemaakt die politieke partij te besturen. Sinds zijn arrestatie door het Marcos regiem op 10 november 1977 kon hij zijn functie van voorzitter van de CPP al niet meer vervullen. In totaal heeft hij al 29 jaar niet meer gefunctioneerd als voorzitter, waaronder ruim 8 jaar in een gevangenis onder maximale beveiliging (eenzame opsluiting).

    Jose Maria Sison ontkent dat hij de leiding heeft van het NPA of dat het NPA met hem in verbinding staat. Het is algemeen bekend dat het NPA onder het Nationaal Operationeel Commando valt en operationeel op geen enkele manier met hem in verband staat.

    Jose Maria Sison werd gekozen tot Voorzitter van het Centraal Comité van de CPP op haar Heroprichtingscongres van 26 december 1968. Hij bekleedde die functie tot 10 november 1977 toen hij werd gevangen genomen door de Marcos dictatuur en gedetineerd bleef tot de val van Marcos in 1986. Van 1977 tot 1986 verbleef hij in maximaal beveiligde detentie waarvan vijf jaar in eenzame opsluiting.

    Het is algemeen bekend, dat Jose Maria Sison zijn functie van voorzitter van het CC van de CPP verloor op het moment van zijn gevangenneming op 10 november 1977 en dat Rodolfo Salas die functie toen overnam.

    Vanaf zijn vrijlating op 5 maart 1986 tot zijn vertrek naar Australië op 31 augustus 1986 werd hij voortdurend in de gaten gehouden door verschillende diensten en facties van de strijdkrachten en was daarom nooit in de gelegenheid tot deelname aan enige vorm van clandestiene actie.

    Hij werd benoemd tot professor aan het Centrum voor Aziatische Studies aan de Universiteit van de Filippijnen. Hij was daar druk met een serie van tien colleges over de Filippijnse crisis en het antwoord daarop van de maatschappelijke beweging. Hij zat de vele vergaderingen vor van het comité dat de oprichting voorbereidde van de Partij van het Volk. Dagelijks gaf hij interviews en openbare lezingen.

    Vanaf september 1986 tot september 1988 reisde hij langs voornamelijk universiteiten om college te geven. Hij bezocht van september 1986 tot januari 1987 in Australië, Nieuw Zeeland, Thailand, Japan, Hongkong en India. Daarna bezocht hij twintig West-Europese land. In totaal 26 landen bezocht hij 80 universiteiten. Hij organiseerde bijeenkomsten, verschillend in grootte, met geëxpatrieerde Filippino's, vakbonden en bezocht de kantoren van verschillende instellingen en organisaties.

    Terwijl Jose Maria Sison nog in Japan verbleef, in november 1986, zette de Enrile factie van de strijdkrachten van de Filippijnen (AFP) haar operationele plan 'God Save the Queen' in werking, om 'van communisme verdachten' te vermoorden. Sison was een van de doelwitten van dat plan. Het leger ontvoerde de arbeidersvoorman Rolando Olalia, de voorzitter van de Partij van het Volk die Sison had helpen oprichten, en verminkte en vermoordde hem.

    In september 1988 trok de regering van de Filippijnen onder druk van bepaalde legerfacties het paspoort van Sison in.

    Toen kon Jose Maria Sison niet meer terug naar de Filippijnen en moest wel oktober 1988, asiel aanvragen in Nederland in.

    Gedurende meer dan 29 jaar reeds, inclusief de meer dan acht jaar gevangenschap (1977–1986) onder de condities van maximale beveiliging en meer dan 20 jaar verbanning (1986 tot nu), kon Jose Maria Sison op geen enkele manier voldoen aan de verschillende eisen van Artikel V van de Statuten van de CPP waardoor hij zich nooit kandidaat heeft kunnen stellen voor de positie van voorzitter van het CC van de CPP teneinde de dagelijkse leiding op zich te nemen van de centrale organen van de CPP en van de CPP in haar geheel en de plenaire vergaderingen voor te zitten van het CC van de CPP.

    Gedurende zijn detentie waarvan 5 jaar in eenzame opsluiting kon Jose Maria Sison geen actieve rol spelen in de leiding van de CPP.

    Sedert zijn vrijlating was hij zeer actief betrokken in wetenschappelijk werk en in de oprichting van een legale politieke partij, de Partij van het Volk en hij kon daarom geen actieve positie innemen binnen de CPP.

    Jose Maria Sison reisde een aantal jaren over heel de wereld (Oceanië, Azië, Europa en Latijns-Amerika).

    Sinds 1986 leeft hij als banneling in Nederland. Sedert hij in oktober 1988 asiel aanvroeg en er een einde kwam aan zijn rondreis langs universiteiten, heeft hij zich bezig gehouden met onderzoek en schrijven, met de promotie van Filippijnse Studies, het becommentariëren van Filippijnse aangelegenheden, publicatie van boeken en artikelen, het bijwonen van activiteiten binnen de Filippijnse gemeenschap, werken en campagne voeren voor zijn asiel en optreden als adviseur van het Nationaal Democratische Front van de Filippijnen (NDFP) bij de vredesonderhandelingen met de Regering van de Republiek van de Filippijnen.

    Al deze verschillende situaties en bezigheden waar hij mee bezig was sinds zijn bevrijding in 1986 zijn incompatibel met het dagelijks leiding geven aan een clandestiene partij als de CPP.

    Volgens Sectie 4 van Artikel V van de Statuten van de Communistische Partij van de Filippijnen, moet de voorzitter van het CC in de Filippijnen verblijven om dagelijks leiding te kunnen geven aan de vergaderingen en het werk van het Politiek Bureau en het Uitvoerend Comité van het Secretariaat en de andere centrale organen. Volgens Sectie 6 van hetzelfde artikel moet de Voorzitter van het CC in staat zijn eens in de zes maanden het plenum van het CC voor te zitten (See Annex 2 of the application in the case T-47/03: Article V of the CPP Constitution; Annex 20: National Democratic Front of the Philippines, National Council, Memorandum, 27 October 2002).

    Jose Maria Sison heeft al 29 jaar nauwelijk verbinding meer met de CPP en het NPA en als politiek adviseur heeft hij te maken met de onderhandelingsdelegatie van het NDFP.

    Op grond van de voorgaande punten kan Prof. Jose Maria Sison, die sinds 1986, meer dan twintig jaar niet meer in de Filippijnen is geweest nooit hoofd of leider zijn van de CPP en ook niet van het NPA.{mospagebreak}

    4.1.3. De beschuldigingen van de Raad die Jose Maria Sison als een 'voorstander van geweld' afschilderen zijn in flagrante tegenspraak met zijn functie in het vredesproces

    Sinds 1990 is Jose Maria Sison politiek hoofdadviseur van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen bij de vredesonderhandelingen met de regering van de Filippijnen. Hij heeft als getuige sinds de Gezamenlijke Verklaring van Den Haag van 1992 alle belangrijke bilaterale verdragen medeondertekend. Het Europees Parlement heeft in 1997 en 1999 resoluties aangenomen waarin het de vredesonderhandelingen ondersteunt. De regeringen van Nederland, België en Noorwegen hebben deze onderhandelingen gefaciliteerd (Annex 9 of the application in the case T-47/03: “10 Years, 10 Agreements” (Pilgrims for Peace, Manila, October 2002). De Gezamenlijke Verklaring wordt door de GRP en het NDFP en het volk der Filippijnen als een zeer belangrijk document beschouwd, waardoor de vredesonderhandelingen ooit konden beginnen. Het blijft een richtlijn voor de bilaterale gesprekken op basis van wederzijdse erkenning en respect voor de beginselen en de organisatorische integriteit van beide partijen. Het was de cruciale bijdrage van Prof. Sison aan de historische bijeenkomst van de GRP en het NDFP in Den Haag op 31 augustus en 1 september 1992 waardoor beide partijen uit de impasse konden geraken en een compromis wisten te formuleren aangaande het kader van de vredesonderhandelingen (Annex 1 of the intervention of the Negotiating panel of the NDFP in the case T-47/03 : pp. 22-23).

    Als geleerde en maatschappij-analist is Prof. Sison een verdediger van het recht van het volk der Filippijnen om in opstand te komen tegen tirannie (bijvoorbeeld de dictatuur van Marcos). Dit recht wordt volledig erkend door het internationaal recht en bij de instrumenten der mensenrechten, bijvoorbeeld in de preambule van de Universele Verklaring van de Mensenrechten van 10 december 1948.{mospagebreak}

    4.1.4. Jose Maria Sison heeft nooit aanwijzingen gegeven met betrekking tot de zogenaamde 'terroristische acties' van het NPA

    Zoals hierboven uiteengezet staat Jose Maria Sison niet aan het hoofd noch is hij leider van het NPA.

    Bovendien wil hij de Raad wijzen op het gezichtspunt van het NDFP zoals uiteengezet door het Front in de zaak T- 47/03 dat de activiteiten van het NPA in rechte en feitelijk beschouwd moeten worden als vallend binnen het kader van een intern gewapend conflict zoals gedefinieerd door het internationaal recht en nooit als terrorisme geduid mogen worden, zoals de Raad verkeerdelijk doet.

    De voornoemde interventie van de vredesonderhandelingsdelegatie van het NDFP in de zaak T-47/03 dient beschouwd te worden als hier volledig gereproduceerd.

    4.2. De Raad verdraait de Nederlandse Rechterlijke Uitspraken aangaande Jose Maria Sison

    De Raad verdraait de inhoud en de effecten van de twee aangehaalde Nederlandse uitspraken aangaande Jose Maria Sison, door te beweren dat:

    “De Rechtseenheidskamer, van de Arrondissementsrechtbank te Den Haag bevestigde op 11 september 1997 (reg. no. AWB 97/4707 VRWET) besluit no. R02.93.2274 (RV 1995, 2) van de Afdeling Administratief Recht van de Raad van State op 21 februari 1995.”

    en dat:

    De Afdeling Administratief Recht van de Raad van State tot de uitspraak is gekomen dat de status van asielzoeker in de Nederlanden rechtmatig was geweigerd omdat er bewezen was dat hij leiding gaf—of heeft geprobeerd te geven—aan de gewapende vleugel van de CPP, het NPA, dat verantwoordelijk is voor veel terroristische aanvallen in de Filippijnen en omdat ook gebleken is dat hij wereldwijd banden onderhoud met terroristische organisaties."

    Beide beweringen van de Raad zijn totaal in tegenspraak met de inhoud van deze uitspraken.

    4.2.1 De REK heeft het besluit van de Raad van State nooit 'bevestigd' met uitzondering van een punt in het voordeel van Jose Maria Sison

    Ten eerste, de Rechtseenheidskamer van de Arrondissementsrechtbank in Den Haag (hierna 'de REK') heeft het besluit van de Raad van State van 1995 nooit kunnen 'bevestigen' omdat het besluit van de REK van 1997 over iets heel anders ging dan het besluit van de Raad van State van 1995.

    De kwestie waarover de Raad van State in 1995 een uitspraak deed was of de Nederlandse Minister van Justitie Artikel 1F van het Geneefse Vluchtelingenverdrag zou mogen toepassen op Jose Maria Sison (de zogenaamde uitsluitingsclausule). De Raad van State oordeelde negatief in deze kwestie en erkende de status van vluchteling van Jose Maria Sison onder Art. 1A van voornoemd Vluchtelingenverdrag.

    De REK van de Arrondissementsrechtbank in Den Haag deed in 1997 een uitspraak aangaande een totaal ander juridisch vraagstuk. Toen ging het over de vraag of de Nederlandse Minister van Justitie gerechtigd was Jose Maria Sison de toegang als erkend vluchteling tot Nederland te ontzeggen —in andere woorden, kan de Minister terecht weigeren hem een verblijfsvergunning toe te kennen op overwegingen van algemeen belang hoewel hij erkend was als vluchteling. De Raad beweert dus valselijk dat de REK het besluit van de Raad van State heeft 'bevestigd'.

    Het enige punt van het besluit van de Raad van State wat het Haagse Hof 'bevestigde' was juist het punt ten voordele van Jose Maria Sison. Het Haagse Hof verklaarde inderdaad "Op grond van dit besluit [Raad van State 21 februari 1995] moet geaccepteerd worden als vastgelegd in de wet, dat Art. 1F van het Vluchtelingenverdrag niet tegen klager gebruikt kan worden, dat eiser terecht vreest voor vervolging in de betekenis van Art. 1A van het Vluchtelingenverdrag…"

    Het besluit van de Rechtseenheidskamer van de Arrondissementsrechtbank in Den Haag ingeroepen door de Raad zegt verder dat Jose Maria Sison "een welgefundeerde vrees voor vervolging naar de betekenis van Art. 1A van de Verdra en Art. 15 van de Vreemdelingenwet en Art 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Mensenrechten en de Fundamentele Vrijheden (ECHR) die eiser vrijwaren van verwijdering, direct of indirect, naar zijn land van herkomst."{mospagebreak}

    4.2.2. De Nederlandse Raad van State en de Arrondissementsrechtbank in Den Haag (REK) concludeerden niet dat Jose Maria Sison verantwoordelijk was voor terroristische daden in de Filippijnen

    De juridische kwestie die aan de Rechtbank in Den Haag werd voorgelegd, ging in het geheel niet over betrokkenheid van Jose Maria Sison bij terrorisme of bij enig andere soort misdaad.

    Het besluit van de Arrondissementsrechtbank zegt expliciet in paragraaf II (7): "het doel van deze actie is vast te stellen of de in vraag gestelde beslissing (van de Minister van Justitie), tot zover die weigert eiser toe te laten als vluchteling en hem een verblijfsvergunning te verlenen, overeind kan blijven."

    In andere woorden het hof zou zich dus uitspreken over de vraag of de Minister gerechtigd was Prof. Sison niet toe te laten, hoewel Sison door de Raad van State in 1995 erkend was als vluchteling, en hem om belangrijke redenen van algemeen belang een verblijfsvergunning te weigeren.

    Het besluit van de REK zegt dat de Nederlandse Minister van Justitie kan weigeren Jose Maria Sison als vluchteling toe te laten in Nederland en hem een verblijfsvergunning te weigeren om redenen van algemeen belang. Het begrip 'algemeen belang' is niet hetzelfde als 'het begaan of bevorderen van terrorisme'. Daarbij willen we er nog op wijzen dat de Minister, zoals aangehaald in het besluit van de REK van de Arrondissementsrechtbank in Den Haag, niet wilde zeggen dat Jose Maria Sison een risico vormt voor de openbare veiligheid, maar hij verwees alleen naar "gewichtige belangen van de Staat der Nederlanden, namelijk de integriteit en geloofwaardigheid van de Nederlanden als een soevereine staat, met name met betrekking tot haar verantwoordelijkheden tegenover andere staten" (Annex 2 to Council’s defence, p 24, paragraph 15).

    De fundamentele vraag of Jose Maria Sison terroristische daden heeft begaan of gefaciliteerd of er ooit bij betrokken is geweest, is nooit aan de orde gesteld voor enige rechtbank of een andere competente autoriteit, inclusief de Raad van State en de Arrondissementsrechtbank in Den Haag (REK), laat staan dat er een uitspraak over is gedaan.

    De Raad van State erkende in haar uitspraak van 1995 dat Jose Maria Sison een politiek vluchteling is volgens Art. 1A van het Vluchtelingenverdrag van 1951, zij liet niets heel van de eisen en de argumenten van het Nederlandse Ministerie van Justitie dat Jose Maria Sison zou moeten worden uitgesloten op grond van Art. 1F van het Vluchtelingenverdrag, bevestigde de bescherming van Art. 3 van het ECHR voor Jose Maria Sison en besliste dat hij moest worden toegelaten als vluchteling en een verblijfsvergunning moest krijgen voor Nederland indien er geen ander land is waar hij naar toe zou kunnen gaan zonder inbreuk op Art. 3 van het ECHR. De Raad van State vond dat de dossiers of materialen van de Nederlandse geheime dienst, welke de rechters konden inzien, maar die nooit onderwerp waren van een tweezijdig debat voor de rechtbank, "niet voldoende bewijs leverden voor het fundamentele oordeel dat Jose Maria Sison in die mate leiding gaf of verantwoordelijkheid droeg voor dergelijke acties en dat gesteld kan worden dat er serieuze redenen zijn om te veronderstellen dat eiser (Sison)… genoemde misdaden heeft begaan."

    Zoals duidelijk is aangetoond in de zaak &-47/03 ging geen van de twee besluiten over de betrekking van Prof. Sison bij enige daad van terrorisme. De twee uitspraken betroffen de vraag of de Nederlandse Minister van Justitie gerechtigd was:

    1. Prof. Sison uit te sluiten van de bescherming van Art 1A van het Geneefse Vluchtelingenverdrag waarop hij recht heeft als vluchteling en op hem de uitsluitingsclausule toe te passen van Art. 1F die toepasbaar is op personen die oorlogsmisdaden begingen, misdaden tegen de menselijkheid of daden contrair aan de Verenigde Naties.
    2. Jose Maria Sison de vluchtelingenstatus te weigeren om redenen van algemeen belang.

    Op de eerste vraag antwoordden de twee gerechtshoven identiek en categorisch dat Art. 1F niet toepasbaar was op Prof. Sison en erkenden hem als politiek vluchteling volgens Art. 1A van het Geneefse Vluchtelingenverdrag.

    Op de tweede vraag antwoordde de rechtbank echter dat de Minister zou kunnen besluiten de verblijfsstatus te weigeren “om redenen van algemeen belang” zolang hij in weerwil van Art. 3 van het ECHR niet naar een land gedeporteerd mag worden waar hij slecht behandeld zou kunnen worden en waar zijn fysieke integriteit gevaar zou kunnen lopen. Er is nooit een aanwijzing, conclusie of uitspraak gedaan door de Raad van State of door de REK die Prof. Sison verdenkt of veroordeelt van terrorisme.

    Daarom staat de conclusie van de Raad diametraal tegenover de gerechtelijke uitspraken waarnaar zij verwijst.

    Hier moet ook nog eens duidelijk onderstreept worden, dat volgens de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, Hr. De Hoop Scheffer, de Openbaar Aanklager tot de conclusie was gekomen dat er geen gronden zijn om zelfs maar een strafonderzoek te beginnen tegen Jose Maria Sison (Annex 26 of the application for annulment of the case T-47/03).{mospagebreak}

    4.2.3. De zogenaamde contacten met terroristische organisaties

    In haar brief beweert de Raad, dat Jose Maria Sison “over heel de wereld contact zou hebben met terroristische organisaties”. Er dient op gewezen te worden dat de REK van het Arrondissementsrechtbank in Den Haag in een zeer ondergeschikt punt in haar besluit verwijst naar “aanwijzingen van persoonlijke contacten tussen eiser en vertegenwoordigers van terroristische organisaties”(Annex 2 to Council’s defence, p 23, paragraph 11). Zulk een vage en ongefundeerde insinuatie in een REK besluit over de weigering van toelating als vluchteling en toekenning van een verblijfsvergunning aan Prof. Sison om redenen van algemeen belang (en niet wegens enige strafklacht), kan niet gezien worden als een “serieus en geloofwaardig bewijs van of uitspraak over of veroordeling wegens daden van terrorisme”.

    De REK had geen redenen en tornde in feite niet aan de conclusie van de Nederlandse Raad van State in haar besluit van 1995 dat de dossiers of de materialen van de Nederlandse geheime dienst “niet genoeg bewijs bevatten voor de fundamentele uitspraak dat Jose Maria Sison in die mate leiding geeft en verantwoordelijkheid draagt voor dergelijke activiteiten zodat kan worden gezegd dat er serieuze redenen zijn te veronderstellen dat eiser (Sison)… genoemde misdaden zou hebben begaan”.

    Jose Maria Sison ontkent enig persoonlijk contact te hebben of te hebben gehad met enige vertegenwoordiger van welke terroristische organisatie dan ook hetwelk hoe dan ook zou kunnen worden opgevat als deelname of facilitering van een daad van terrorisme. Jose Maria Sison wijst op het feit dat hem nooit enig bewijs aangaande zijn veronderstelde persoonlijke contacten is getoond noch kreeg hij ooit de gelegenheid daar tegen in te gaan. De REK van de Arrondissementsrechtbank in Den Haag maakte deze overweging op grond van materialen van inlichtingen- en veiligheidsdiensten die Jose Maria Sison nooit heeft kunnen inzien of weerleggen (Annex 2 to Council’s defence, p 22, paragraph 6). Hij heeft zich nooit degelijk kunnen verdedigen omdat hij niet wist waarmee het hof rekening hield bij het maken van een dergelijke uitspraak. Een dergelijke procedure gaat op dezelfde wijze in tegen Art 6 van het ECHR als de hier weersproken beslissing van de Raad (ECHR, Lüdi v Switzerland, 15 June 1992; ECHR, Barberà, Messegué, Jabardo v. Spain, 6 December 1988, paragraph 89).

    Ook al zou Jose Maria Sison contact hebben gehad met een lid van een organisatie door de internationale autoriteiten beschouwd als terroristisch, dan bewijst dat nog niet per se dat hijzelf betrokken zou zijn geweest bij een terroristische daad of die zou hebben gefaciliteerd. Als dat wel zo zou zijn dan zou iedere vredesonderhandelaar, waaronder menig staatshoofd, die vredesbesprekingen voert met dergelijke personen ook op de lijst gezet moeten worden.

    Het besluit van de REK van de Arrondissementsrechtbank in Den Haag wat het enige element is wat ingebracht wordt door de Raad ter harer verdediging, levert niet het bewijs dat Jose Maria Sison een terroristische daad heeft begaan of gefaciliteerd en is er dus geen feitelijke grond voor het op de lijst plaatsen van Jose Maria Sison. Jose Maria Sison is nooit opgeroepen voor enig onderzoek naar welke daad van terrorisme dan ook, noch naar welke misdaad dan ook.{mospagebreak}

    4.3. Er is niet voldaan aan de juridische vereisten van de ‘common position 2001/932’ en van Regeling 2580/2001 om jms op de terroristenlijst te plaasten

    Art 1(4) van de ‘common position 2001/932’ en Art. 2(3) van Regeling 2580/2001 stellen de voornaamste juridische vereisten waaraan moet worden voldaan om het de Raad mogelijk te maken iemand op de lijst te zetten.

    Dat zijn veelvoudige eisen. De tekst zegt: “De lijst moet worden opgesteld”:

    • Op grond van precieze informatie of materiaal
    • Dat de beslissing genomen moet worden door een competente autoriteit met respect voor de betrokken personen
    • Bedoeld voor het in gang zetten van onderzoek of vervolging
    • Naar een terroristische daad, een poging daartoe, deelname daaraan of de facilitering daarvan
    • Gebaseerd op serieus en geloofwaardig bewijs of uitspraak of veroordeling wegens een dergelijke daad

    Dit zijn zeer strikte voorwaarden en de Raad voldoet aan geen van alle.{mospagebreak}

    4.3.1. Geen preciese informatie of materialen getoond door de Raad

    Als hierboven uiteengezet blijken de feitelijke beschuldigingen gepresenteerd door de Raad louter valse en ongegronde beschuldigingen en beantwoorden dus niet aan de vereiste van “preciese informatie of materialen”.

    4.3.2. De Nederlandse uitspraken geciteerd door de Raad hebben niets van doen met “onderzoek of vervolging van een terroristisch daad”

    De besluiten van de Raad van State in 1995 en van de REK in 1997 zijn genomen door een “competente autoriteit” maar hebben bij lange na geen betrekking op “het starten van onderzoeken of vervolging van een terroristische daad, een poging tot plegen, deelname aan of de facilitering van een dergelijke daad”.

    De beschuldigingen betreffende contacten van Prof. Sison met terroristische organisaties beantwoorden niet aan de juridische voorwaarden om iemand op de lijst te plaatsen zoals vastgesteld in het recht van de gemeenschap. De tekst van Art. 1(4) van de ‘Common position’ voorziet er niet in dat ‘contacten’ met terroristische organisaties voldoende grond daarvoor zijn. Het juridisch vereiste is een onderzoek naar of een veroordeling wegens “een terreurdaad, een poging die te plegen, daaraan mee te doen of die te faciliteren”. Contacten alleen worden niet genoemd als een legale grond voor het opnemen van iemand in de lijst.{mospagebreak}

    4.3.3. De besluiten van functionarissen uit Nederland en de VS kunnen geen juridische basis leveren voor de opneming van Jose Maria Sison in de lijst

    In haar brief verwijst de Raad ook naar het besluit van de Nederlandse regering gepubliceerd in de Staatscourant van 13 augustus 2002 en naar het besluit van de VS volgend op ‘ US Executive Order 13224’. Beide besluiten kunnen niet beschouwd worden als een “besluit genomen door een competente autoriteit met betrekking tot de betreffende personen” in overeenstemming met de ‘Common Position 2001/931’. Deze besluiten zijn genomen door uitvoerende lichamen en niet door een ‘gerechtelijke of gelijkwaardige’ autoriteit, zoals vereist door de wet op de juridische instrumenten en zaken. Het Hof van Eerste Aanleg van de EU overweegt dat: “Met een competente autoriteit wordt bedoeld een gerechtelijke autoriteit, of, wanneer gerechtelijke autoriteiten geen jurisdictie hebben in het betreffende gebied, een gelijkwaardige competente autoriteit in dat gebied.” (Case T 228/02, Organisation des Modjahedines du peuple d’Iran (OMPI) v. Council, Judgment of 12 December 2006).

    Het blote feit dat de beslissing van de VS kan worden herzien door een gerechtelijke autoriteit maakt haar nog niet tot een “gerechtelijke uitspraak”. Het feit dat Jose Maria Sison nog niet in beroep is gegaan tegen die beslissing in de VS is nu net het gevolg van gebrek aan financiële middelen als gevolg weer van zijn plaatsing op de terroristenlijst en kan dus nooit geïnterpreteerd worden als zijn instemming met deze beslissing.

    We mogen op basis van het voorgaande dus concluderen dat in de onderhavige zaak aan geen van de voorwaarden gesteld in Art 1(4) van ‘common position’ 2001/931 en Art. 2(3) van regeling 2580/2001 is voldaan.{mospagebreak}

    5. Door Jose Maria Sison zonder feitelijke of juridische rechtvaardiging op de lijst te zetten maakt de Raad zich heel duidelijk schuldig aan machtsmisbruik

    5.1. Bevriezing van de bankrekening van Jose Maria Sison is van geen enkele betekenis voor de bestrijding van terrorisme

    Bevriezing van de bankrekening van het echtpaar Sison en de stopzetting van de uitkering van Prof. Sison is van geen enkele betekenis voor de strijd tegen het terrorisme.

    Het kan de Raad niets schelen of de bevriezing van de tegoeden van Jose Maria Sison het gewenste effect zou hebben in de strijd tegen het terrorisme. Los van de opzegging van zijn ziektekostenverzekering, de stopzetting van zijn uitkering hem toegewezen door de Nederlandse autoriteiten en de bedreiging hem uit zijn woning te zetten, is het enige effect van de betwiste beslissing de bevriezing van de gezamenlijke bankrekening nr. 58.22.994 bij de Postbank van hem en zijn vrouw. Er is verder geen enkele bankrekening bevroren vanwege het simpele feit dat Jose Maria Sison geen andere bankrekening heeft, niet in Nederland noch in het buitenland. Als de Raad echt gekeken had naar de omvang van zijn tegoeden en de wijze waarop hij zijn geld beheert, dan zou de Raad ontdekt hebben dat zij slechts zijn uitkering vanwege de Nederlandse autoriteiten heeft bevroren (Annex 16 of the reply in the case T-47/03: Bank statements of the frozen joint account of the applicant and his wife from 3 January 2002 to 10 October 2002). De bankafschriften bewijzen dat Jose Maria Sison geen ander inkomen heeft dan de maandelijkse uitkering van de Nederlandse overheid. De uitgaven weergegeven op de bankafschriften bewijzen dat de bevroren tegoeden slechts aangewend werden voor de kosten van levensonderhoud. De Raad redelijkerwijs niet volhouden dat de bevriezing van zijn bankrekening noodzakelijk is teneinde de financiering van het terrorisme te bestrijden.

    Op de zitting van 30 mei 2006 in de zaak T-47/03 voor het Hof van Eerste Aanleg gaf de advocaat van Nederland toe dat er nooit verdachte transacties zijn waargenomen met betrekking tot de bankrekening van Jose Maria Sison die bevroren werd in toepassing van de beslissing van de Raad.{mospagebreak}

    5.2. De echte bedoeling heeft niets te maken met de strijd tegen het terrorisme

    In de de zaak van Prof. Sison is het voor ons wel zeer duidelijk geworden dat de opname van zijn naam op de terroristenlijst strikt genomen niets van doen heeft met de strijd tegen het terrorisme.

    Verschillende verklaringen van functionarissen van de Regering van de Republiek der Filippijnen (GRP) bewijzen duidelijk, dat Prof. Sison pas in de VS en vervolgens in de EU op de lijst is gezet op verzoek van de (GRP). Het is niet te ontkennen, dat Prof. Sison geplaatst is op de Nederlandse lijst—‘de nationale lijst van personen vermoedelijk betrokken bij terroristische daden of bevordering daarvan in Nederland’—in nauwe samenwerking met de regering van de VS. Hoewel de vredesonderhandelingen gevoerd werden onder bescherming van de regeringen van Noorwegen, België en Nederland verlenen de laatste twee EU-landen, door de betwiste beslissing, een overmatige steun aan de Regering van de Republiek der Filippijnen ten nadele van de vredesonderhandelingen.

    In januari en februari 2003 bleek dat wel duidelijk uit de uitspraken van de Minister van Buitenlandse Zaken van de GRP, Blas OPLE, die zei: “Pas wanneer er een vredesverdrag is dan zal ik de EU en de VS en de andere landen verzoeken (de rebellen) van de lijst te halen. Als zij tekenen, dan zijn zij geen terroristen meer”. (Appendix 10 of the application for leave to intervene: “Reds must sign peace accord to get off terror list--Ople”, Agence France-Presse, February 1, 2003 ( HYPERLINK http://www.inq7.net/brk/2003/feb/01/brkpol_12-1.htm; http://www.inq7.net/brk/2003/feb/01/brkpol_12-1.htm; Annex 11 of the application for leave to intervene of the Negotiating panel of the NDFP in the case T-47/03: “Terror list may be removed if Reds accept peace”, The Philippine Star, February 25, 2003).

    Dergelijke verklaringen bewijzen wel dat het hoofddoel van de plaatsing van Jose Maria Sison op de terroristenlijst bedoeld is om in de vredesonderhandelingen druk uit te oefenen op het NDFP. De GRP probeert eigenlijk het NDFP te dwingen tot het tekenen van de capitulatie. Dit is wel het meest duidelijke bewijs dat de betwiste beslissing genomen is met een ander oogmerk dan beweerd. Er is absoluut geen twijfel aan dat de Raad haar macht heeft misbruikt met het aannemen van deze betwiste beslissing en ook van Regeling 2580/2001 EC.

    De website van het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken is in dat perspectief zeer duidelijk. Daar blijkt duidelijk dat er slechts puur politieke overwegingen ten grondslag liggen aan het op de lijst zetten: het onderhouden van de innige politieke en economische relaties met het huidige corrupte en repressieve regiem in de Filippijnen en aardig te doen tegen zijn beschermer in Washington.

    Onmiddellijk na vermelding van de innige handelsbetrekkingen en het feit dat Nederland een van de grootste investeerders is in de Filippijnen met meer de 150 bedrijven daar aanwezig, schrijft het Ministerie van Buitenlandse Zaken:

    “Het enige wat de Nederlands-Filippijnse relaties belast is het verblijf van de leiding van het communistische verzet in Utrecht. De vredesonderhandelingen tussen de regering van de Filippijnen en de leiding van het verzet, die vroeger door Nederland werden gefaciliteerd, vinden nu plaats in Noorwegen. Slechts de gesprekken achter de schermen worden nog gevoerd in Nederland. Zo voert Nederland een politiek van terughoudendheid. De meest vooraanstaande leider van het verzet, Jose Maria Sison, is politiek asiel geweigerd in Nederland. Hij is daartegen in beroep gegaan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De Filippijnen zijn blij met de maatregelen genomen door Nederland waaronder, op Amerikaans verzoek, de bevriezing van de tegoeden van de Heer Sison, van de Filippijnse Communistische Partij (CPP) en haar gewapende vleugel het Nieuwe Volksleger” (See: pp. 7-8 of the country report on the Philippines, updated August 2005, under the heading: 4.1 "Betrekkingen met Nederland" Relations with the Netherlands, document lodged to the Court of First Instance in the case T-47/03 in the observations of the applicant to the report of the judge rapporteur).

    De Nederlandse Minister van Justitie wilde eigenlijk om duidelijk diplomatieke redenen geen Jose Maria Sison in Nederland en probeerde hem kwijt te raken door vage speculaties van geheime diensten op tafel te leggen, die altijd voor Sison geheim werden gehouden en daarom door hem ook nooit bestreden kunnen worden. Twee rechtbanken hebben in drie uitspraken gezegd dat de Minister zoiets niet mocht doen omdat hij geen enkel serieus en geloofwaardig bewijs kon leveren voor zijn aantijgingen.

    Door Jose Maria Sison zonder feitelijke of juridische rechtvaardiging op te nemen in de terroristenlijst maakt de Raad zeer duidelijk misbruik van haar macht.{mospagebreak}

    6. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de Raad en alle andere lidstaten van de EU voor het besluit voor plaatsing van Jose Maria Sison op de lijst

    Het moet nog eens gezegd, dat de Raad op basis van Article 288 EC verantwoordelijkheid op zich laadt voor alles wat zij doet, zoals de opneming van Jose Maria Sison in de lijst.

    Door dit document en alle andere door Jose Maria Sison op te berde gebrachte documenten in de zaak T-47/03 wordt duidelijk vastgesteld dat de beslissing hem op de lijst te zetten of hem op een dergelijke lijst te laten staan, illegaal is.

    Ook moet gezegd worden dat, bovenop de verantwoordelijkheid van de gemeenschap ook alle lidstaten verantwoordelijkheid op zich laden door Jose Maria Sison op de lijst te houden, omdat deze beslissing een schending is van bindende internationale verdragen ter bescherming van de mensenrechten, zoals het ECHR (See, EctHR, Bosphurus Airways c. Ireland, 30 June 2005).{mospagebreak}

    7. Verzoek om een kopie van heel dit document en van alle stukken in de zaak T-47/03 te sturen naar alle leden van de Raad en de leden van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers

    Volgens het Hof van Eerste Aanleg van de EU, moet Jose Maria Sison in gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze op de informatie of de materialen in het dossier effectief kenbaar te maken (See aforementioned case T-228/02, pt 126). Dat wil zeggen dat alle functionarissen die zullen participeren in de besluitvorming over zijn plaatsing of handhaving op de lijst dit document moeten ontvangen en alle andere documenten door Jose Maria Sison ingediend bij de Raad tijdens de zittingen in de zaak T-47/03.{mospagebreak}

    8. Verzoek om te worden gehoord door de Raad voorafgaande aan zijn opneming of handhaving in de lijst gebaseerd op regeling 2580/2001

    Er dient nota van te worden genomen dat het algemeen beginsel van het gemeenschapsrecht vereist dat Jose Maria Sison en zijn advocaten moeten worden gehoord door de Raad voorafgaande enig besluit aangaande de opneming of handhaving van hem op de lijst. Het Hof van Eerste Aanleg heeft bepaald dat iedere beslissing tot handhaving van iemand op de lijst, wanneer zijn middelen reeds zijn bevroren, wat het geval is met de bankrekening van Jose Maria Sison: “moet daarom worden voorafgegaan door de mogelijkheid van een nogmaals gehoord te worden” (See aforementioned case T-228/02, OMPI, pt 131).{mospagebreak}

    9. Doel en begrenzing van deze observaties

    Er dient nota van genomen te worden dat de ‘motivering’ gepresenteerd door de Raad in haar brief niet voldoet aan de juridische voorwaarden van Art. 253 EC, noch aan de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht (waaronder het beginsel van de aanname van onschuld en het beginsel van een eerlijk proces).

    Jose Maria Sison vindt niet dat de mogelijkheid deze observaties in te dienen bij de Raad voldoende garantie biedt voor een eerlijk proces.

    De Raad heeft inderdaad haar brief van 23 april 2007 ingediend conform het oordeel van de CFI van 12 december 2006, wat zegt dat: “het recht op een eerlijke hoorzitting (…) in beginsel vereist, ten eerste, dat de betreffende partij door de Raad geïnformeerd wordt over de specifieke informatie of materialen in het dossier waaruit blijkt dat een besluit met betrekking daarop, dat voldoet aan de bepalingen in Art 1(4) van de ‘Common Position’ 2001/931, is genomen door een competente autoriteit van een lidstaat en ook, waar van toepassing, over alle nieuwe materialen (…) en, ten tweede, dat de partij wordt geplaatst in een positie waarin de partij haar zienswijze op de informatie of de materialen in het dossier effectief kenbaar kan maken”.

    Deze brief van de Raad voldoet niet aan de normen en voorwaarden gesteld in de wet (See pt 144 to 146 of the aforementioned judgement in the case T-228/02).

    Echter, de bewoording van deze brief van de Raad toont zeer duidelijk aan; dat de Raad helemaal niet van plan is de elementen in de brief te onderwerpen aan zelfs maar de meest elementaire vorm van tegenspraak, doch dat deze brief louter bedoeld is om Jose Maria Sison puur formeel te informeren over een besluit dat reeds genomen is. De brief zegt inderdaad: “De Raad heeft vastgesteld dat de redenen voor opname van Jose Maria Sison op de lijst… nog steeds gelden.” en dat “De Raad er van overtuigd is dat de redenen om Jose Maria Sison op de lijst te zetten (…) blijven gelden. Op grond van de hierboven genoemde fundamentele punten, heeft de Raad besloten dat de maatregelen volgens Art. 2, par. 1 en 2 van de Regeling (EC) no 2580/2001 van toepassing moeten blijven op Jose Maria Sison.”{mospagebreak}

    Conclusie

    Jose Maria Sison verzoekt de Raad:

    • dit document direct toegankelijk te maken voor het publiek in elektronische vorm en via het openbaar register van de Raad in overeenstemming met Art. 11 en 12 van dezelfde Regeling 1049/2001, ten laatste acht dagen na ontvangst;
    • een kopie van dit document en alle stukken betreffend zaak T-47/03 te sturen naar alle delegaties van de Coreper en naar alle ministers van de lidstaten van de EU die een beslissing moeten nemen aangaande zijn opname of handhaving op de lijst opgesteld op grond van Art. 2.3 van Regeling 2580/2001;
    • zichzelf incompetent te verklaren terzake van enig besluit tot opname van Jose Maria Sison op een lijst gerelateerd aan terroristische activiteiten, omdat het haar aan iedere legale basis mankeert;
    • Jose Maria Sison niet op te nemen of te handhaven op enige lijst die op grond van Regeling 2580/2001 kan worden opgesteld.

    Brussel, 22 May 2007

    Namens Jose Maria Sison,

    zijn raadsman,

    Jan FERMON

    Vertaling uit het Engels door Jan Beentjes